De eeuw van stopcontact en pakjessoep

De wereld verandert steeds sneller. De laatste jaren is deze bewering zo vaak herhaald dat het een cliché is geworden. Maar wie de tentoonstelling Europa in euforie, de tijd van de wereldtentoonstellingen 1851-1913 in Brussel bezoekt, gaat er op zijn minst aan twijfelen of dit hedendaagse cliché wel waar is.

In een van de kabinetten van het museum aan het Jubelpark hangt bijvoorbeeld een lang overzicht van de ontdekkingen en uitvindingen die in de 62 jaar tussen 1851 en 1913 zijn gedaan. Zelfs een kleine greep uit de immense lijst is indrukwekkend: de onderhuidse injectiespuit van Charles Gabriel Pravaz in 1852, de jeans van Oscar Levi Strauss in 1853, aluminium van Henri Sainte-Claire Deville in 1854, de eerste veilige lift van Elisha Otis in 1854, de ontploffingsmotor van Etienne Lenoir in 1860, dynamiet van Alfred Nobel in 1867, de telefoon van Graham Bell in 1867, de fonograaf van Thomas Edison in 1877, het elektrisch strijkijzer van Henry W. Seely in 1882, de vuilnisbak van Eugène Poubelle in 1884, de auto van Benz in 1885, de pakjessoep van Julius Maggi in 1885, de bustehouder van Herminie Cadolle in 1889, het stopcontact van Werner Siemens in 1890, het veiligheidsscheermes van King Camp Gilette in 1895, enzovoort, enzovoort. Het aantal dingen dat in de tweede helft van de 19de eeuw zijn intrede deed en nu nog dagelijks wordt gebruikt, is werkelijk verbluffend.

Vrijwel al deze nieuwe ontdekkingen en uitvindingen werden gepresenteerd op de Wereldtentoonstellingen die in de tweede helft van de 19e eeuw, met veel grotere regelmaat dan nu, in Europese en Amerikaanse steden werden gehouden. De eerste Wereldtentoonstelling was in 1851 in Londen en is dank zij het immense, door Joseph Paxton ontworpen glaspaleis Crystal Palace meteen een van de beroemdste geworden. De eerste Expo figureert dan ook prominent op de tentoonstelling Europa in euforie, de tijd van de wereldtentoonstellingen 1851-1913.

Toch is de ondertitel van de expositie een beetje bedriegelijk. Want in Brussel gaat het niet zozeer om de Wereldtentoonstellingen uit die tijd als wel om de materiële én geestelijke veranderingen in de nog Eurocentrische wereld van toen. Hierbij is een opvallende hoofdrol weggelegd voor België. Zo krijgt de privé exploitatie van Congo door de Belgische koning Leopold II met kaarten, foto's, beelden, schilderijen en Congolese kunstvoorwerpen veel aandacht.

Europa in euforie is zo'n tentoonstelling met veel `edutainment' voor een groot publiek. Bezoekers krijgen een koptelefoon uitgereikt waardoor ze toelichtingen horen bij wat ze te zien krijgen. De kunstwerken en vele apparaten en voorwerpen zijn opgesteld in dure paviljoens die vaak een `environment' met geluid en licht vormen. Als het bijvoorbeeld over ontdekkingsreizen gaat, komt de bezoeker in een soort houten bootinterieur met bijbehorende geluiden.

Het laatste deel van de tentoonstelling, getiteld `Schoonheid in actie', is gewijd aan de schone en toegepaste kunsten. De schilderijen laten zien dat de vele technische en maatschappelijke veranderingen nauwelijks werden weerspiegeld in de toen toonaangevende kunst die de landen in hun paviljoens op de Wereldtentoonstellingen lieten zien. Schilders als William Bouguereau (1825-1905) en Edouard Richter (1844-1913) bleven onverstoorbaar doorschilderen in de precieze academische stijl. Zij zijn er mede verantwoordelijk voor dat de 19de eeuw nog steeds wordt beschouwd als een gezapig of zelfs oubollig tijdperk.

Voor deze voortdurende overheersing van het eeuwige academisme in de kunst, die een contrast vormt met de ene technische en economische verandering na de andere, geven Werner Adriaenssens en Manoëlle Wasseige in de catalogus als verklaring dat `de denkwijze die tot technische innovaties leidt, zich verzet tegen artistieke revoluties'. ,,Deze denkwijze accepteert de resultaten ervan slechts als ze zelf componenten van een traditie zijn geworden'', schrijven ze.

,,De vooruitgang wordt gezien als een continue beweging, niet als een radicale breuk met het verleden. De veranderingen gebeuren stap voor stap, zodat de band tussen verleden en heden blijft bestaan. De schoonheid heeft in de Griekse sculptuur, in de kathedralen van de Middeleeuwen en in de schilderkunst van de Renaissance de perfectie bereikt. Ze kan dus niet in één klap veranderd worden.''

De 19de-eeuwer geloofde niet dat hij in een revolutionaire tijd leefde, kortom. Wat dit betreft is de huidige tijd precies het tegendeel van de 19de eeuw. Nu wordt ons ingepeperd dat we leven in een tijd van `revolutionaire veranderingen', terwijl het aantal recente technische en wetenschappelijke uitvindingen en ontdekkingen niet zo indrukwekkend is als dat van een eeuw geleden. Europa in euforie is een les in bescheidenheid.

Tentoonstelling: Europa in euforie, de tijd van de wereldtentoonstellingen 1851-1913. T/m 17/3 in: Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel.

Catalogus: € 16,-