Landelijke politiek moet volbouwen Veluwe tegengaan

De gemeentes staan te zwak om het bouwen in de Veluwse natuur te verhinderen. Daarom moet het rijk juridisch en financieel te hulp komen, menen Olaf Slakhorst en Michiel Hegener.

Sommige beslissingen nemen zichzelf. De manier waarop ons allergrootste natuurterrein, de Veluwe, dezer jaren wordt volgebouwd met nieuwe huizen, lijkt daarvan een voorbeeld. Recente cijfers van de provincie Gelderland geven aan dat het tempo sinds een paar jaar tegen de twee nieuwe huizen per dag ligt – en dat dus binnen het Centraal Veluws Natuurgebied (CVN) dat al in 1978 werd aangewezen als `rijksrestrictief gebied'. Binnen het CVN mochten nauwelijks nog nieuwe woningen komen. Om misverstanden weg te nemen over waar wel en waar niet, staan er sinds de Vinex Nota (1992) contouren rond alle bewoningskernen op en rond de Veluwe. Daarbuiten mag geen nieuwbouw verrijzen.

En het gebeurt wel. Onlangs werd bekend dat het CVN er in 1996-2000 ruim tweeduizend woningen bij kreeg, een groei van 27 procent. De grote truc: ze staan op vroegere kampeerterreinen en gaan door voor recreatiewoningen. In 2001 zette die groei zich versneld verder.

De bestemming was de kampeerterreinen van oudsher recreatie en een percentage (meestal tussen 5 en 15 procent) van het terrein mocht worden bebouwd met recreatiewoningen. De bestemming recreatie blijft gewoon gehandhaafd als er nieuwe huizen verrijzen. Vaak hebben ze een technokeuken, ligbad, sauna, twee of meer slaapkamers, een grote living met open haard, wijnkelder en tuindeuren. En officieel mogen ze niet groter zijn dan 75 vierkante meter, maar grotere woningen en uitbreidingen worden grootschalig gedoogd. Bij de maximaal toegestane omvang, en een bebouwing van tien procent van het terrein, passen er dertien woningen op een hectare. Tussen Hoenderloo en Beekbergen is zo inmiddels een zeven kilometer lange barrière ontstaan, met nog één opening van 960 meter voor het wild dat erdoor wil. Als een gemeente om welke reden dan ook een bouwvergunning weigert komen er mobile homes van zeven bij elf meter: ook vakantiewoningen maar dan met twee autopedbandjes eronder zodat ze voor caravan kunnen doorgaan. En caravans mochten toch altijd?

Met of zonder wielen – er valt heel goed permanent in te wonen, en dat is dus wat grootschalig gebeurt. Officieel is het nergens toegestaan, maar handhaving van de wet is zeer lastig want de bewijslast ligt bij de gemeente. Waar staat de bewoner ingeschreven? Waar gaan de kinderen naar school? Waar wordt de post bezorgd? Hoe vaak zijn de lichten 's avonds aan? Speciale onderzoeksbureaus mogen het allemaal fijn uitzoeken. En veel bewoners dekken zich in door een flatje in Zoetermeer of Almere aan te houden en daar ingeschreven te staan. Een postadres op een andere plaats is ook zo geregeld.

Permanente bewoning van vakantiewoningen – op de Veluwe en elders – heeft de laatste jaren ruim aandacht gekregen in de media, maar uiteindelijk is dat niet de crux van het probleem. Wie 365 dagen per jaar in een tentje op een natuurkampeerterrein bivakkeert, woont daar permanent, maar veroorzaakt aanzienlijk minder schade dan een vakantiewoning die twee of zelfs tien maanden per jaar leegstaat. En een vakantiewoning waar elke twee of drie weken andere vakantiegangers intrekken is ten minste zo bezwaarlijk voor de natuur als een permanent bewoonde.

Het werkelijke probleem is tweeledig. Dat kampeerterrein na kampeerterrein in een recreatiewoonwijk verandert is weliswaar niet in strijd met de letter van de wet, maar wel met de geest. In rissen provinciale en rijksrapporten staat dat de Veluwse natuur beschermd moet worden. Gelderland kwam in eind 1999 met een beleidsnotitie waarin een moratorium op de bouw van nieuwe woningen op de Veluwe werd afgekondigd – alleen zijn bijna overal nog bestemmingsplannen van kracht die het gewoon toestaan. En dan is er nog de bijkomende kwestie van de terreinuitbreidingen. In 1991 verklaarde staatssecretaris Gabor van Natuur dat uitbreiding van de ruim 500 kampeerterreinen op de Veluwe uit den boze was maar vijf jaar later viel in het Streekplan Gelderland te lezen dat elk kampeerterrein er onder voorwaarden twee hectare bij kon krijgen. Recreatieondernemers zijn daar reuze blij mee, onder meer omdat er een tekort aan echte kampeerplaatsen is ontstaan door de massale omzetting van kampeerterreinen in woonwijkjes.

Het tweede bezwaar is dat de grootste troef van de Veluwe – de uitzonderlijke omvang van de onbebouwde natuur – zo in rap tempo teloorgaat. De vele honderden kilometers hek die de Veluwe al lang ontsieren zijn snel verwijderd als het moet. Wegen zijn een groter probleem, maar er komen er allang geen nieuwe bij; en waar ze liggen valt de natuur deels te repareren door brede ecoducten te bouwen. Maar voordat die duizenden onbedoelde woningen weer uit de natuur zijn verwijderd, zijn we decennia en honderden miljoenen euro's verder, uitgaande van de haast utopische gedachte dat de bestuurlijke wil zou ontstaan om de ontwikkeling terug te draaien.

Nederland als geheel, de landelijke politiek in het bijzonder, zou veel meer verantwoordelijkheid moeten nemen voor het behoud van de Veluwe. Zeker zoveel als voor de Waddenzee of het Groene Hart, om de gedachten te bepalen. Alleen op de Veluwe – 100.000 hectare – kun je nog dagenlang in een rechte lijn door de natuur lopen; overal elders sta je na hooguit een halve dag weer tussen de bebouwing en/of de landbouwgronden. Het terugdraaien van de vrijheden die de vigerende, verouderde Veluwse bestemmingsplannen nu bieden voor de bouw van recreatiewoningen vereist politieke wil. En het gaat ook geld kosten: de eigenaar van grond die iets niet meer mag wat volgens het bestemmingsplan eerst wel mocht, kan planschade eisen. Als eerste van de zeventien gemeentes met grond op de Veluwe heeft Barneveld de bouw van recreatiewoningen nu aan banden gelegd: daar zijn 1500 nog te bouwen vakantiewoningen wegbestemd, en de advocaten van de projectontwikkelaars staan er inmiddels in de rij om hun recht te halen. Er lijkt maar één oplossing om de bouw van woningen in de Veluwse natuur stop te zetten: het rijk moet alle juridische middelen inzetten om het lek in de wetgeving te dichten, en zal de gemeentes financieel bij moeten staan. Dat is veel simpeler en goedkoper dan het alternatief: de ontwikkeling van nu op zijn beloop laten en al die nieuwe woningen later onteigenen en afbreken.

Olaf Slakhorst werkt bij de Gelderse Milieufederatie; Michiel Hegener is medewerker van NRC Handelsblad.