Misverstand over `Uw God is mijn God'

`Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God'. Die woorden uit het bijbelboek Ruth had ds. Carel ter Linden gekozen als het centrale thema voor zijn preek. Die woorden zijn echter vatbaar voor misverstanden.

Ds. Carel ter Linden heeft zaterdag in de Amsterdamse Nieuwe Kerk zijn reputatie bevestigd van een predikant die over de gave van het woord beschikt. Zijn preek bij de kerkelijke bevestiging van het huwelijk van kroonprins Willem-Alexander en prinses Máxima was uiterst zorgvuldig geformuleerd, helder, zeer persoonlijk in de richting van het bruidspaar en liet de pijnlijke zaken, zoals de afwezigheid van Máxima's ouders, niet ongenoemd. Bovendien had Ter Linden niet een makkelijk in het gehoor liggend bijbelwoord over `de liefde' gekozen voor een prettig klinkende meditatie, maar een tamelijk ingewikkeld verhaal dat nogal wat uitleg nodig had. Dat maakte het beluisteren van de zaterdagse trouwpreek tot een genoegen.

De tekstkeus uit Ruth, een van de charmantste boeken uit het Oude Testament, was ronduit origineel. Het boek geeft een subtiele tekening van de wijze waarop de eigenlijke hoofdpersoon van dit boek, de Israëlitische vrouw Naomi, schoonmoeder van Ruth, gebruikmaakt van alle mogelijkheden van de mozaïsche wetgeving om weer een bestaan op te bouwen in haar land, na een noodgedwongen emigratie van tien jaar. Honger had Naomi uit het land Israël verdreven en met grote creativiteit slaagde ze er na terugkeer in, met steun van Ruth, een nieuw begin te maken. Het verhaal is een echte idylle, een pastorale met een happy ending, inclusief een toekomstperspectief. Ideaal voor de bevestiging van een koninklijk huwelijk.

Toch laat zich de vraag stellen naar de houdbaarheid van de toepassing van de tekst op het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima. ,,Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God'' luidden de woorden die Ruth sprak tot Naomi, toen ze met haar meeging naar Israël. Die woorden maakten niet alleen de radicaliteit van Ruths keuze duidelijk een keuze die vergelijkbaar is met de keuze die je maakt door een huwelijk met iemand te sluiten maar ze impliceerden tevens een expliciete verwerping door Ruth van de goden die in haar vaderland werden vereerd. De manier waarop Ter Linden deze woorden vertaalde naar de overkomst van Máxima naar Nederland was kort door de bocht. Hij leek de tekst enigszins te overvragen. Want Argentinië zou in deze wijze van lezen Moab zijn en Nederland ,,het beloofde land''. Dat kan niet zijn bedoeling geweest zijn. De argeloze luisteraar kon bovendien onbedoeld de indruk krijgen dat de katholieke Máxima een andere God dient dan de hervormde Willem-Alexander. En de volgorde van Ruths woorden eerst het volk dan God zou de suggestie kunnen wekken dat Máxima op den duur wel lid zal worden van de Nederlandse Hervormde Kerk. Nederlandse is ze immers al. De rest komt nog wel goed. Ter Linden leek zich van dat gevaar bewust. Hij corrigeerde zijn uitleg en relativeerde de parallellen weer toen hij zei: ,,[..]het geloof in God, de God van Abraham en Mozes en Jezus, dat deelden jullie al samen''.

Aan het slot van zijn preek compenseerde Ter Linden zijn associatief-exegetische slippertje ruimschoots door te verwijzen naar het slot van het bijbelboek, waarin wordt verhaald hoe Ruth overgrootmoeder werd van koning David, Israëls belangrijkste koning. Ook wees hij erop dat Ruth genoemd wordt in het geslachtsregister van Jezus, die in het christendom als Davids ,,grote zoon'' wordt beschouwd. Daaraan verbond hij een verwijzing naar de normen waaraan een goed koningschap dient te voldoen. Een koning dient een hoeder te zijn van de armen. De oudste zoon van Ruth werd Obed genoemd, wat `dienaar' betekent. Ter Linden: ,,Het koningschap wortelt in het dienen. En daarom bidt een goede koning ook tot God: `dat ik toch vroom mag blijven uw dienaar te aller stond'.''