Twaalf jaar en al op je hoogtepunt

Chinese circusartiesten zijn ambtenaren. Maar de staat heeft steeds minder geld over voor het circus en de artiesten zelf zijn daar niet treurig om: ze werken liever voor de markt.

Quan Li is negen jaar en broodmager. Ze draagt een ruime roze handgebreide trui, daar onderuit steken lange dunne spillepootjes in een blauwe trainingsbroek. Ze staat onbeweeglijk en kaarsrecht als ze praat, want op haar hoofd balanceert voortdurend een stapeltje emaillen kommen met een zakje zand erin om de boel stabiel te houden. Quan Li is een ster in wording. Ze zal later optreden als slangenmeisje in het nummer de Dubbele Schalenpagode van het beroemde Circus van Shenyang. Als ze haar opleiding goed doorstaat is ze rond haar twaalfde op de toppen van haar roem. Daarna gaat het al snel bergafwaarts, want als ze eenmaal in de puberteit komt, wordt ze al snel te zwaar voor het nummer.

Vroeger zat ze op de artiestenschool van Shenyang. Daar werd ze op haar zesde toegelaten na een zwaar examen. Inmiddels is ze geselecteerd voor het circus en woont sinds drie maanden in het circusinternaat. Dat is gevestigd in het donkere theatergebouw waar ze ook haar opleiding krijgt. Ze deelt haar eenvoudige kamer met vijf andere meisjes, eten doet ze in de circuskantine. Ze traint elke dag zes uur, 's avonds volgen de gewone lessen lezen, schrijven en rekenen.

De training verloopt schijnbaar heel rommelig. Overal in de grote theaterzaal zijn groepjes artiesten bezig met hun eigen nummers. Een stel opgeschoten jongens met modieuze kapsels oefent op grote ballen aan de leeuwendans. Een van hen draagt een T-shirt met Jethro Tull erop. Een klein en licht jongetje oefent hoe hij van de schouders van een andere jongen op de rug van de leeuw kan springen, maar hij springt herhaaldelijk mis. Hij zit vast aan een veiligheidskabel, zodat de klap die hij maakt niet al te hard aankomt. Achter de jongens van het leeuwennummer draait een vrouw zich sierlijk aan haar armen omhoog via twee roodzijden linten. Het zweet parelt op haar voorhoofd, maar ze glimlacht. De stoelen zijn uit de theaterzaal verwijderd om ruimte te bieden aan een overdaad aan mastklimmers, diabolomeisjes, hoepelspringers en bordjesdraaiers.

Het circus bestaat uit wel 120 artiesten. De groep is heel anders georganiseerd dan in het Westen. Daar gaat het vooral om familiegroepen die elk seizoen voor een ander circus werken, maar in China zijn circusartiesten ambtenaren. Niet allemaal: de beste artiesten zijn militairen. Ze werken in China's topgroepen, die begin jaren vijftig zijn opgezet om amusement te bieden aan de troepen op militaire bases in afgelegen gebieden.

De overheid heeft geen geld en geen zin meer om het Circus van Shenyang nog langer te onderhouden: ze besteedt haar geld liever aan economische ontwikkeling dan aan cultuur. Zo krijgt het Circus van Shenyang nog maar twintig procent van de kosten vergoed door de overheid. ,,Van mij mogen ze dat geld ook houden'', zegt circusdirecteur An Ning aan zijn enorme bureau in de mooiste kamer van het theater. ,,Het schept maar verplichtingen, ze bemoeien zich overal mee en we moeten ook nog gratis voor al die overheidsinstanties optreden. Daar heb ik genoeg van. Ik wil werken voor de markt, niet voor de overheid.''

Volgens An Ning is het geld van de overheid net genoeg om van te leven, maar je kunt er geen nieuwe shows mee opzetten. Daarvoor moet je veel geld investeren, en dat deed An Ning. Hij leende een paar jaar geleden geld van de bank en liet een geheel nieuwe, prachtig aangeklede avondvoorstelling maken: `Hemelse Droom'. Die liep zo goed dat de banklening alweer is terugbetaald. ,,Het wemelt in China van de topartiesten, daar gaat het niet om. Het gaat erom hoe je het product kunst in de markt zet. Het ontbreekt ons aan marketing, we zouden ook veel meer aan merchandising moeten doen'', zo doceert de directeur op luide toon.

Toch is het heel moeilijk om de groep in China te zien optreden. Het circus geeft maar twintig procent van zijn optredens in China zelf, voor de rest zit het in het buitenland. An Ning wil daar graag verandering in brengen, want ook het Circus van Shenyang heeft klappen gekregen van de aanslagen van 11 september. ,,Ik haat die Bin Laden, hij heeft me verdomme 600.000 dollar gekost'', zegt hij. ,,We zouden in oktober naar Nederland en de rest van Europa gaan voor een toernee van een half jaar. Maar na 11 september zei de Amerikaanse impresario de hele boel af. Dat is een enorme schadepost. Onze rekwisieten waren al verscheept. Die zijn nog steeds niet terug.''

Dan komt er een man het kantoor binnen die een nummer wil inhuren voor een plaatselijk televisieoptreden voor Chinees Nieuwjaar. ,,10.000 yuan'' (1300 euro), stelt de directeur op fluistertoon voor.

Quan Li hoeft zich er allemaal niet mee bezig te houden. Als zij ervoor zorgt dat haar kommetjes in balans blijven, zorgt haar directeur er wel voor om met marketing en merchandising haar toekomstige salaris van een Chinees amtenarenniveau naar dat van een internationale ster te tillen.