Schnittke's deurbel klinkt in Pianoconcert

,,Je heupen zijn als twee vazen waaruit de Nijl ontspringt. Je tenen gelijken reptielen. Alles aan jou is goddelijk.'' Aldus luidt de laatste frase die zaterdag in de Matinee in het Concertgebouw de Canadese sopraan Valdine Anderson zong in Château de l'âme (1996) van de Finse componiste Kaija Saariaho (1952), een uitzonderlijk welluidende liederencyclus met orkest. En dan was er nog in het slot een geheimzinnig fluisterend koortje van vier sopranen en vier mezzosopranen op woorden als `enfant' en `ciel' geput uit oud-Egyptische bezweringen om ziektes bij kinderen te verdrijven.

Waarschijnlijk zou Ravel zo hebben gecomponeerd als hij nog had geleefd. Ook voorschriften als dolce e calmo (zoet en beheerst, feestelijk voornaam) verwijzen naar Frans impressionistische voorbeelden. Ooit bevond deze componiste zich in de voorhoede van de moderne muziek met werken als Du Cristal in een onvoorstelbare verscheidenheid aan fonkelende klankmassa's in een voortdurende transformatie. Toen componeerde ze teksten als die van Tarkovski: ,,In de zonneschijn is het weliswaar behaaglijk warm, maar er moet toch meer zijn dan dat.'' Indachtig Beethovens devies: ,,De kunst eist het van ons dat we verder moeten. We kunnen ons niet steeds blijven koesteren in het verleden.''

Als Alfred Schnittke het verleden uitcomponeert is het steeds provocatief, als een contrast met het heden. In zijn eigen beschrijving van het Concert voor piano en strijkers uit 1979: ,,Een gemene uitbarsting van energieën in de stijl van Prokovjef en een bluesnachtmerrie gevolgd door een pianocadens tot in de echte climax alles in duizend stukken uiteenspat.'' Daaraan is weinig feestelijks of lieflijks aan te beleven. Ook zo'n elegante tekst over heupen als vazen past allerminst bij Schnittke, tenen als reptielen zou nog kunnen.

Typerend is het banale blueselement al in zijn Eerste symfonie (1974) met een felle jazzuitbarsting. De medewerkenden aan de première in Gorky werden op staande voet ontslagen. Banaal is ook het begin van het enkele jaren later gecomponeerde Pianoconcert, dat vrienden meteen herkenden als de deurbel van Schnittke's appartement waar hij 's nachts om niemand te storen op de overloop componeerde. De piano kan mijmeren om opeens over te gaan in een woede-aanval als Schnittke inspiratie met geweld wil afdwingen. En precies zo vertolkte Andrei Hoteev het concert, voortdurend hield hij je waakzaam met de de piepende geluiden boven een enge bas, als van een kind dat fluit in het donkere bos.

Daar paste zeker Moessorgski's Nacht op de kale berg bij, zoals Sibelius' toneelmuziek Kuolema en het orkestlied Luonnotar goed aansloten op Saariaho. Maar Schnittke en Saariaho hadden elkaar niets te vertellen.

De Estlandse dirigent Eri Klas zette zich al in de jaren zeventig in voor Schnittke, dus aan begrip was er geen gebrek. Wel was het allemaal wat met de grote kwast aangebracht, wat overigens Moessorgski niet misstond, zeker niet in deze uitvoering van de ruigere originele versie die pas in 1968 beschikbaar werd.

De sopraan Valdine Anderson voldeed vooral in het lage en het middenregister. Het hoge flakkerde te onrustig, waar Saariaho excelleerde in een goddelijk calmo.

Concert: Radio Symfonie Orkest o.l.v. Eri Klas. Gehoord 2/2 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 5/2, 20.30 uur.