Gemeenten: geen zicht op armenbeleid

Eenderde van de gemeenten in Nederland kan niet aangeven of het door hen gevoerde minimabeleid effectief is of niet. Dit concludeert de FNV vandaag in haar jaarlijkse onderzoek naar het armoedebeleid van gemeenten. Woordvoerder H. Lindelauff noemt de situatie ,,zorgwekkend''.

Het gaat bij minimabeleid bijvoorbeeld inkomensondersteuning, schuldsanering, collectieve ziektekostenverzekeringen, voorzieningen voor gehandicapten, toegankelijkheid van elektronische communicatie voor ouderen, jongeren, allochtonen en laag opgeleiden.

Volgens de FNV besteden veel gemeenten de uitvoering van dit beleid uit aan externe bureaus. Lindelauff vindt dat geen goed excuus voor een onoverzichtelijk beleid. ,,Je moet als gemeente toch zelf weten wat er gebeurt, want je bent zelf verantwoordelijk.''

Uit het onderzoek, onder 207 grotere Nederlandse gemeenten met gezamenlijk 9 miljoen inwoners, blijkt ook dat er bij gemeenten grote verschillen bestaan in de uitvoering van het armoedebeleid. Almere, Zeist en Zwolle doen het het best, volgens het onderzoek. Het bedrag dat gemeenten besteden aan de minima varieert tussen minder dan 250 euro en 1.000 euro. Slechts 13 procent van de gemeenten heeft de bedragen per 2002 met minstens 5 procent verhoogd.

De FNV wil dat de jaarlijkse inkomensondersteuning voor de minima wordt verhoogd naar ten minste 680 euro per jaar. Daarbij hoort ook een minimum bedrag van 135 euro voor ieder kind. Deze bedragen moeten jaarlijks worden verhoogd.

De FNV concludeert dat gemeenten er onvoldoende voor zorgen dat de bedragen terechtkomen bij de mensen die daar recht op hebben. De procedures daarvoor moeten efficiënter.