Vergruisd, verkocht, verdwenen

Het gaat slecht met de Sint-Pietersberg. Door de mergelwinning dreigt in het Limburgse heuvelland het laagste punt van Nederland te ontstaan. Voor- en tegenstanders staan lijnrecht tegenover elkaar. `Belachelijk dat de natuur weg moet voor een paar jaar cementproductie.'

De Papenberg bij Castricum, het kopje bij Bloemendaal, de Hondsrug bij Gieten en de heuvels rond het Geuldal. Het zijn de mooiste plekjes van het land, maar geen enkel haalt het bij de Sint-Pietersberg ten zuiden van Maastricht, vond de Amsterdamse natuuronderzoeker Eli Heimans.

De medeoprichter van de Vereniging Natuurmonumenten wandelde in april 1914 over de 110 meter hoge berg en deed er lyrisch verslag van in De Groene. Heimans was aangedaan door het uitzicht over deze ,,levende kaart van het land''. Hij zag de boomgaarden van het Land van Herve. Met zijn kijker ontwaarde hij de heuvels bij Vaals. Nog verder reikte zijn oog, richting Luik, waar de Maas de bergen leek te raken, en verdween in nevel en rook.

Heimans' tocht voerde van Maastricht zuidwaarts door het Jekerdal, langs de berg die voor eenderde van Nederland, en voor tweederde van België is. In het dal zag Heimans mannen wijngaard- slakken zoeken. Hij maakte een praatje. Immers: ,,In een vreemde streek kan een inboorling altijd nuttig zijn voor het aanwijzen van rijke plekjes.''

Heimans liep langs een ongeschonden berg, tussen witgekalkte huisjes in een landschap met fladderende vlinders. In het dorp Eben koos hij een pad dat tussen twee cafés ,,opstijgt tegen de berg''. Heimans: ,,Als je dat paadje kiest, zul je je niet beklagen.'' Het pad is er nog, na al die jaren. Het loopt schuin tegen de berg op. Van de twee cafés is alleen La Scierie (de zagerij) over. Aan de andere kant van de weg ligt een wit pand dat nog even wacht met instorten. Dat was het tweede café, Chez Louise.

Heimans schreef niet over Louise. Hij had enkel oog voor de natuur. Het pad voerde hem naar de bovenkant van de berg. Eigenlijk is het een zestig meter boven de omgeving verheven plateau, in zuidelijke richting tien kilometer lang,uitgesleten door Maas en Jeker. Heimans zag een wuivende vlakte. Als de Sint-Pietersberg ergens nog is zoals in de tijd van Heimans, dan is het hier aan de Belgische kant. Een verheven plateau met weergaloos uitzicht, waarover je je inderdaad niet mag beklagen. Zo moet het ook aan de Nederlandse kant zijn geweest, voordat de cementindustrie kwam. Aan de oostkant, waar de Maas stroomt, daalde Heimans af in een ,,woestenij van bergpuin en krijtbrokken''. Heimans noteerde dat de delfstoffen voor het oprapen lagen.

Sinds de wandeling van Heimans is het de berg slecht vergaan. De aanleg van het Albertkanaal in de jaren dertig hakte de berg in tweeën en de kalkrijke mergelsteen wordt sinds de jaren twintig in dagbouw gewonnen, als grondstof voor cement. De berg wordt vermalen en op transportbanden afgevoerd naar cementfabriek ENCI in Maastricht en zusterbedrijf CBR in het naburige Waalse Lixhe. ENCI staat voor Eerste Nederlandse Cement Industrie. Een rare naam voor een bedrijf dat nooit in Nederlandse handen was. ENCI en CBR waren Zwitsers en Belgisch, en zijn nu in Duitse handen. Eigenaar sinds 1994 is Heidelberger Zement, derde cementproducent ter wereld.

Terwijl in het Belgische deel een flink stuk van het plateau bewaard bleef, is het Nederlandse deel voor driekwart uitgemergeld door ENCI. De krijtwanden staan nog overeind, maar de berg is hol. Vanaf de bergrand ontvouwt zich, honderd meter dieper, een witgeel maanlandschap. De groeve is dieper dan de berg ooit hoog was. In het gat past de complete binnenstad van Maastricht.

Protesten

Het gevecht om de berg duurt al lang. Bij de bouw van de cementfabriek in 1925 waren er al protesten. In de discussie stonden de economische voordelen meteen tegenover de grote cultuurhistorische waarde van de berg. De gemeenteraad voerde verhitte debatten en kranten zwengelden het debat aan (`De berg verdwijnt in de cementzak'). Maar zelfs een volkspetitionnement hielp niet. De gemeente gaf een bouwvergunning voor de fabriek. De groeve is daarna alleen maar groter geworden. Toen Nederland na de Tweede Wereldoorlog moest worden opgebouwd, wogen de economische argumenten zwaarder dan ooit.

De aanvraag van ENCI in 1976 om elders in Zuid-Limburg ook het Plateau van Margraten af te graven, blies het verzet tegen de mergelwinning nieuw leven in. Het kabinet besliste in 1988 dat `Margraten' gespaard bleef. ENCI kreeg dat jaar van de provincie wel een nieuwe vergunning om tot 2010 de berg dieper af te graven, tot 105 meter onder de top.

Inmiddels wil het bedrijf meer, meldt ENCI-directeur Theo Pluijmen in zijn kantoor: ,,Voor het einde van dit jaar vragen wij de provincie een nieuwe vergunning om tot 35 meter onder zeeniveau te mogen graven. De onderzoeken naar de effecten op het milieu beginnen binnen twee maanden.''

De berg wordt de laagste plek van Nederland, droog gehouden door enorme pompen. Ook begint ENCI in 2005 met het afgraven van mergel onder d'n Observant, een zestig meter hoge heuvel boven op de berg, naast de groeve. D'n Observant is door ENCI opgebouwd met deklagen die weg moesten om de mergel te bereiken. ENCI wil de mergel onder d'n Observant winnen. Daarom moet de heuvel weg, hoewel die in 1976 door ENCI als groengebied is geschonken aan de stad. Toenmalig ENCI-directeur J. Haasnoot zei bij die gelegenheid: ,,Wij nemen veel weg, maar geven ook veel terug.'' D'n Observant is uitgegroeid tot natuur- en wandelgebied. Een trekpleister voor Maastrichtenaren die vanaf de top een uitzicht hebben waar Heimans jaloers op zou zijn geweest. Directeur Pluijmen wijst erop dat de berg nooit aan de stad is verkocht. Pluijmen: ,,Ik kan me voorstellen dat mensen er problemen mee hebben dat d'n Observant wordt afgegraven. Maar die mergel is altijd een te winnen hoeveelheid geweest.''

Het zijn deze plannen die het verzet opnieuw hebben aangewakkerd. ENCI voelt dat haar positie niet meer zo sterk is als vroeger. De werkgelegenheid bij het bedrijf is gehalveerd tot 480 mensen en er is een tekort aan personeel op de arbeidsmarkt. Ook haar rol als maatschappelijke sponsor is geslonken. Vroeger kon iedereen die loyaal was – fanfares, voetbalclubs, carnavalsverenigingen of de kerk – geld krijgen. ,,Met spiegeltjes en kralen zijn de mensen zoet gehouden'', zegt Miets Morreau, lid van stichting ENCI-Stop die zich tegen de mergelwinning verzet. Ze drinkt koffie in Chalet Bergrust, met uitzicht op Maastricht. Morreau is vaak op de berg met haar hond Pieke. Daar is ze al eens aangesproken door toeristen die wilden weten waar de Pietersberg toch was. ,,Kijk om je heen, dit is het'', zei ze. ,,De rest is verdwenen, verspreid in cement over Nederland.''

Het gevecht om de berg bereikt dit jaar een hoogtepunt. De mergelwinning stopt als het provinciebestuur de ontgrondingsvergunning, die in 2010 afloopt, niet verlengt en geen toestemming geeft voor de diepe winning. Al maanden bevechten voor- en tegenstanders elkaar. Het verzet is gebundeld in ENCI-Stop. Morreau: ,,Waarom wij dit doen? Het nageslacht moet weten dat tenminste iemand geprobeerd heeft de berg te redden.'' Ook aan Belgische kant worden de mouwen opgestroopt. Burgemeester Jan Peumans van het Vlaamse Riemst wil d'n Observant redden. Hij bereidt een proces tegen ENCI voor, zegt hij door de telefoon. ,,Belachelijk dat die natuur weg moet voor een paar jaar cementproductie.''

Eerder dreigde Peumans al met een mars op de berg. In reactie liepen voorstanders, veelal ENCI-personeel, in een carnavaleske stoet door Maastricht en boden burgemeester Houben een zak cement aan. Zo lollig is het niet altijd. ENCI-Stop, onder wie Miets Morreau, is per brief bedreigd. `We komen je tent verbouwen als je niet stopt. Wij snijden je strot door', stond erin. ENCI ontving een brief waarin stond dat een bom zo geplaatst is.

Mondige burgers

Het gevecht om de berg was tot voor kort ongelijk. ENCI had de technische kennis, ruime financiële middelen en een provinciebestuur dat behulpzaam was met het verlenen van vergunningen. Maar de provincie is minder behulpzaam geworden. Voor het eerst in 75 jaar is een vergunning (voor een proefboring) geweigerd. En de tegenstand is geprofessionaliseerd. ENCI-Stop wordt bijgestaan door hydrologen, economen, advocaten, biologen en activisten die deelnamen aan de `slag' rond het Plateau van Margraten.

Voor het eerst heeft ENCI van doen met een serieuze opponent. Volgens ENCI-directeur Pluijmen past dat in de maatschappelijke ontwikkeling. Pluijmen: ,,Burgers zijn mondiger en hebben meer kennis. Het is niet meer zoals een paar jaar geleden, dat wil ik best toegeven.''

In Maastricht maakt een groeiend aantal mensen zich zorgen over de mergelwinning. Een van hen is Luc Soete, hoogleraar economie aan de Universiteit Maastricht. Soete woont aan de Plateauweg, tegen de berg. Mergelwinning in een gebied met unieke landschappelijke waarde is volgens Soete een anachronisme. Nee, hij heeft geen last van ENCI, zegt de hoogleraar in zijn woonkamer. Ach, 's nachts hoort hij wel eens wat. Maar hij roert zich niet om zijn achtertuin schoon te krijgen. Soete: ,,Mij drijft professionele verbazing.''

Soete: ,,De toenemende milieu- en ruimtedruk in deze drukbevolkte regio laat geen plaats meer voor zware industrie. Door de groei van de stad is er een confrontatie met de industrie. ENCI is bovendien bezig met een onomkeerbare vernieling van cultuurlandschap. Dat is ooit toegestaan, maar de tijdgeest is veranderd. Er is meer waardering voor de leefomgeving, ook omdat de ruimte schaars is. Daarom moet die concessie na 2010 niet verlengd worden.''

Bedrijfseconomisch is het logisch dat ENCI zo diep en zo ver mogelijk graaft. De grondstof ligt naast de deur en kost geen cent. ENCI heeft geen reden weg te gaan. Toch pleit Soete voor een onderzoek naar het uitkopen van ENCI. Een deel van de groeve kan woongebied worden. Soete: ,,Dan levert de grond genoeg op om het vertrek van ENCI te betalen. De fabriek kan verhuizen naar zusterbedrijf CBR in Lixhe. Daar wonen minder mensen en is meer ruimte. En door de Europese eenwording telt het belang van de nationale cementproductie niet meer.''

Soete begrijpt niet waarom de berg geen onderwerp in de gemeentepolitiek is. Het is stil, op een enkele discussiebijeenkomst na. Soete: ,,Verbijsterend. Het zou een taak van de gemeente moeten zijn om een debat over de toekomst van de cementindustrie te initiëren.''

ENCI heeft tot nu toe weinig te vrezen van de lokale politiek. Wethouder John Aarts (Milieu/VVD) benadrukt dat de gemeenteraad over het industriebeleid heeft gesproken. Daarbij voelde niemand de behoefte om ENCI ter discussie te stellen, zegt Aarts: ,,We koesteren onze industrie, ook ENCI. En het uitkopen van die fabriek is onbetaalbaar.''

Duivelsgrot

De berg is verminkt, maar na wat zoeken blijkt er nog veel moois te zijn. Neem de Oude Pruisstraat in het grensdorp Kanne. Voorbij het kerkhof leidt een grindpad naar het Popelmondedal, een flank van het Nederlandse deel van de berg. In de helling ligt de Duivelsgrot in een sprookjesland. Hogerop roepen de Wilde Berg, de Zak van Franken, het Koeielook en de Verborgen Vallei. Wat over is van het Nederlandse deel van de berg is een beschermd natuurmonument, en sinds 1995 eigendom van de Vereniging Natuurmonumenten, de club van de wandelende Heimans. Wandelaars komen er nog vaak. Naast de groeve eindigt het Pieterpad dat in het Groningse Pieterburen begint. Het pad sluit aan op een wandelweg naar Nice, 2.512 kilometer verder. `Tussen wens en vervulling ligt een grote afstand', staat op een steen bij het beginpunt.

,,De berg lijdt pijn'', zegt Sjesco Olischläger, een grote vent met een petroleumlamp. Olischläger is bestuurslid van de Vereniging tot Redding van de Sint-Pietersberg en geeft graag een rondleiding door de onderaardse gangen van de berg. Of wat daar van over is. Niet alleen boven de grond ging veel verloren. Er rest nog 60 van de 240 kilometer gang, uitgehakt en gezaagd sinds de Middeleeuwen. Met de blokken zijn kerken, kastelen en boerderijen gebouwd.

Na tien minuten lopen door de gangen doemt een gemetselde muur op. Van buitenaf klinkt gebrul van machines. Dat is de groeve. Olischläger wijst op scheuren en barsten in de pilaren, en op de blokken die uit het plafond vielen. ,,Ziet u dat mergelgruis aan de rand van de pilaren? Een gevolg van de trillingen van de explosies in de groeve. Ziet u, de berg lijdt.''

Veel is voorgoed verdwenen. Olischläger: ,,Een voor Europa uniek cultuurhistorisch erfgoed is grotendeels weggevaagd. Deze grotten zijn een geschiedenisboek. Kijk naar de inscripties op de muren. Hier, tekeningen van Spaanse en Franse bezetters, en daar schreef blokbreker Pieter Stas dat hij op 6 januari 1585 hier stond. U wandelt door het archief van onze voorvaderen.''

En dan droogt de berg ook nog uit. Om de groeve droog te houden pompt ENCI jaarlijks bijna één miljoen kubieke meter grondwater de Maas in. Dat is het jaarverbruik van 17.500 huishoudens. De bodem van de groeve ligt nu op +5 meter NAP, het aangrenzende Jekerdal is vijftig meter hoger. Het dal verdroogt.

Ze merkte het voor het eerst zo'n zeven jaar geleden, vertelt oud-notaris J. Smeets in de salon van haar neoclassicistische villa in het Jekerdal. De drie beuken uit 1850 aan de voorkant deden ,,raar''. Zwammen aan de voet, de dood in de toppen. Daarna was het raak in de oude fruitboomgaard, een zeldzaamheid waarvan er in Zuid-Limburg nog maar twee zijn. Smeets: ,,Midden jaren negentig stonden de bomen nog te glanzen. Eerst ging er één dood, na een paar maanden twaalf. Daarna begon het grote sterven. Van de 175 bomen is er niet één meer gezond. Eerst dacht ik niet aan ENCI. Dat deed ik pas toen een boomchirurg uitdrogingsverschijnselen meldde. Opeens schoot door mijn hoofd: ENCI.''

Smeets ontdekte metingen van Rijkswaterstaat waaruit blijkt dat het waterpeil sinds 1977 één meter is gezakt. Opeens herinnerde ze zich ook het droogvallen van de put van een boer. Onderzoek van ENCI zelf wijst overigens uit dat het grondwater maar dertig centimeter is gezakt. Maar, zo zeggen hydrologen van ENCI-Stop, ENCI gebruikt verkeerde gegevens. Het jongste plan om de groeve veertig meter dieper te maken zal de verdroging erger maken. De groeve ligt dan honderd meter lager dan het Jekerdal. Smeets: ,,Als dat gebeurt, wordt het hier een woestijntje.'' De beuken voor haar villa worden inmiddels kunstmatig in leven gehouden door water in de bodem te injecteren.

Ondertussen rookt de schoorsteen van ENCI. Een bron van ergernis en onrust onder omwonenden. De fabriek gebruikt als brandstof voor de cementoven steeds meer afval, zoals industrieafval en zuiveringsslib. Er is slechts één verschil met een afvalverbrandingsinstallatie (AVI): ENCI heeft géén rookgasreiniging. Volgens ENCI-directeur Pluijmen is dat ook niet nodig. Door de grote hitte in de oven zouden schadelijke stoffen nagenoeg verbranden en blijft de uitstoot onder de norm in de vergunning.

Kwik

ENCI-Stop vindt een afvaloven vlak bij de stad ontoelaatbaar. Maastricht heeft toch al een slechte luchtkwaliteit, door alle vuiligheid uit België. En de controle op de uitstoot van ENCI faalt, volgens de tegenstanders. De provincie blijkt niet of nauwelijks te meten. In 2001 en 2000 zijn helemaal geen emissies gecontroleerd. De laatste keer was 1999, toen enkel de uitstoot van broeikasgas werd gemeten. De provincie is afhankelijk van metingen die ENCI doet.

Bestudering van de provinciale vergunning uit 1998 leert bovendien dat ENCI legaal een voor Nederland ongekende hoeveelheid zware metalen mag uitstoten. Jaarlijks alleen al 127 kilo kwik. Ter vergelijking: de kwikuitstoot van álle 11 AVI's in Nederland samen was 82 kilo in 1999. Het probleem met de vergunning is dat die geen limiet stelt aan de totale hoeveelheid zware metalen die de pijp uitgaat, maar alleen concentratienormen oplegt. ENCI heeft echter zóveel rookgas dat de concentraties sterk verdund worden. Daardoor blijft het bedrijf onder de norm, hoewel er toch veel zware metalen vrijkomen. Overigens is de provincie-ambtenaar die de vergunning opstelde nu in dienst bij ENCI.

Kwik is een gevaarlijke stof die schadelijk kan zijn voor de gezondheid. Volgens Europese regels moet de kwikuitstoot beperkt worden. Uit de metingen van ENCI in 1998, 1999 en 2000 blijkt dat in het rookgas concentraties kwik zaten van 0,012 tot 0,047 milligram per kubieke meter. De norm in de vergunning is 0,05 milligram. ENCI geeft in een reactie toe in deze drie jaar samen 151 kilo kwik te hebben uitgestoten. Daarmee was het bedrijf een grote kwikvervuiler. Weinigen die het weten in Maastricht.

Elke uitstoot van dergelijke stoffen is ongewenst, vindt de GGD in Zuid-Limburg. GGD-arts Gonnie Jongmans: ,,Wat uit de pijp komt wordt verspreid over een groot gebied. Vergeleken met de dagelijkse blootstelling aan kwik is de bijdrage via ENCI in Maastricht uiterst minimaal. Toch vinden wij dat de uitstoot van dit soort stoffen zo laag als redelijkerwijs mogelijk moet zijn.''

De stad heeft toch al een hoge belasting van zware metalen. In de urine van volwassenen zit 30 procent meer kwik dan in urine van inwoners van Amsterdam en Doetinchem. Ook andere zware metalen komen in Maastricht meer voor.

Vooral in het zuiveringsslib, dat ENCI sinds 1997 stookt, zit veel kwik. Het komt van het Zuiveringschap Limburg, het waterschap Uitwaterende Sluizen in Noord-Holland en het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht. Vorig jaar 38.000 ton, goed voor zo'n 37 kilo kwik. Voor de slibproducenten is ENCI de goedkoopste oplossing. En dat terwijl er een milieuvriendelijk alternatief is: de slibverbrandingsinstallatie Noord-Brabant. Daar vangen filters het kwik op.

ENCI-directeur Pluijmen zegt dat de kwikuitstoot inmiddels sterk is teruggelopen. Vorig jaar zou slechts 6 kilo kwik door de pijp zijn gegaan. Pluijmen: ,,De rest heeft zich aan het kalk gebonden.''

De gemeente Maastricht komt niet in opstand tegen de uitstoot van gevaarlijke stoffen. De tegenstanders van ENCI hekelen die passieve houding. `Deze stad heeft een lange geschiedenis van regenten en gesjoemel', klinkt het. En: `Ze maken zich drukker over het uitroepen van prins carnaval.' Waarom laat de politiek het afweten? De tegenstanders wijzen op het netwerk van ENCI. Voorzitter Piet Keijmis van de CDA-fractie, bijvoorbeeld, doet het relatiebeheer voor een bedrijf dat ENCI-afval verkoopt. De oud-voorzitter van het Zuiveringschap Limburg, die besloot slib goedkoop te verbranden, is voorzitter van het CDA-Maastricht. En een van de ENCI-commissarissen is prominent lid van de lokale PVDA-afdeling.

CDA'er Keijmis zegt alleen een publieke discussie over ENCI te willen als ook ,,de grote sociaal-economisch betekenis van de industrie'' wordt meegenomen. Keijmis: ,,Die wordt nu omver geblazen door het populistische geluid van ENCI-Stop.'' En de uitstoot? ,,Als die binnen de vergunning blijft, moeten we dat accepteren.''

ENCI hoort bij Maastricht, zeggen de voorstanders van ENCI nog. ,,Nee'', zegt Miets Morreau van ENCI-Stop, ,,de Sint-Pietersberg hóórt bij Maastricht. De berg is uniek, en er zijn zoveel cementfabrieken in de wereld.''