Zwarte sneeuw, gouden schoen

Wesley Sonck (23) geldt in Vlaanderen als een onbegrepen lefgozer. De topschutter van Racing Genk voetbalt ook zoals hij steeds heeft geleefd: tussen pijn en passie. Onlangs werd hij gekozen tot Belgisch voetballer van het jaar.

Wesley Sonck uit Ninove won onlangs de Gouden Schoen, het referendum dat de beste Belgische voetballer van het jaar bekroont. Wesley Sonck is de topschutter van Racing Genk. Hij gaat recht op het doel af en heeft de versnelling, de beweging en de nukkigheid van de groten. In Vlaanderen geldt hij als een niet altijd begrepen lefgozer. Hij speelt bij de Rode Duivels met modieuze witte shoes, voert acrobatische salto's uit na goals, trapt woedend tegen reclameborden na missers. Hij dirigeert en stuurt zijn ploegmaats met het vingertje in de lucht, of scheldt ze openlijk uit. ,,Het is soms wel op het randje met Wesley'', zegt zijn begripsvolle coach Sef Vergoossen.

De 23-jarige Wesley Sonck voetbalt zoals hij steeds heeft geleefd: tussen pijn en passie, tussen aandoening en agressie.

Honderd jaar geleden maakte Auguste De Winne voor de linkse, Waalse krant Le Peuple een barre tocht door de Vlaamse regio. De journalist peilde de gemoedstoestand omtrent de strijd voor het Algemeen Stemrecht, die in 1902 het land zou beroeren. Hij bracht in zijn boek Door Arm Vlaanderen een wat hij noemde `hard werkend, onwetend en hongerend volk' in kaart. Hij duidde het geboortedorp van zijn vader aan als `een gat van verdriet'.

Dat was Ninove, destijds een stadje met getto's van spinners en twijnders die naaigaren produceerden. `In geen enkele Belgische stad werken de arbeiders zo'n onwaarschijnlijk groot aantal uren. Als gevolg daarvan wordt in Ninove veel jenever gedronken. De mensen zijn er werkelijk doodarm.' Auguste De Winne beschreef de stroeve opkomst van de sociaal-democratie in Vlaanderen en de daaraan verbonden dromen en desillusies.

Ninove is gelegen tussen Brussel en Aalst. De skyline wordt beheerst door twee naar het harde verleden verwijzende schoorstenen van zeventig meter hoog. Boven de historische Vlaamse stad spuwden textielbedrijven gedurende bijna een eeuw hun giftige gassen uit.

Naast de harde leefomstandigheden en het alcoholprobleem was er ook nog de vervuiling. Tot diep in de jaren negentig verziekte die letterlijk het leven van honderden mensen. Met psychisch leed, huidaandoeningen en zelfs verstoring van het seksueel gedrag tot gevolg. Toch noemt Ninove zichzelf sinds eeuwen `de oudste, stoutste en wijste stad'.

Van deze stoute stad, met zijn verleden van sociale strijd en weemoedig vertier, is Wesley Sonck een typische zoon. Met rooie roots. Zijn overgrootvader droeg fier de vlag van de socialistische fanfare. Zijn grootvader en grootmoeder waren vakbondsafgevaardigden. Zijn ouders baatten gedurende jaren een arbeiderscafé uit en stemden van oudsher ,,op de socialisten!''. Wesley Sonck proefde met volle teugen van dit militantisme. Hij draagt zijn opvoeding met overtuiging uit ,,want ik heb het met de paplepel meegekregen''. Hij nam met de Socialistische Partij (Vlaams equivalent van de PvdA) deel aan de gemeenteraadsverkiezingen van 2000 en scoorde meteen zeshonderdzesenzestig voorkeurstemmen. Omdat hij, als gevolg van zijn transfer naar Racing Genk, naar de andere kant van het land verhuisde kon hij geen mandaat opnemen: ,,Maar ik sluit niet uit dat ik na mijn voetbalcarrière opnieuw actief wordt in de lokale politiek. Ik wil de mensen zoveel mogelijk helpen.Ik zou graag zien dat de jeugd opnieuw meer ruimte krijgt om zich uit te leven. Ik voetbalde vroeger gewoon op straat.''

Wesley Sonck geldt inderdaad als de laatste Vlaamse straatvoetballer. Samen met zijn vriendjes voetbalde hij na schooltijd op straat tot het donker werd. Elke dag opnieuw willen zijn zoals Maradona, de grote held van de kleine Sonck. Altijd om te winnen, want verliezen was als sterven. Dan vloeiden er tranen.

Opgroeien in een volkse kroeg maakt een kind snel volwassen. Sonck is fier op zijn afkomst en getuigt van de mensenkennis die hij daar als vroegrijpe jongere opdeed. Hij ervoer het beide aan den lijve: de verbondenheid der kleine luyden in moeilijke omstandigheden, zowel als het dagelijkse gekift en gebekvecht om de banaalste dingen. ,,In die volksbuurt kwam iedereen met zijn plezier en zijn ellende naar het café.''

De jonge Wesley zag het in de film van het leven voor zijn ogen afspelen en dacht er het zijne van. ,,Zeer veel mooie momenten, maar evenveel miserie door alcohol en allerhande affaires. Ik heb vooral voorbeelden gezien van wat er allemaal fout kan lopen in een mensenleven.''

Ondanks die loutering van alledag, liep het ook verkeerd in de familie Sonck. Vijf jaar geleden verliet vader Jean-Pierre het Café Madelon, in de arbeiderswijk Nieperveld. Het vuur in de relatie met moeder Rosette, de volkse vrouw achter de toog, doofde helemaal uit. Wesley Sonck kon de scheiding niet bevatten en trok er één jaar later, amper achttien, zelf op uit om samen te wonen met zijn iets oudere fille fatale Evy. De breuk tussen moeder en zoon, samen lijdend aan dezelfde onverzettelijkheid, dijde uit.

De wonde lijkt niet meer te stelpen. Moeder zag na drie jaar haar kleindochter Amy nog niet. De Gouden Schoen bracht, ondanks de bemiddelingspogingen van broer Kevin, hen niet dichter bij elkaar. Het gejuich van de vrienden van de Madelon, met het televisietoestel tijdens de uitzending in het midden van de herberg, verstomde toen het moeder Sonck allemaal te veel werd. Pelé en Wesley in de glittering van de spotlights, moeder wenend in een achterkamertje. Vader Sonck beleefde de triomf van zijn zoon tweehonderd meter verderop in een somber huurhuisje dat hij sinds de echtscheiding betrekt. Alleen. Scherper kan een contrast niet zijn, dieper kan de pijn om liefdevol onbegrip niet snijden. ,,Het leven heeft me niets cadeau gedaan'', vertelde Sonck.

,,Ik heb zwarte sneeuw gezien. Ik knokte me erdoor. Ik voel me gelukkig op het veld. Zonder voetbal ben ik geen mens.''

De carrière verliep crescendo. Van degradatiekandidaat RWDM via middenmoter GBA naar topper RC Genk. De vurige mijnwerkersmentaliteit van het Limburgse publiek bevalt hem zeer. Het multiculturele elftal waarin hij speelt ook. Hij beleeft een blinde verstandhouding met de Albanese regisseur Skoko en de zwarte spits Dagano.

Wesley Sonck, woelig en gevoelig, vaart er wel bij. En blijft, althans voorlopig, wat hij is: een rode volksjongen, zij het nu één met een Gouden Schoen.