VOC

Wat betreft de sporen van de VOC die aan de oostkust van India zijn overgebleven (`Stenen die spreken', W&O, 26 januari): die sporen zijn snel aan het verdwijnen. Gelukkig verschijnen er ook in India zelf boeken over de VOC. Je moet wel wat moeite doen om ze te pakken te krijgen. Zo vond ik ooit in Delhi `The Dutch East India Company and the Economy of Bengal 1630-1720' van Om Prakash. En wat te denken van `The Dutch in Bengal and Bihar 1740-1825' van Kalikinkar Datta? Of van `Travancore-Dutch Relations 1729-1741' van Krishna Iyer?

Wie goed kijkt komt op de meest vreemde plaatsen in Azië Nederlandse sporen tegen. Voor het museum in de oude keizerlijke hoofdstad Hue in Vietnam zag ik in 1991 twee VOC-kanonnen. In ieder geval één ervan was afkomstig van het VOC-schip Amsterdam uit de eerste helft van de zeventiende eeuw. Ja, ook in Vietnam had de VOC een handelspost.

Vorig jaar werd ik aangenaam verrast op het eiland Penang voor de kust van Maleisië. In het koloniale fort in de hoofdstad Georgetown ligt een enorm kanon. Het is door de VOC in 1603 een jaar na de oprichting geschonken aan de plaatselijke sultan. In dezelfde plaats overigens staat in The Old Café een bijzondere vitrine met in het Nederlandse gestelde brieven uit de eerste decennia van de twintigste eeuw van een Nederlandse handelsmaatschappij met een vestiging in Penang.

Het blijft opmerkelijk hoe in de zeventiende eeuw, een klein land met nog geen drie miljoen inwoners een wereldmacht kon worden. Het blijft eveneens opmerkelijk dat in die tijd zelfs uit de niet-dicht bevolkte boerenomgeving van mijn woonplaats Wijk bij Duurstede, tientallen mensen vertrokken naar onder meer Nieuw Amsterdam (het latere New York), Suriname, Zuid-Afrika en de Molukken (fort Duurstede!).