Collectieve ontlading

Het Huwelijk is gesloten, de rijtoer mooi volbracht, de verhoopte openbare kussen enthousiast gegeven, de oecumenische toets fijngevoelig geraakt. Nelson Mandela, Kofi Annan en Johan Cruijff, een trio met een prachtige spanbreedte in het moderne emotionele landschap van Nederland, zagen en zeiden dat het goed was. Máxima lacht en wuift zich naast haar jonge kapitein ter zee gemakkelijk terug naar de eerste plaats in de ratings. Alsof het dagelijks werk is, en dat is het sinds zaterdag nu ook zo'n beetje. Elke dag een republikein bij het ontbijt, als het ware, zoals lang geleden van redacteuren van de NRC werd gezegd dat zij geregeld een katholiek bij het eten namen.

Wordt zij, chic maar toch een burgermeisje, niet te populair, met dat gekus, gelach, gestraal en gewuif? Zou dat niet heel riskant-gemeenzaam zijn, vragen anonieme deskundigen zich bezorgd af. Dat lees je althans hier en daar. Vragen als: houden Willem-Alexander en Máxima straks wel voldoende oog voor de nodige afstand tot het volk, die óók onmisbaar is voor de instandhouding van het vorstelijke sprookje? Ook lees je dat de koningin zich daarover zorgen maakt, al kom je niet te weten bij welke gelegenheid zij daarover met welke kennelijk loslippige vertrouwelingen en vooraanstaande politici zou hebben gesproken. Of zou juffrouw Dagmar, die met dat derde oog en een kristallen bol, die vroeger reclame maakte in Haagse bioscopen, misschien de bron zijn?

Hoe dat ook zij, gelet op de manier waarop Máxima de afgelopen twee jaar ten hove is ontvangen en begeleid moet die koninklijke bezorgdheid dan wel van recente datum zijn. Of heeft Willem-Alexander deze keer werkelijk gezegd: dit is mijn keus, het is mijn huwelijk, wij beginnen straks samen aan een modern koningschap en anders zien we er desnoods van af, je weet hoe mijn broers erover denken? En heeft moeder Beatrix zich daarbij ten slotte dan maar bezorgd neergelegd? In dat, nogal onwaarschijnlijke, geval maakte de koningin zaterdag een verbazend opgeruimde indruk.

Ooit, zeg dertig jaar geleden, toen de kinderzegen een tijdje ongewoon frequent over de Oranje-familie neerdaalde, klonken sombere voorspellingen op. Als al die jongens en meisjes groot zijn, en dan vooral die jongens, zouden er wel eens ongelukken kunnen gebeuren. De een gaat aan de drugs, de ander gaat aan de haal met een liederlijk wijf, de derde wordt beroepsvoetballer, en dan blijft er niets over van de koninklijke statuur, de vorstelijke mythe. De Oranjes zullen dan bezwijken aan de natuur en de last van hun getal. Of zij willen of niet en hoezeer we – en dat was destijds een zeer teer punt tussen paleis Soestdijk en een reeks premiers – de kring van leden van het koninklijk huis waarvoor de ministeriële verantwoordelijkheid geldt ook beperken. Nu, die jongens rijden wel eens te hard, net als opa vroeger, en ze drinken een enkele keer misschien wel meer met plezier dan met mate, maar overigens is dat tot nu toe allemaal nog reuze meegevallen.

De kroonprins en zijn vrouw zijn op huwelijksreis. Zij kunnen vermoedelijk ook daarna een tijd lang een zekere publicitaire luwte tegemoet zien. Afgelopen zaterdag beleefde Nederland voor de televisie en in de Amsterdamse binnenstad immers een gebeurtenis die na een lang en soms heftig voorspel óók de waarde van een collectieve psychologische ontlading had. En dat geldt vermoedelijk zowel voor gelukkig-vermoeide oranjeverenigingen als voor teleurgestelde republikeinse combattanten, die in vader Zorreguieta uiteindelijk toch niet de antimonarchale koevoet hebben gevonden die hij even leek te kunnen zijn. De schoonvader van de kroonprins speelde zaterdag ondanks zijn afwezigheid, of beter: door zijn afwezigheid, zelfs een van de hoofdrollen. Hij werd als het ware bij verstek gevierd, wat bijna niemand zo bedoelde maar voor velen toch zo uitkwam op de weg van burgemeester Cohen naar dominee Ter Linden.

Het was absoluut geen Goejanverwellensluis in de Nieuwe Kerk en de Pruisen hoeven de orde ook niet te komen herstellen, zoals in 1787. Maar de golven die Máxima's tranen even sloegen moeten pijnlijk zijn geweest voor wie de absentie van haar vader politiek geboden achtte. De Holland-promotie, die de gebeurtenis natuurlijk ook was, temeer doordat – ook nieuws – de hoofdstad er na 1966 en 1980 deze keer eens geen rotzooi van maakte, kreeg er eventjes een eigenaardig karakter van. Maar dat was de prijs die niet alleen de kroonprins en zijn vrouw moesten betalen maar ook de parlementaire democratie. Namelijk aan zichzelf. Je blijft in terugblik de stuurmanskunst bewonderen van premier Kok, die er met hulp van oud-minister Van der Stoel en Zuid-Amerikaspecialist Baud, en uiteindelijk ook van Máxima, in slaagde Zorreguieta senior te laten afzien van het bijwonen van het huwelijk. Kok wist daarbij, namens het land dat in de hieromtrent relevante jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw minder aandachtig naar Argentinië keek, het bestek van de parlementaire democratie aan te houden zonder tevens ruimte te bieden aan voorstanders van een andere (republikeinse) staatsvorm of een inhoudelijk nader gemoderniseerde monarchie. Dat alles onder het motto dat verschillende thema's verschillende discussies behoeven. Na Drees (Greet-Hofmanskwestie) en Den Uyl (Lockheed-affaire) is Wim Kok de derde PvdA-premier aan wie de Oranjes zich zeer verplicht weten. Sinds zaterdag lijkt nog meer dan voorheen vast te staan dat het einde van de erfelijke monarchie in dit land een optie is die het van een gevarieerde maar kleine kring moet hebben. Voor de macht van het getal – óók een democratisch gegeven – hebben de Oranjes al eeuwen een scherp oog, neem hun dat maar eens kwalijk. In dat opzicht geeft prinses Máxima geen reden tot zorg maar tot grote tevredenheid. En wat die gemoderniseerde, min of meer op het Zweedse model geënte staatsrechtelijke beperking van de monarchie betreft, zeg een die de koning bevrijdt van zijn rol in kabinetsformaties, kan de Tweede Kamer desgewenst snel aan de gang. Namelijk door, zoals zij al in 1971 in de motie-Kolfschoten uitsprak als een (nooit gebruikte) mogelijkheid: na de verkiezingen meteen zelf een formateur aanwijzen. Wie weet zou Willem-Alexander daarvoor meer begrip hebben dan zijn moeder.