Alleen westerlingen, dus prima buren

,,Als die gast mij nog een keer Georgie noemt, trek ik zijn kop eraf en spoel die door één van de vier WC's hier'', zeg ik tegen mijn vriendin als we met de makelaar een appartement binnenstappen waarvan we bij de voordeur al weten dat we het niet willen. Nepzuiltjes, een bladgouden paard en een waterput van plastic bij de ingang, binnen meer toiletten dan kamers en een Arabische indeling, dat wil zeggen een voordeur die direct uitkomt in de woonkamer.

Dagenlang laten we ons al door Oost-Jeruzalem leiden maar nog steeds hebben we niets betaal- en leefbaars gezien. Lof voor Allah dat we een taal spreken die niemand snapt. Zo kun je tegelijk beleefd doen tegen de makelaar en de huiseigenaar, en eerlijk tegen elkaar. Gewoon een opgewekte toon aanslaan als je bij binnenkomst zegt: ,,Misschien speelt de vermoeidheid mij parten maar dit lijkt toch echt nog weer lelijker dan het vorige huis. Zouden deze mensen kleurenblind zijn?''

,,Georgie! Dit is wat jullie zoeken'', meldt de makelaar zich. ,,Drie kamers, fully furnished met magnetron, droger en twee bubbelbaden. Alle andere huurders zijn westerlingen dus je hebt prima buren. En excellent security.'' Dat gezeur over security! Als er een gebied in de wereld weinig `kleine' criminaliteit kent, dan is het de Arabische wereld. ,,De masterbedroom'', wijst de makelaar naar een plastic bed in marmerkleuren met dressoir en kast. ,,Met elektrische rolluiken.''

Welkom in de wereld die ex-pat heet.

Een mooi huis levert onze zoektocht dus niet snel op, maar wel een scherp inzicht in de manier waarop dit Arabische deel van de Eeuwige Stad langzaam en doelbewust wordt kapotgemaakt door Israël. Vijfendertig jaar al houdt Israël Oost-Jeruzalem bezet en in die tijd is er alles aan gedaan om de christelijke en islamitische inwoners weg te pesten. Israël beschouwt Jeruzalem als de ondeelbare hoofdstad van een joodse staat, en heeft ondanks internationale veroordelingen de hele stad ingelijfd. Nu is een sluipend proces bezig van judaïsering, waarbij het leven voor de niet-joden zo ellendig mogelijk wordt gemaakt. Zo krijgen ze nauwelijks bouwvergunningen terwijl ze sinds de intifadah niet meer de Westelijke Jordaanoever of de Gazastrook in mogen. Israël hoopt dat de Oost-Jerusalemites vertrekken, en dat doen ze ook, vooral de christenen.

Gesprekken met huisbazen maken duidelijk waarom. Net als de joodse inwoners van West-Jeruzalem betalen de moslims en christenen in Oost enorme belastingen. Maar hun wegen zitten vol putten, water en licht vallen veel vaker uit, de post wordt er slecht bezorgd en de Israëlische telefoonmaatschappij weigert er ISDN aan te leggen of kabels te repareren. Wie als inwoner van Oost-Jeruzalem een keer vergeet zijn papieren te verlengen, waar ter wereld hij of zij zich ook bevindt, kan er nooit meer gaan wonen.

Waarom ze niet in opstand komen en meedoen aan de intifadah? ,,Als niet-joodse inwoner van Israël word ik gediscrimineerd bij het leven. Maar ik heb wel recht op medische zorg en scholing, en als de Israëlische politie mij mishandelt kan ik verhaal halen,'' zegt een jonge huisbaas, ook weer met een verschrikkelijk soort Holiday-Inn-achtig appartement voor 1.600 dollar. Ik leef liever in de racistische welvaartsstaat Israël dan in de niet-racistische maar corrupte dictatuur van Arafat.''

,,Wij hebben het sinds kort veel beter'', wijst meneer Najati, ook weer met zo'n even superdeluxe als klootloos appartement in de aanbieding, naar de enorme vesting voor zijn huis met prikkeldraad en Davidsterren. ,,Door de komst van die joodse nederzetting is de infrastructuur enorm verbeterd. De wegen hebben nu zelfs asfalt zodat de kolonisten razendsnel naar West kunnen racen.''

De enige buitenlanders die nog in Oost-Jeruzalem wonen, doen dat omdat ze dat moeten: ontwikkelingswerkers, diplomaten bij de permanente vertegenwoordigingen in Ramallah en een enkele journalist. De ellende is dat diplomaten en ontwikkelingswerkers rustig twee- tot drieduizend dollar per maand neerleggen voor een ongemeubileerde woning. Hun werkgever betaalt toch wel, net als voor de verhuizing van hun ijskast, bedden en kasten. Maar wij hebben geen meubilair, en al helemaal geen tweeduizend dollar.

Ooit dacht ik dat ex-pats ruimdenkende, cosmopolitische mensen waren die in het buitenland woonden omdat ze dat buitenland wilden leren kennen. Die heb je er inderdaad tussen zitten. Maar getuige het aanbod in Oost-Jeruzalem en de manier waarop onze makelaar denkt dit te moeten aanprijzen, lijken de meesten toch hoofdzakelijk te letten op luxe en een zo ver mogelijke verwijdering van de lokale bevolking.

Uiteindelijk vinden we iets aan de weg richting Ramallah, eigendom van een katholieke familie die in 1948 uit Haifa vluchtte. ,,We hadden vier huizen'', herinnert zich huisbazin Claire. ,,Toen lagen we daar opeens in de katholieke kerk van de Oude Stad. Alles kwijt.'' Anders dan veel van haar lotgenoten verloor zij niet haar gevoel voor smaak en redelijkheid, dus geen roze open haard, zilveren gordijnen, tegelverwarming, volautomatische snijmachines in de keuken, airconditioning. ,,Hoe kun je dat nu nemen?'' roept de makelaar wanhopig, want dit appartement vonden wij via zijn rivaal, waardoor hij zijn commissie misloopt. ,,Ik weet een prachtig appartement daarnaast, fully furnished. Met alleen maar westerlingen. Georgie!''