Succes Zijderoute Festival vraagt om reprises

Wie een uitverkocht festival weet te laten eindigen met een potentiële hit, denkt ongetwijfeld al aan zijn volgende feestje. Met in elk geval één zekere gast: kemenche-speler Kayhan Kalhor. Diens tot slot van het Zijderoute Festival gespeelde Blue as the turqoise night of Neyshabur sloeg gisteren in het Concertgebouw zo geweldig aan dat de vraag alleen maar kan zijn wanneer deze Amerikaanse Iraniër met dit stuk terugkomt. Ook het speelse Moon over Guan Mountains van de Chinese componist Zhao Jiping en het bijna stilstaande In Ajimano van de Japanner Toshio Hosokawa overtuigenden genoeg om een reprise te rechtvaardigen.

Ook in het KIT Tropentheater eindigde het festival zeer bevredigend. Zo speelde het Turkse ensemble Kervan (karavaan), speciaal voor dit festival samengesteld, verrassend hecht in een programma met voor de pauze licht klassiek en na de pauze dansmuziek. Vooral leider en kanunspeler Göksel Baktagir en kemenche-speler Selim Güler imponeerden daarbij. De eerste door zijn virtuositeit en fraaie stukjes, de laatste door zijn ongelooflijke toon die zowel aan een blaasinstrument als aan een fraaie sopraan deed denken. Dat er in de Marmeren Hal tegen de bedoeling in nauwelijks werd gedanst, was te wijten aan twee dingen: het ontbreken van een krachtige beat en het feit dat de musici zich niet realiseerden dat weinig noten soms meer prikkelen dan veel.

De `Meesters van de Perzische klassieke muziek' kostte het zaterdag bijna een uur om contact met het publiek te krijgen. In de suite Dastgah Nava werd heel degelijk gemusiceerd maar tevens op zo'n introverte manier dat niemand er koud of warm van werd. Pas toen de jongste van de vier, de perfect trommelende Homan Shajarian, zich zingend bij zijn vader Reza voegde, begon de zaal met de musici mee te voelen.

Het deel na de pauze getiteld Bayat -E-Zand duurde ook een uur, maar voor het gevoel was het veel korter. De vocalen van Mohammed Reza werden extraverter, daarnaast was er nu ook samen-, dialoog en zelfs canonzang te horen. Ook instrumentaal viel er meer te genieten, bijvoorbeeld van een cadens op de gestreken kemenche waarin de super zuiver spelende Kayhan Kalhor uit twee mensen leek te bestaan. Dat de meesters tegen middernacht toch nog een toegift wilden geven was vooral te danken aan het Iraanse deel van het publiek dat zich na uren bescheiden luisteren eindelijk uitte in bevrijdend gejoel. Teheran in Amsterdam.

Dat Kalhor nog meer bleek te kunnen bleek dus zondag uit zijn compositie Blue voor een bezetting met o.a twee violen, twee altviolen en twee celli. Meezingbaar melodisch materiaal, pakkende ostinati, een vleugje mysterie en veel herhaling, als je dat spontaan weet te brengen, geheel onschuldig of leep doordacht, pak je zomaar een groot publiek, van hopeloze hunkeraars en verstokte romantici tot `new agers' en `minimalisten'. Voor de hitlijsten van de snelle jongens is Kalhors compositie met zijn twintig minuten natuurlijk te lang. Maar afgaande op de stemming in het Concertgebouw hadden het er best nog meer mogen zijn.

Slotdagen Zijderoute Festival met muziek uit Iran, Turkije, China en Japan. Gehoord: 2, 3/2 KIT Tropentheater en Concertgebouw, Amsterdam.