Accountants zelf moeten balans opmaken

Ook al is er een principieel verschil tussen de manier waarop accountants in Amerika en in Nederland werken, toch kan een Enron-affaire ook hier voorkomen, meent Hans Blokdijk.

De accountants liggen weer eens onder vuur, niet alleen door de verbijsterende affaire rondom het debacle van het Amerikaanse energiebedrijf Enron, maar ook door het in november gepubliceerde standpunt van het Nederlandse kabinet over de accountantswetgeving. Er is alle aanleiding om na te denken over de positie van de accountant.

Een nu veel gestelde vraag is: kan `Enron' in Nederland óók? Het antwoord is: ja, maar er is een principieel verschil tussen Amerika en Nederland. Dit openbaart zich zowel bij de jaarverslaggeving als bij de accountantscontrole.

Bij de jaarverslaggeving geldt in Europa als leidend beginsel: het getrouwe beeld van vermogen en resultaat. Dat is uitgewerkt in gedetailleerde regels, maar de Europese regelgeving bepaalt dat van detailvoorschriften moet worden afgeweken als dat de getrouwheid van het beeld ten goede komt.

In de VS gelden de `generally accepted accounting principles' (GAAP), die zijn vastgelegd in dikke boeken met gedetailleerde regels. De Code of Professional Conduct van het Amerikaanse accountantsinstituut zegt dat een accountant ervan uit mag gaan dat de jaarrekening een getrouw beeld geeft indien deze in overeenstemming met de GAAP is; slechts in uitzonderlijke gevallen zou hiervan moeten worden afgeweken.

Wat in Europa het leidend beginsel is, is dus in Amerika een ontsnappingsclausule. Dat maakt verschil. In Amerika zou een cliënt in beginsel een goedkeurende verklaring kunnen eisen als zijn jaarrekening conform de GAAP is opgesteld; een rechtszaak lijkt mij in een dergelijke situatie aldaar niet ondenkbaar.

Blijkens berichten in de media heeft Enron geprofiteerd van te soepele regelgeving voor het buiten de balans houden van rechten en verplichtingen. Deze souplesse zou zijn bewerkstelligd door politieke invloed vanuit het Amerikaanse Congres. Zoiets komt hier bij mijn weten niet voor.

Ten aanzien van de accountantscontrole bestaat een soortgelijk verschil tussen Nederland en Amerika. De Nederlandse gedrags- en beroepsregels voor accountants stellen slechts dat de accountant een deugdelijke grondslag voor zijn oordeel moet hebben. Meer gedetailleerde regels zijn neergelegd in (internationale) Richtlijnen voor de Accountantscontrole, waarvan op goede, te documenteren, gronden kan worden afgeweken als de deugdelijke grondslag maar wordt bereikt. In Amerika gelden de `generally accepted auditing standards' (GAAS), die veel sterker gedetailleerd zijn dan de Richtlijnen voor de Accountantscontrole; dat is de maatstaf waarmee het werk van accountants wordt beoordeeld.

Enigszins ongenuanceerd gesteld: in Nederland worden per opdracht specifiek daarop toegesneden controleprogramma's opgesteld, terwijl men in Amerika bij elke controle het dikke boek van de GAAS hanteert. Ook dit maakt verschil; zoals de topman van een Amerikaanse accountantsmaatschap mij eens zei: ,,The Dutch auditors are the best, the Americans are the fastest!''

Dit zou er dus toe moeten leiden dat de accountantscontrole in Nederland beter is dan in de Verenigde Staten, maar dat is moeilijk te bewijzen. Bovendien kan ook de beste accountant niet alles vinden, vooral niet als hij door zijn cliënt wordt bedrogen. Er zijn aanwijzigingen dat dit bij Enron een deel van het probleem is geweest. Activa werden verkocht aan derden, die deze ook financierden. Als een accountant een desbetreffend contract krijgt voorgeschoteld, kan hij niet anders dan aanvaarden dat die activa uit de balans verdwijnen, tenzij de financiering door de verkoper (zoals Enron) is gegarandeerd. Maar als die garantie is vastgelegd in een apart document, waarvan het bestaan desgevraagd wordt ontkend, staat de accountant machteloos. Iets dergelijks lijkt zich ook afgespeeld te hebben bij Lernout & Hauspie; daar heeft KPMG het bestuur dan ook van bedrog beschuldigd.

Bedrog door het bestuur was uiteraard bij Enron niet de enige oorzaak van de ongerechtvaardigde accountantsverklaring: de vernietiging van documenten is in wezen een onweerlegbare schuldbekentenis.

Desondanks geloof ik stellig dat accountantscontrole niet alleen repressief, maar ook preventief werkt, en dus zin heeft. Volledige zekerheid is nu eenmaal nooit te bereiken. Regelmatig wordt bekend dat van de import van drugs slechts 10 à 15 procent wordt onderschept; toch weerklinkt niet de roep om de afschaffing van de douane. Ik ben ervan overtuigd dat accountants een beduidend betere score halen.

De Enron-affaire heeft evenwel ook hier te lande een uitbarsting van ontevredenheid met accountants veroorzaakt. Nog afgezien van de steken die accountants lijken te hebben laten vallen, blijft het eeuwige dilemma, dat aan een accountantsverklaring niet is te zien of de controle goed is uitgevoerd, terwijl de accountant door de gecontroleerde wordt aangesteld en betaald. Voorshands is dan de enig mogelijke maatregel: zwaardere preventie.

Daarom heeft de voorzitter van de SEC, de toezichthouder van de Amerikaanse beurs, rauwelijks een publiekrechtelijk toezichtsorgaan voorgesteld. Het (privaatrechtelijke) Amerikaanse accountantsinstituut had reeds een Public Oversight Board (POB), dat uit woede over dit voorstel en bloc is opgestapt. Toch kwam het voorstel niet geheel uit de lucht vallen: de vorige voorzitter van de SEC had al geklaagd dat het beroep een zwaardere rol voor de POB blokkeerde. Het voorstel is ook wel degelijk zinvol; het elimineert de al dan niet terecht veronderstelde knusheid tussen toezicht en beroep.

Het Nederlandse kabinet heeft zich dan ook op het standpunt gesteld dat het toezicht op accountants moet worden toevertrouwd aan een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). Het verzet hiertegen van de zijde van de beroepsorganisaties is inmiddels aan het wegebben, de laatste dagen in versneld tempo.

Veel hangt echter af van de rechte rug van individuele accountants in specifieke situaties. Berenschot heeft vastgesteld dat de `afnemers van accountantsdiensten' in Nederland tevreden zijn over de onafhankelijkheid van hun accountant. Maar dat zegt niets: de geënquêteerden waren de gecontroleerden die de rekeningen betaalden. Zo had Berenschot bij de Belastingdienst, die de accountantsverklaring bij de subsidieregeling voor speur- en ontwikkelingswerk maar heeft afgeschaft, en bij de Europese accountants die de Nederlandse ESF-declaraties nagingen, ongetwijfeld andere geluiden vernomen.

Opleiding, regelgeving, toezicht en het bestaan van tuchtrechtspraak werken stellig preventief, maar niet voor 100 procent. Daarom is het niet verwonderlijk dat in Amerika het debat over de combinatie van controle en advies weer losbarst, terwijl nog niet zo lang geleden een verstrakking van de regelgeving door lobby's van gecontroleerden via de politiek is tegengehouden.

Het kabinetsstandpunt over de accountantswetgeving plaatst het algemeen belang, voor de eerste keer in Nederland, boven dat van beroepsorganisaties en van lobby's van gecontroleerden, zij het nog niet geheel consequent. Toch staat het Nederlandse accountantsberoep aan de poort van een nieuw, beter tijdperk. Maar dan moet wel worden afgerekend met enkele resten van het verleden; gemakkelijk zal dat niet zijn.

J.H. Blokdijk RA is emeritus-hoogleraar Accountantscontrole aan de Vrije Universiteit