Vallen met sprongen

Met interesse las ik in het artikel `Vallen met sprongen' (W&O, 19 januari), dat het neutronenstuiterexperiment van mijn ex-collega's aan het Institut Laue-Langevin tot een succesvol resultaat heeft geleid. Naar aanleiding van de laatste alinea van dit bericht meen ik toch wat te moeten rechtzetten. Hierin schrijft Dirk van Delft, dat het door dit experiment mogelijk wordt het equivalentieprincipe voor neutronen te testen. Het is inderdaad een interessante vraag of deze `hoeksteen van de algemene relativiteitstheorie' nog wel van toepassing is op een object als het neutron, dat overduidelijk door de quantummechanica beschreven moet worden. Dit is echter al in 1975 experimenteel met behulp van een neutroneninterferometer voor het eerst aangetoond.

Later bleek dat dit experiment, evenals latere neutronenexperimenten, kleine afwijkingen van de theorie vertoonde. Vanaf 1999, toen het equivalentieprincipe voor atomen met de ongeëvenaarde precisie van 7 op een miljard bewezen werd, worden deze eerdere afwijkingen door de meeste experts als experimentele onvolkomenheden beschouwd. De problemen met de neutronenexperimenten waren waarschijnlijk voor Nezvishevsky et al. aanleiding om in Nature te beweren dat hun methode tot preciezere resultaten zou kunnen leiden, maar niet dat ze daarmee het equivalentieprincipe voor het eerst zouden kunnen testen.