Column

Wintertijd

Iedere dag voert Leon de Winter zijn oude moeder heel geduldig, hapje voor hapje haar bakje zure karnemelksepap in Huize Avondjood. Dit laatste is een woordspeling van Leon. Zo noemt alleen hij het verpleeghuis. Leon houdt nogal van humor.

Alleen al van de lucht van de pap gruwt hij. Maar ze wil niks anders dan karnemelksepap. Hij heeft Brinta geprobeerd, havermout, vanillevla en hele zachte lammetjespap, maar dan houdt ze heel koppig haar tandeloze kaken op elkaar. Ze kan niet meer praten en stoot alleen maar klanken uit. Alleen bij karnemelksepap glimlacht ze, haar ogen glanzen dan en van genot doet ze een gulle plas in haar doordrenkte pamper.

En het duurt lang. Het duurt verschrikkelijk lang. Ze houdt ieder hapje minuten in haar mond, wetende dat dat de enige manier is om haar zoon bij zich te houden. In verband met het schrijnende personeelstekort heeft de directie van het verpleeghuis een beroep op de kinderen van de patiënten gedaan of ze willen helpen bij het voeren van hun zieke ouders. Leon wilde eerste de au-pair sturen, maar uit angst dat die daar ooit weer een stukje in de Volkskrant over zou schrijven, heeft hij daar van afgezien. Een aantal jaren geleden heeft een oppas van de familie De Winter over haar werkgevers Leon en zijn vrouw Jessica Durlacher een meedogenloos stukje in dit ochtendblad geschreven. Het ging over een door blinde ambitie verzuurd echtpaar in een heel groot kakkershuis in Bloemendaal en heeft bij ons weken op het prikbord gehangen. Het was fantastisch.

Leon smeekt zijn moeder om door te eten. Hij heeft allerlei afspraken met diverse media, waarin hij zijn licht laat schijnen over Israël, de Palestijnen, New York, Afghanistan, de moslimdreiging, de Tweede Wereldoorlog, zijn nieuwe filmprojecten en het kroonprinselijk huwelijk. Voor dit laatste moet hij ook nog naar Duitsland om op een van de zenders deskundig commentaar bij de poppenkast te leveren. Kortom: druk, druk, druk, druk.

,,Mama, eet een beetje door'', smeekt de succesvolle cineast, schrijver en televisiepersoonlijkheid. Zijn moeder kijkt alleen maar. Vooral naar zijn haar. Laatst haalde ze haar hand er doorheen en rook daarna hoofdschuddend aan haar vingers. Ze zag natuurlijk alles. Ook dat hij het had laten verven. Sindsdien zat hij nooit meer ontspannen bij de kapper. Dat zit je als kerel in zo'n geval toch al niet. Je haar laten verven heeft iets droevigs. Zo'n kapster met zo'n kwastje en daarna onder die kap. En als je het eenmaal hebt laten doen, dan kan je niet meer terug. Je kan het er alleen op een onbewoond eiland uit laten groeien. Anders loop je zo voor lul. Je kan niet met een half uitgegroeide kop op de televisie. En voorlopig wil Leon de komende jaren vijf keer per week met zijn geverfde harses op de buis.

Zijn mobiel rinkelt. Zijn gisteren bijgeblonde vrouw is furieus. Waar hij blijft? Iedereen wil hem spreken. Sterker nog: moet hem spreken! Niet alleen de pers, maar ook allerlei cabaretiers, impresario's en televisieproducenten. Ze willen komische teksten van hem en dit alles naar aanleiding van zijn satirische stukje over ons koningshuis in een Berlijnse krant. Cabaretiers willen tekst, Raoul Heertje wil hem als vaste gast in Dit was het nieuws en Jack Spijkerman wil hem als huisschrijver voor het wekelijkse cabaretje in Kopspijkers. Leefbaar Nederland wil hem als campagneleider. Vooral de pakkende statements spraken de Rat van Fortuijn zeer aan. Het enige probleem is dat hij wel veel te jong is voor deze blanke bejaardenpartij.

Zijn vrouw heeft ook geen tijd, daar zij druk is met het media-offensief voor het boek dat ze nog moet schrijven. Ze schreeuwt tegen de au-pair dat de kinderen te veel lawaai maken.

Geïrriteerd hangt de succesvolle schrijver op en smeekt zijn moeder om door te eten. Hij moet weg. Op dat moment bolt zijn oude moeder haar wangen en spuugt de in haar tandeloze mond opgespaarde karnemelksepap keihard in het gezicht en over het tot dan toe smetteloze maatpak van de succesvolle schrijver.

Na jaren opent ze haar tandeloze mond en zegt: `Labradors zijn hele lieve honden! En nou oprotten lul!'