België koestert een wenende kampioen

In Zolder zagen zestigduizend fans de Belg Mario de Clercq zegevieren. Het WK veldrijden stond weer bol van de emoties en intriges. De Nederlander Richard Groenendaal eindigde ongedeerd op de vierde plaats.

Veldrijden is een familiesport met traditionele kampioenen. Voor het eerst sinds 1971 eindigden drie Belgische beroepsrenners op het erepodium bij een wereldtitelstrijd. Bij de voorlaatste gelegenheid in Apeldoorn was de huidige bondscoach Erik de Vlaeminck de winnaar en eindigde René de Clercq op de derde plaats. Gisteren kreeg zijn zoon Mario de Clercq de regenboogtrui omgehangen. René volgde de verrichtingen op afstand. Mario barstte in tranen uit, toen hij na de huldiging werd herinnerd aan een inmiddels bijgelegde ruzie met zijn vader.

Familievetes en huilpartijen zijn onlosmakelijk verbonden met het veldrijden. Geen sport wordt zo emotioneel beleefd als het crossen in België. De onderlinge wedijver is groot. Iedere renner heeft zijn eigen fanclub. Elke krant wakkert de competitie aan. Oud-kampioenen spreken hun voorkeur en afkeur uit, met alle verhitte dicussies van dien. Het koersverloop is een ingewikkelde legpuzzel die meestal wordt opgelost in de kleuren rood, geel en zwart.

De Belgische overheersing deed denken aan de Nederlandse suprematie bij het schaatsenrijden. De toeters en bellen, de vlaggen en spandoeken, het bier en de worst: Thialf was er niks bij. Circa zestigduizend toeschouwers waren op het autocircuit van Zolder getuige van een heroïsche wedstrijd, die in een hels tempo werd gereden. Het snelle, zanderige parcours was in het voordeel van tweevoudig wereldkampioen De Clercq.

De gedoodverfde favoriet is bijgelovig. Als hij bij het inrijden nul of twee eksters ontdekt, kan hij de race met vertrouwen tegemoet zien. Ziet hij één zwart-wit vogeltje op het parcours, dan rijdt hij zo lang mogelijk door om nog een exemplaar te ontwaren. Gezien de einduitslag en de enorme mensenmassa lijkt het aannemelijk dat alle eksters op de vlucht waren.

De 35-jarige De Clercq was in een vorig wielerleven een middelmatige wegrenner. Hij ging zich daarom specialiseren als veldrijder. De crosser De Clercq profiteert nog elke dag van zijn ervaringen op de weg. Hij is een lepe renner die het vuile werk graag aan zijn medevluchters overlaat. `Profiteur, profiteur', schreeuwden de aanhangers van Tom Vannoppen en Sven Nys onder het finishdoek. Daarmee deden ze de winnaar geen recht.

De Clercq was de enige constante factor in de kopgroep die voortdurend van samenstelling veranderde. Hij had een betere start dan zijn concurrenten Nys en Richard Groenendaal, die door een inhaalrace in de beginfase in de slotfase uitgeput waren. Alleen titelhouder Erwin Vervecken toonde zich aanvankelijk gelijkwaardig aan zijn opvolger. Hij kreeg problemen met schakelen en stapte in de achtste ronde van zijn fiets.

Tot groot genoegen van de meeste toeschouwers streden drie andere Belgen om de vacante wereldtitel. De Clercq wist zich gesteund door Vannoppen. Dit talent uit de buurt van Zolder – zijn supporters hadden de files vermeden en waren per boot door het Albertkanaal gevaren – wordt zijn ploeggenoot en deelde zijn hotelkamer voor het WK. Volgens een ongeschreven wet in een landenwedstrijd mochten zij hun sponsorbelangen laten prevaleren.

Eenling Nys voerde een ongelijke strijd. Hij probeerde in de laatste ronde nog wel te versnellen. Hij kreeg daarbij de hulp van een supporter, die even de arm van De Clercq vasthield. Het onsportieve gedrag had geen invloed op de einduitslag. Nys werd snel ingehaald en was in de eindsprint veel te langzaam voor De Clercq.

Op de persconferentie gunde Nys na afloop De Clercq alle eer. De ruzie van twee jaar geleden leek bijgelegd. Bij het WK in Sint Michielsgestel stonden beide Vlamingen huilend op het schavot. Nys had niet willen rijden voor zijn landgenoot De Clercq, omdat zijn Nederlandse ploeggenoot vooruit reed. Groenendaal kon in zijn woonplaats profiteren van de Belgische burenruzie. Hij behaalde zijn eerste en voorlopig laatste wereldtitel.

Onder de droge, gemakkelijke omstandigheden in Zolder viel gisteren weinig eer te behalen voor Groenendaal. Hij rijdt liever in de regen en de modder. Maar het parcours was geen excuus voor zijn tegenvallende prestatie. Hij bungelde ,,als een jojo'' tussen de kopgroep en het achterveld. Hij sprak over ,,een rampzalige koers'' en doelde op zijn slechte start, zijn materiaalpech en zijn valpartij.

De duikeling in de vierde ronde werd veroorzaakt door een stuurfout en niet door een onsportieve manoeuvre van een Belgische achterblijver, zoals Groenendaal zijn toehoorders wilde doen geloven. Voor zijn pijnlijke voet, halverwege de race, had hij ook een originele verklaring. De gesp van zijn schoen zou op een ader hebben gedrukt. Waarom het lichamelijk ongemak aan het eind van de rit weer verholpen was, bleef een raadsel.

Groenendaal was ,,ondanks alles tevreden'' met een vierde plaats. Hij ging net als de drie Belgen juichend over de streep, wat in zijn geval op een provocatie leek. Hij had zich ,,niet gestoord'' aan het boegeroep langs de kant. De vijandige houding van de Belgische supporters, met wie hij al jaren op voet van oorlog leeft, werd ondergesneeuwd door de spanning aan het front. Volgens Groenendaal was De Clercq de terechte winnaar. Hij verwees naar diens erelijst. Bij de laatste vijf WK's stond de steenbakkerszoon uit Wortelgem telkens op het podium.