Wel verlangen, maar niet doen

Hij lijkt geen man die tot tranen geroerd met zijn vrouw de tango danst. Hij heeft meer iets van een Hollander die gruwt van emotioneel vertoon, als een man die beheersing tot kunst heeft verheven. Hij wekt de schijn niet geraakt te willen worden door liefde en passie, zoals hij daar zit aan een tafel in de koelste plek van Nederland, in het lokaal van Studio Sport, de plaats waar bij decreet het gevoel van realiteitszin geweld wordt aangedaan.

De professorale uitstraling van Hans Kraay met bril doet denken aan een wanhopig personage uit een roman van Milan Kundera. Hoezeer hij ook zijn best doet voetbal op een ernstige – neutrale – wijze te belichten, hij zal bij het voetbalpubliek nooit de emoties losmaken waarnaar het in zijn dromen verlangt. Het voetbalvolk zit per definitie niet te wachten op objectieve waarnemingen. Het wil opportunisme, supportersdom, kortzichtigheid en emotie. Een analyticus die niet voor Ajax is, is niet cultuurbewust – dus dom. Een analyticus die niet voor Feyenoord is, vraagt om messteken – ergens in een donkere steeg.

De rol die Hans Kraay vertolkt, is een ondankbare rol. De man die als voetballer met DOS en Feyenoord in totaal vier landstitels behaalde, die achtmaal in Oranje speelde, die trainer was bij Feyenoord, Ajax, PSV en AZ, kan niet ongestraft voor de camera zeggen wat hij diep in zijn hart voelt. Soms doet Kraay het en zegt hij vol verontschuldigingen – bevreesd voor represailles van het voetbalvolk – dat hij Ajax, Feyenoord, PSV of het Nederlands elftal niet zo goed vond voetballen. Jammer dat hij zo voorzichtig is, want vaak heeft Kraay gelijk en is Nederlands voetbal niet om aan te zien.

Eens was hij een Utrechter; een spijkerharde verdediger die bij DOS bereid was Tonny van der Linden door dik en dun te steunen. Serieus en gepassioneerd was Kraay. Daarom kocht Feyenoord hem weg bij landskampioen DOS. Driemaal stond hij aan de basis van een Rotterdamse landstitel. Kraay was niet de elegante voetballer die hij graag was geweest. Kon hij maar voetballen als Fransen en Brazilianen, dacht Kraay, dan was hij gelukkig geweest.

Waarom stond Kraay als Ajaxtrainer medio jaren zeventig aan de basis van het afscheid van een van Nederlands sierlijkste aanvallers, Piet Keizer? Pietje wilde bij Ajax niet meeverdedigen zoals Kraay het wilde, en kondigde in de televisieshow van Mies Bouwman zijn afscheid als voetballer aan. Waarom? Omdat Kraay verdediger was en niet kon uitstaan dat aanvallers nooit verdedigden. Vreemd, omdat juist Kraay gek was op voetballers met artistieke invallen. Kraay is altijd gek geweest op voetballers met passie en bijzondere vondsten. Als het maar met gevoel te maken had. Waarom dan Piet Keizer verstoten?

Hans junior, die ook voetbalde en in de showbusiness terechtkwam, deed wat Hans senior niet durfde. Hans junior was uitbundig, wat Hans senior stoorde. Een vreemde man. Wel verlangen, niet doen. Dan ineens die ingeving op 65-jarige leeftijd: op de lijst van een nieuwe politieke partij, Leefbaar Nederland. Toen de baas van de omroep hem confronteerde met zijn dualisme (voetbalcommentator en politicus) koos hij voor LN. Toen zijn zonen en dochter hem vervolgens confronteerden met de onbezonnenheid van zijn politieke ambities, liet hij de leiders van Leefbaar Nederland in verlegenheid achter.

Nu heeft hij straks niets meer. Geen voetbal meer waarin hij zich kan laten gelden, geen politiek waarin hij dacht te kunnen scoren. Hans Kraay weet het even niet. Als Georges Gurdjieff, de Russische denker, hem had ontmoet, had hij Kraay kunnen opnemen in zijn werk `Ontmoetingen met bijzondere mensen' en hem neergezet als `een mens voor wie het leven geen ander doel heeft dan het streven naar bewustwording en het leren luisteren naar en leven volgens ons geweten'.