Papje

Als plichtbewust chroniqueur hoor je iets voor je lezers over te hebben, en daar stond ik dus op zaterdagmiddag omstreeks kwart over een: op het Singel tegenover de universiteitsbibliotheek vlakbij het Koningsplein. Een paar uur eerder had ik dertig meter verderop een poosje naar de anti-monarchistische demonstranten geluisterd en het was zonneklaar: als ergens de revolutie zou uitbreken, dan was het daar.

Zou de politie dat ook hebben gedacht? Er was niets van te merken. In het kwartier voor de gouden koets langskwam, kon je moeiteloos naar de voorste rij doorlopen. Rechts van mij stond een vader met zijn dochtertje op zijn nek, links van mij stonden op een verhoginkje enkele punkige, joelende demonstranten. Wij werden door een gele container gescheiden van de grote groep demonstranten even verderop. `Ons' groepje, waar de koets eerst langs moest, werd in de gaten gehouden door twee `stillen' met oortelefoontjes.

Toen verscheen de koets.

De paarden trappelden nerveus, de jongens naast mij begonnen nog harder te schreeuwen en opeens zeilde er een voorwerp over onze hoofden heen dat precies op het dak van de gouden koets belandde. Een briljante worp. Iemand moest op het laatste moment naar voren gelopen zijn en zonder al te veel zicht op de straat wij stonden vóór hem - zijn gooi gedaan hebben. Máxima had meteen in de gaten dat er iets mis was, haar gezicht verstrakte het enige moment tijdens de hele rijtoer.

Het voorwerp op de koets spatte open met het geluid van een blikje bier dat geopend wordt. Ik dacht ook even dat het dat was: een blikje bier. De inhoud schuimde naar beneden, over de ramen, die meteen door een lakei werden schoongepoetst.

De koets vertraagde geen moment en naast mij kwamen de `stillen' onmiddellijk in heftige actie. Ze stortten zich vloekend op de punkers (die niet gegooid hadden) en ook achter ons werd er opeens volop geworsteld ik nam aan met de dader. Er was een begin van paniek. Wat kon er wel niet allemaal gaan gebeuren? Ik keek naar rechts waar de koets nu langs de grote groep demonstranten reed. Een tumult van deksels en pannen, er suisde een wc-rol naar de koets, maar daarbij bleef het. De toeschouwers verspreidden zich met trillende knieën en de arrestanten werden in een politiebusje afgevoerd.

De officiële lezing bleef urenlang: een verfbom. Op het einde van de middag vertelde de politie dat het een zakje meel, aangelengd met water, was geweest. Een meelpapje dus.

Pa was er niet, papje wel.

Ik bleef zitten met een enorm raadsel. Er waren duizenden militairen en politiemensen op de been om een compleet draaiboek van veiligheidsmaatregelen uit te voeren. Maandenlang was daarover door de beste specialisten beraadslaagd. Maar op het moment suprème kon een simpele demonstrant gewoon naarvoren lopen en zijn daad verrichten. Stel dat hij geen meelpapje, maar een bommetje had gegooid. We waren toch zo bang voor terroristen?

Die rijtoer is het grootste risico geweest dat Wim Kok in zijn carrière heeft genomen.