Enrons Kenneth Lay blijft uit greep Congres

De topman van Enron, het bedrijf met het grootste bankroet in de Amerikaanse geschiedenis, weigert in het Congres verantwoording af te leggen over zijn doen en laten. Zelfs voor zijn advocaat was Kenneth Lay gisteren onvindbaar.

De kans op een spectaculair strafproces tegen kopstukken van het bankroete energiebedrijf Enron is de laatste dagen sterk toegenomen. En nog steeds blijft de gevallen grote man, Kenneth Lay, wegzwemmen uit de greep van het Congres en andere onderzoekers. Zijn schuld is lastig te bewijzen.

De man die bij presidenten van beide grote partijen over de vloer kwam, die wetten naar zijn hand kon zetten, was gisteravond zelfs voor zijn eigen advocaat zoek. Toch zag Lay, tot voor kort een geziene gast in de salons van Washington, kans te laten weten dat hij uit het volle licht van de Congressionele schijnwerpers bleef omdat hij gelooft in het voortbestaan van Enron.

Om dat belang te dienen, kwam Lay terug op zijn weken herhaalde toezegging te zullen getuigen. Eerder gaf hij als argument dat Congresleden zondag op de tv over hem spraken alsof hij al was veroordeeld. Gisteravond dreef liefde voor het bedrijf hem tot een stilzwijgen dat hem bij gedupeerde ex-werknemers in een ongunstig daglicht plaatste. Overigens trok hij zich gisteren ook terug uit de raad van commissarissen, waarvan hij lid was gebleven na zijn recente aftreden als president-directeur.

Leden van de Amerikaanse Senaat waren boos genoeg om de ex-topman van Enron te willen dwingen in het Congres te verschijnen. Kenneth Lay heeft al met al nog niets substantieels gezegd over de val van zijn bedrijf, het grootste bankroet in de Amerikaanse geschiedenis. De Senaat kan niemand dwingen te getuigen, maar wel verplichten te verschijnen voor een onderzoekscommissie. Iedere burger heeft vervolgens het recht een beroep te doen op het vijfde amendement uit de Grondwet en hoeft geen verklaringen af te leggen die zijn eigen (straf)zaak kunnen schaden.

Senator Ernst Hollings (Democraat uit South-Carolina), voorzitter van de Commissie voor Handel, wetenschap en transport, die gisteren zijn sterattractie misliep, pleitte gisteren ook voor instelling van een 'speciale aanklager' om het Enron-schandaal diepgaand te onderzoeken.

Volgens het ministerie van Justitie is zo'n speciale aanklager niet nodig. Op het ogenblik lopen al een strafrechtelijk onderzoek, een onderzoek door de Securities and Exchange Commission en deelonderzoeken van zeker acht commissies uit het Congres.

In de hardste kritiek die de regering tot dusver heeft moeten ondergaan in de Enron-affaire, zei senator Hollings: ,,Wij hebben een Enron-regering. Er bestaat een cultuur van regeringscorruptie. Ik heb nooit een beter voorbeeld gezien van cash-and-carry-bestuur dan de regering-Bush en Enron.'' Volgens de senator (die zelf 3.500 dollar – 4.028 euro – van Enron kreeg) is minister van Justitie John Ashcroft ,,Enrons man op justitie''. [De minister houdt zich buiten het justitieel onderzoek omdat hij 57.500 dollar ontving van Enron voor zijn mislukte Senaatscampagne in 2000.]

Senator Peter Fitzgerald (Republikein, Illinois), lid van dezelfde commissie, volgde de regeringslijn dat het hier om een `bedrijfsschandaal' gaat, geen politieke kwestie. Overigens erkende ook hij dat de Enron-top verantwoordelijk is voor de ramp die duizenden gepensioneerden en beleggers trof. [Vervolg ENRON: pagina 16]

ENRON

Kritiek getuigen op Enron

[Vervolg van pagina 13] Harvey Pitt, voorzitter van de Securities and Exchange Commission, Amerika's beurswaakhond, kwam de zorgen van het Congres hoffelijk tegemoet. Hij pleitte voor ,,een beter systeem van openheid en financiële rapportage in het bedrijfsleven''. Hij nam de term `fraude' in de mond om de manier te beschrijven waarop Enron verliezen buiten de boeken heeft gehouden.

Pitt, die tot zijn benoeming een half jaar geleden Andersens advocaat in Washington was, stelde ook vast dat er nieuwe regels moeten komen om de onafhankelijkheid van accountants te verzekeren. Hij was het eens met Afgevaardigde Cox uit Californië dat de `credit rating agencies' ook voor het Enron-bankroet volstrekt niet hebben gewaarschuwd. Volgens Cox bewezen zij ,,opnieuw dat zij waardeloos zijn''. Volgens Pitt moeten zij gereguleerd worden.

Het zaterdag gepubliceerde rapport gaat diep in op de zelfverrijking in de Enron-subtop, waarop de hoogste top geen zicht had. Vooral het financiële brein achter Enrons fenomenale maar fictieve winsten, Andrew Fastow, blijkt minstens 30 miljoen dollar te hebben verdiend aan diverse fictieve deelnemingen die tot enige taak hadden Enrons verliezen onder te brengen, zonder dat het moederbedrijf een verlies nam.

William Powers, decaan van de rechtenfaculteit van de Universiteit van Texas en hoofdopsteller van een rapport dat de affaire zaterdag in een nieuwe stroomversnelling bracht, zei voor een commissie uit het Huis van Afgevaardigden dat hij ,,bij het Enron-management een systematische en brede poging [had waargenomen] om de ware financiële toestand van het bedrijf verkeerd voor te stellen''.

Powers werd commissaris van Enron op 31 oktober, toen het bedrijf al wankelde. Zijn rechtenfaculteit werd jaren gesponsord door Enron en Vinson & Elkins, het advocatenkantoor uit Houston, dat een aantal van de uiterst omstreden constructies van Enron juridisch heeft opgezet, dan wel heeft laten passeren. Het jaarsalaris van Powers (274.00 dollar) wordt jaarlijks aangevuld met 65.000 dollar uit een stichting die wordt gevoed door giften van grote donors zoals Enron en Vinson & Elkins.

De val van Enron en de beschadiging van accountant Andersens reputatie hebben ook gevolgen voor het hoger onderwijs. In Amerika bestaan enige tientallen leerstoelen die de naam van een dezer bedrijven draagt. Dat aantal zou wel eens snel kunnen dalen.