Verloederde vrede...

Bijna anderhalf jaar duurt de tweede intifada nu al en wat heeft deze strijd tussen Israël en de Palestijnen opgeleverd? Moord en doodslag, uiteraard, maar ook angst bij de twee bevolkingsgroepen voor terreur en represailles; een `vredesproces' dat die naam niet meer dragen mag; akkoorden die teniet zijn gedaan door kogels en granaten; geruïneerde economieën en internationale verdeeldheid over de aanpak van het vraagstuk. Verergerend en uitzichtloos geweld in een explosieve regio, gekoppeld aan onmacht en onwil om de strijd te stoppen en naar een duurzame oplossing te zoeken – ziedaar de stand van zaken begin 2002. Snelle oplossingen zijn niet voorhanden om de simpele reden dat de problematiek in het Midden-Oosten, vastliggend in een verkalkte structuur van haat en achterdocht, zich daar niet voor leent.

Twee oude mannen voeren hun verbeten oorlog tegen een decor van verwoesting en verval. Hoofdrolspelers Yasser Arafat en Ariel Sharon zijn niet in staat om hun geschillen bij te leggen. De Israëlische premier mist de wijsheid om het de Palestijnse leider mogelijk te maken de terreur te staken. Arafat zit opgesloten in zijn hoofdkwartier in Ramallah. Hij werd door Sharon `irrelevant' verklaard, maar is nog steeds in staat om salvo's af te vuren. Niet alleen vredelievende Palestijnse burgers identificeren zich met hem, ook de extremisten en de terroristen. Hij is het gezag. Als hij het wil, stopt de terreur – de terechte hoofdvoorwaarde voor onderhandelen. Maar hij zal pas willen als dat in zijn belang is en hij ruimte krijgt om te manoeuvreren, letterlijk en figuurlijk. De wereld moet het voorlopig met Arafat doen. Speculeren over zijn opvolging heeft geen zin. Arafat leeft en geruchten over zijn naderende ondergang berusten vooralsnog niet op feiten.

Van Sharon heeft Arafat niets te verwachten. Dat is al jaren zo. Deze week zei de premier dat hij er spijt van heeft Arafat niet te hebben laten liquideren. Sharon weet zich gesteund door de Israëlische bevolking, bij wie hij mateloos populair is. Hij kan ook op Washington rekenen. President Bush zegt teleurgesteld te zijn in Arafat, omdat de Palestijnse leider te weinig doet om het geweld een halt toe te roepen. De Amerikaanse teleurstelling laat zich het best vertalen als een signaal aan de bulldozer Sharon om zijn gang te gaan. De VS hebben de sleutel in handen – niet van een instantoplossing, maar wel van onderhandelingen over een staakt-het-vuren. Washingtons wil is wet. Maar Bush wacht af. Dat heeft te maken met zijn prioriteiten: de oorlog in Afghanistan en de strijd tegen het terrorisme. Andere, belangrijker geachte fronten hebben nu uit opportunisme voorrang. En zo is de patstelling en de daaruit voortkomende verloedering compleet. Dat de VS hiervoor mede verantwoordelijk zijn, is evident.

...Oplossingen mogelijk

Wie van de twee partijen in het huidige conflict de meeste schuld draagt, is een vraag die historici mogen beantwoorden. Het gaat nu om de vraag of een begin van een oplossing mogelijk is. Gebeurt er niets, of te weinig, dan bestaat de kans dat de intifada overgaat in een veel groter conflict: tussen Israël en de Arabische landen, een strijd om het bestaan van de staat Israël. Dat zou een terugkeer naar 1948 zijn. Oplossingen of delen daarvan zijn wel degelijk mogelijk. Het recente verleden heeft dat aangetoond. In 1991 (Madrid) en in 1993 (Oslo) werden echte stappen in de richting van alomvattende vrede gezet. Nog geen acht jaar geleden ontvingen Rabin, Peres en Arafat in Oslo de Nobelprijs voor de vrede. Achteraf kan worden geconstateerd dat veel te danken is geweest aan het inzicht van de toenmalige Israëlische premier Rabin, een ex-generaal die begreep dat je vrede in het Midden-Oosten met een juiste mix van hardheid, onderhandelaarsvernuft en politieke fijnafstemming afdwingt. Hij werd vermoord door een religieuze fanatiekeling uit eigen huis, een schok die Israël traumatiseerde.

Vrede, of wat daarvoor doorgaat in het Midden-Oosten, is alleen mogelijk als op de hoofdzaken overeenstemming bestaat. Welke zijn dat? Belangrijk zijn de niet eerder gedane uitspraken van president Bush, op 2 oktober in Washington en op 10 november voor de Verenigde Naties, over een onafhankelijke staat Palestina als het vredesproces op gang is gekomen volgens het plan van oud-senator Mitchell. En verder geldt een `sleuteltoespraak' van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Powell als handzaam ijkpunt. Hij schetste op 19 november voor de universiteit van Louisville in grote lijnen de voorwaarden voor vrede tussen Israël en de Palestijnen. Om te beginnen moet het Palestijnse gezag alle geweld en terreur stoppen. Woorden en verklaringen zijn niet genoeg. Er moeten echte resultaten zijn. De Palestijnen moeten vervolgens accepteren dat ze hun doelen uitsluitend kunnen verwezenlijken door onderhandelingen. Alleen in een stabiele, niet-gewelddadige atmosfeer is dit mogelijk – dat was de essentie van Madrid en Oslo. Het belangrijkste is dat de Palestijnen het bestaan van Israël als joodse staat accepteren. Tegelijkertijd hebben de Palestijnen recht om in vrede en veiligheid in een eigen staat te leven. Om dat te bereiken moet Israël stoppen met zijn nederzettingenpolitiek, een bron van ellende en geweld. Doorgaan met het bouwen van nederzettingen ,,ontkracht de uitkomst van onderhandelingen, en verlamt de kans op vrede'' (Powell). Er zal een einde moeten komen aan de Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden. Het strijdpunt Jeruzalem, het gevoeligste van alles, is een hoofdstuk apart en moet als zodanig en met de grootste behoedzaamheid worden behandeld.

Vrede zonder bemiddeling en druk van de VS is niet goed denkbaar. De antiterreurcampagne en de oorlog in Afghanistan zullen in het niet vallen bij een grote confrontatie in het Midden-Oosten. De afwezigheid van een samenhangend Amerikaans beleid voor de regio én de terreurbestrijding doet zich voelen. Een aantal Arabische landen, op papier coalitiegenoten van de VS, roert zich al.

Een fermer Europees geluid zou welkom zijn. Voormalig Europees commissaris Van den Broek betoogde dat onlangs, met recht, op deze pagina. Verklaringen dat de EU `ernstig bezorgd' is, maken geen enkele indruk. Europa heeft het aan zichzelf te danken dat het in het Midden-Oosten niet serieus wordt genomen. Er zijn genoeg banden die een eigen stem rechtvaardigen: hulpverlening, financiën, handel, etc. Tien jaar geleden werden in de Europese hoofdsteden Madrid en Oslo belangrijke vredesbesprekingen gevoerd. Noorwegen, hoewel geen EU-lid, was de verrassende bemiddelaar. Wat toen kon, kan nu ook. Met de zelf-gecreëerde rol aan de zijlijn in een conflict dat hen direct raakt, mogen de Europese leiders niet langer genoegen nemen.