Een gapend gat

De meningsverschillen bleven lang gemaskeerd. Eensgezind trokken Amerika en Europa ten strijde tegen de terreur. Althans, zo leek het. Mooie woorden konden uiteindelijk niet verhullen dat de `juniorpartner' in de strijd feitelijk geen rol van betekenis speelde. Het was als de muis en de olifant, of – in de woorden van NAVO-chef Robertson – de ,,pygmee'' en de reus. De enige die stampt, en meer dan dat, is Amerika. Naarmate de kloof tussen beide partners duidelijker wordt, groeien de onrust en het ongemak, voorlopig culminerend in de kritische Europese reacties op president Bush' State of the Union en de ernstige verdeeldheid op een veiligheidsconferentie in München, afgelopen weekeinde, waar de VS botweg zeiden hun oorlog desnoods alleen te zullen voeren.

Het is begrijpelijk dat met het verstrijken van de tijd sinds 11 september de tegenstellingen weer aan het licht zijn gekomen. Zo werkt het nu eenmaal in de geopolitiek: het leven herneemt zijn loop en menigeen valt terug in oude gewoontes en vertrouwde reflexen.

Maar dat is precies wat de Amerikanen niet willen. Voor president Bush en zijn team, voor het Amerikaanse volk, is het geenszins `terug naar normaal'. Ze hebben nog een missie af te maken. Dat was althans de boodschap van Bush toen hij vorige week Huis en Senaat toesprak. De `as van het kwaad' – Irak, Iran, Noord-Korea – moet nog worden aangepakt. Terreurgroepen in het Midden-Oosten of terroristen die waar dan ook ter wereld de Amerikaanse belangen bedreigen, kunnen rekenen op de wraak van Washington. In hoog tempo hebben de VS daartoe hun defensiepolitiek aangepast. Met wisselende partners, of desnoods alleen, wordt een flexibele strijd gestreden; een `oorlog à la carte' als antwoord op een even beweeglijke als onzichtbare tegenstander. Voor deze nieuwe manier van oorlogvoering en de verdediging van het thuisland Amerika is veel geld nodig. Bush heeft gisteren dan ook een oorlogsbegroting naar het Congres gestuurd: hij verhoogt de defensie-uitgaven met 48 miljard dollar tot 379 miljard.

Europa en de rest van de wereld hebben het nakijken. In een essay in de Financial Times van afgelopen zaterdag schreef de historicus Paul Kennedy dat nooit eerder in de geschiedenis zo'n grote ongelijkheid in macht bestond als nu. En de secretaris-generaal van de NAVO, Lord Robertson, constateerde vorige week in de Frankfurter Allgemeine Zeitung met spijt dat de balans in zijn organisatie zoek is: aan de ene kant de VS die zich dankzij de miljarden uit de tijd van de hoogconjunctuur aan het herbewapenenen zijn. Aan de andere kant de aarzelende Europese landen die nog met logge legers uit de tijd van de Koude Ooorlog zitten en die snoeien op hun defensiebudgetten.

De tijd is gekomen om de feiten onder ogen te zien. Er dreigt geen Atlantische kloof – die was er al en is sinds 11 september alleen maar groter geworden. Zowel wat de politiek als de defensie betreft. Amerika vaart zijn eigen koers, maar het kan inderdaad niet zo zijn (zoals in München een Duitse parlementariër uitriep naar aanleiding van Bush' plan om `de as van het kwaad' aan te pakken) dat Washington ,,beslist en wij volgen''. Ook de omnipotente VS hebben internationaal draagvlak nodig voor hun campagne tegen de terreur. Het machteloze Europese handenwringen heeft tegelijkertijd iets pathetisch. De onbalans moet worden bestreden in het gemeenschappelijk belang van de NAVO, Europa en de VS. Dit betekent voor Europa het verleggen van een paar belangrijke prioriteiten op defensiegebied. Aan investeren valt niet te ontkomen.