... en Amsterdam

Voor het eerst sinds ruim 35 jaar is een staatkundige plechtigheid in Amsterdam nagenoeg smetteloos verlopen. Dat was bij het huwelijk van prinses Beatrix en prins Claus in 1966 en de inhuldiging van de koningin in 1980 wel anders. Dat de revanche van het Huis van Oranje zo goed is verlopen wijst niet alleen op de veranderde en vooral mediamieke rol van de monarchie. Het toont eveneens dat handhaving van de openbare orde bij grootschalige evenementen is uitgegroeid tot een soort bedrijfstak waarin de hoofdstedelijke politie is gespecialiseerd. Ook Amsterdam verdient daarom een compliment. En een gebaar van waardering vanwege het staatshoofd en haar huis.

Alle middelen waren ingezet om problemen te voorkomen. Tegelijkertijd straalden de hoofdstedelijke autoriteiten een verbluffende rust uit, die ook de Rijksvoorlichtingsdienst met haar behoefte aan totale controle niet kon verstoren. Burgemeester Cohen was zaterdagmorgen het symbool van dit zelfvertrouwen. Hij leek niet uit zijn evenwicht te brengen. Het enige smetje werd veroorzaakt door de aanhoudingseenheden van de politie die, oog in oog met een klein groepje lawaaiige, maar op de keper beschouwd kinderlijke demonstranten, naderhand hun zelfbeheersing kortstondig verloren.

Voor Amsterdam is dit een welhaast nieuw imago. De stad is geen centrum waar alles kan en mag. Als het er op aankomt, is Amsterdam ook een gemeente waar de burgers de beperkingen aanvaarden die de hoofstedelijke status onvermijdelijk met zich meebrengt.

Het gemeentebestuur moet hierbij wat langer stilstaan. Tevredenheid en opluchting mogen. De organisatie van het huwelijk was inderdaad ontspannen én alert. Maar de stad had ook iets weg van een Potemkin-dorp. De aanblik van het Damrak illustreerde dat bij uitstek. De helft waar paar en gasten langs paradeerden zag er fatsoenlijk uit. De andere helft oogde afgetrapt als vanouds. Het is de bewoners van Amsterdam desondanks niet ontgaan dat het gemeentebestuur wel degelijk in staat is voor de publieke ruimte te zorgen. Het is aan burgemeester Cohen en zijn wethouders om de geest van 2 februari ook de overige 364 dagen van het jaar vast te houden.