Inenting

Otto I, die van 1886 tot 1913 koning van Beieren was, stelde er prijs op iedere dag voor het ontbijt een boer neer te schieten. Geen gezeur, gun de vorst zijn pretje, dachten de Beieren. Iedere ochtend reikte een dienaar hem zijn geweer aan dat geladen was met losse flodders. Een andere dienaar stond in het veld, vermomd als boerenkinkel, en liet zich op de grond vallen als het schot weerklonk. Dan ging de vorst verkwikt aan het ontbijt.

Net als zijn voorganger, zijn beroemde broer Ludwig II, werd Otto niet in staat geacht om het land te regeren. Er was een regent aangesteld die dat voor hem deed.

De vorst die geen echte macht meer heeft maar nog wel zijn pretjes, het geweer met losse flodders en de dienaren die het de vorst zo goed mogelijk naar de zin maken vormen een waar embleem van de constitutionele monarchie en haar heilzame rol in de samenleving. Is de aandoenlijke Otto niet ver te verkiezen boven een Amerikaanse president die iedere dag voor zijn ontbijt een stad wil bombarderen en daar gezien zijn oorlogsbudget beslist geen losse flodders voor zal gebruiken? De vraag behoeft geen antwoord.

Wie speelden bij ons de rol van die twee behulpzame dienaren? Ze moeten een twinkeling in de ogen hebben gehad als ze hun spel met Otto speelden en onze gedachten gaan daarom meteen naar nieuwslezer Philip Freriks. ,,De schrijver Leon de Winter ging van dik hout zaagt men planken tekeer tegen het koningshuis'', zei hij streng.

Nog nooit vertoond dat het televisiejournaal een krantencolumn recenseerde. Wonderlijker en ongepaster nog dat de Rijksvoorlichtingsdienst en de Nederlandse ambassade in Duitsland hetzelfde deden. Maar Freriks had de twinkeling van de vorstendienaar die weet dat het om een geintje gaat. ,,Je zag toch wel dat ik nauwelijks mijn lachen kon houden?'', moet hij na de uitzending aan zijn vrienden hebben gezegd.

De andere dienaar met gevoel voor een geintje was de ceremoniemeester die in de Nieuwe Kerk mannen met stofzuigers liet rondgaan toen de hoge gasten hun plaats al lang hadden ingenomen. Het mankeerde er nog aan dat ze even van hun stoel moesten opstaan om de schoonmakers de moeilijke hoekjes te laten doen.

De burcht van het verzet, het krakersbolwerk Vrankrijk, had een spandoek met de tekst: `Van Jugend tot junta, Oranje trouwt fout.' Jugend? Zo zagen we dat ook de krakers in het poldermodel zijn geïntegreerd. Er moet overleg geweest zijn met de gemeente Amsterdam. De Vransen hebben ongetwijfeld ingezet op SS en SA, deden vervolgens met Hitlerjugend wat water in de wijn en ten slotte was Jugend een compromis waar iedereen mee kon leven.

Had er niet op het Kootwijkerzand getrouwd kunnen worden, waar niemand er last van had gehad? Wie dat vraagt miskent de functie van de constitutionele monarchie. De constitutionele monarchie is het monster van de macht, maar ontdaan van tanden en klauwen. En zoals een vaccin tegen een ziekte overeenkomt met de ziekteverwekker, maar in een ongevaarlijke vorm die slechts het afweersysteem van de mens stimuleert, zo is de constitutionele monarchie een vaccin dat ons weerbaar moet maken tegen de echte macht.

Afgezette stadsdelen, fietsen ingepikt, een legermacht op straat, helikopters ronkend in de lucht, een rijkspropagandadienst die de zweep legde over iedereen die geen zin had om vrolijk feest te vieren, het was geen pretje om het aan te zien, maar eerlijk is eerlijk, echt kwaad deed het niet. Het was het gezicht van de macht, maar zonder tanden. We zijn weer eens ingeënt de afgelopen weken en het deed nauwelijks pijn.