Bladeren

Objectiviteit?

,,Mensen die protesteren tegen globalisering zijn economische analfabeten.'' ,,Landen die zich hebben opengesteld voor globalisering hebben daar veel profijt bij.'' ,,Milieuvervuiling komt toch het meest voor in landen die zich afsluiten voor globalisering? Kijk maar naar Oost-Duitsland.''

In Wirtschaftswoche krijgt Herry Paulson, bestuursvoorzitter van zakenbank Goldman Sachs, twee pagina's lang de kans zijn gal te spuwen over iedereen die vraagtekens zet bij de wondere wereld van het globaliseringsdenken. Paulsons tirade is de bevestiging van een artikel waarin het blad de lof van globalisering en deregulering bezingt. Dat betekent dat tegenstanders ervan niet aan het woord komen.

Het blad hanteert een soort quasi-objectiviteit door zijn opinies te verstoppen in de bespreking van recente studies. Het meervoud suggereert meer dan er is, want het blijkt te gaan om twee onderzoeken. De boodschap luidt dat rijke landen zich geen zorgen hoeven te maken over armoede, en arme eigenlijk ook niet: ,,Het beste recept tegen armoede is globalisering. Immers, armoede is niet een gevolg van globalisering maar van slechte regeringen''.

Zou zo'n blad nou echt menen dat je regeren en reguleren beter kunt overlaten aan bedrijven als Enron, Andersen, en andere goochelende boekhouders?

Souffleur

,,Opstellers van jaarrekeningen, opgelet. Zelfs accountants zijn het er mee eens dat het soms het beste is de waarheid te vertellen.'' Lydia Forbes citeert haar overleden man in Forbes, het blad dat hij heeft opgericht. Het blad is een even verwoed voorstander van globalisering en deregulering als Wirtschaftswoche. Maar voor Forbes zijn het niet de tegenstanders van globalisering die roet in het eten gooien: het heeft Japan herontdekt als het zwarte schaap van de wereldeconomie. ,,De wereld (in casu Forbes, HF) komt er achter dat Japans twaalf jaar oude recessie is uitgegroeid tot een volwassen crisis.''

Het blad karakteriseert die ontwikkeling als een rechtstreekse bedreiging voor de wereldeconomie, vergelijkbaar met de voorgeschiedenis van de Grote Depressie in de jaren dertig van de vorige eeuw. Ook in Forbes figureert zakenbank Goldman Sachs als souffleur van de redactie. Het blad voert de bank op als bron voor de schatting dat de Japanse schuldenlast zes keer zo groot is als het bruto binnenlands product, terwijl de Amerikaanse maar twee keer zo groot is als het bbp. De deflatie die het proces verergert is besmettelijk, zo komt de aap uit de mouw. Want de goedkope Toyota's die op de Amerikaanse automarkt verschijnen ,,zetten de Amerikaanse autoprijzen nu al onder druk''. Japan krijgt hier mee bij voorbaat de zwarte piet voor de verslechtering van de Amerikaanse en de wereldeconomie, op gezag van Goldman Sachs. Geen wonder dat de bank wars is van reguleren. Dat doet ze liever zelf, via de afdeling public relations.

Analfabeten

Ook in BusinessWeek duikt Goldman Sachs op. In de persoon van economisch medewerker Testufumi Yamakawa stelt de bank dat de Japanse overheid nu veel beter is voorbereid op het faillissement van banken dan enkele jaren geleden, toen een grote verzekeringsmaatschappij en drie banken het loodje legden. Goldman Sachs blijkt hiermee te bedoelen dat de overheid 112 miljard dollar heeft gereserveerd ter dekking van dit soort risico's. Evenals Forbes definieert BusinessWeek een hoge schuldenlast in combinatie met deflatie als ,,de grootste bedreiging'', zo niet voor de Amerikaanse economie dan wel voor herstel van de Japanse.

Trouwens, is er in Amerika eigenlijk wel een recessie? Nee, denkt het blad, want de methode waarmee de NBER, National Bureau of Economic Research, de aanwezigheid van een recessie bepaalt deugt niet. Het blad redeneert als volgt. De economie groeide het laatste kwartaal onverwachts 0,2 procent. De consumptie-uitgaven stegen in dezelfde periode 5,4 procent. Voeg dat bij de verwachting van Sint Alan Greenspan, topman van de Amerikaanse centrale bank, dat het bruto binnenlands product dit kwartaal 1 tot 2 procent zal groeien, en het recept voor herstel is klaar.

Het slechte aan dit goede nieuws is dat het de vraag doet rijzen of de gegevens van de NBER wel deugen. Het blad meent dat deze overheidsinstantie te veel leunt op werkgelegenheidsgegevens, en te weinig rekening houdt met de groei van de productiviteit en met de groei van uitzendwerk. Natuurlijk, het is waar dat 1,7 miljoen Amerikanen hun baan hebben verloren sinds maart vorig jaar. En de maakindustrie beleefde de ergste recessie sinds de Grote Depressie in de vorige eeuw. Maar de academici van de NBER waren toch wel erg arbitrair en voorbarig toen ze maart vorig jaar een recessie aankondigden.

BusinessWeek heeft hiermee een nieuwe variant uitgevonden op het ervaringsfeit dat de boodschapper van slecht nieuws onthoofding wacht. Het blad heeft bovendien het bestaan aangetoond van sociale analfabeten.