Topopleiding

Het is mij een raadsel waarom we altijd maar `met de tijdgeest mee' moeten gaan. Hiermee doel ik op het hoofdredactioneel commentaar, getiteld `Happy Few', in de krant van 23 januari.

Daar wordt het ongeloofwaardige en bevreemdende voorstel van minister Hermans, het plan om getalenteerde studenten 6.800 euro te vragen voor een topopleiding, verdedigd.

In vroeger jaren (zeg 1575-1950) was het voor eenieder die zich niet gelukkig mocht prijzen welvarende ouders te hebben, onmogelijk om te studeren. Gelukkig voor veel jonge mensen en voor Nederland werd het academisch onderwijs daarna met de jaren toegankelijker.

Het afgelopen decennium kenmerkte zich echter weer door een verhoogde ontoegankelijkheid. Zo heeft het standaard collegegeld eveneens een hoge vlucht genomen, en menig student worstelt dan ook met de bekostiging van zijn of haar opleiding.

Het is een rabiate misvatting te denken dat 6.800 euro `gespaard kan worden' door de gemiddelde student. Wie blijven er dan over? Juist, diegenen met gefortuneerde ouders, die ook in vervlogen tijden de elite vormden. Dan resteert het punt van de kwaliteit.

Zodra het kabinet (eindelijk) weer eens komt met structurele geldelijke injecties, zal er veel verbeteren. Maar als studenten hun absurd hoge bijdragen dienen te leveren voor een topopleiding, haken ze vanzelf af.

Waar de kwaliteit van het onderwijs dan blijft, is me volstrekt onduidelijk.