Stop, kamsalamander

De korenwolf op een industrieterrein in Heerlen, het zeggekorfslakje op het tracé van de A73 bij Swalmen, de zandhagedis in de havenplannen van IJmuiden, de modderkruiper in het grondverzet voor de Betuwelijn – veel Nederlanders zullen nu wel weten dat kleine dieren grote gevolgen kunnen hebben, en voor veel Nederlanders zal dat ook wel het enige zijn wat ze van deze dieren weten.

Het afgelopen najaar speelde in Arnhem zo'n kwestie rond de Schuytgraaf, waar 6.500 woningen gebouwd gaan worden. Van de ene dag op de andere moesten de voorbereidende werkzaamheden worden gestaakt omdat er kamsalamanders en rugstreeppadden in het terrein zaten. Ik heb die affaire gevolgd in de Gelderlander en je kunt de rolverdeling intussen wel dromen.

Daar is de strenge actievoerder van RAVON om uit te leggen dat de gemeente het onheil over zichzelf heeft afgeroepen, daar is het jolige raadslid van de VVD met de suggestie dat die actievoerders met emmers vol kamsalamanders rondsjouwen om ze achter te laten waar dat het best van pas komt, daar is de heldhaftige columniste die zich geroepen voelt om 6.500 woningzoekenden en hypotheeknemers in bescherming te nemen tegen die griezelige kamsalamander (die ze overigens verbastert tot kamschildpad – humor?) en na veertien dagen is daar de verantwoordelijke wethouder die laat weten dat hij in keiharde onderhandelingen met RAVON de toekomst van de stad heeft veiliggesteld. En nog eens een maand later komt ten slotte naar buiten dat de bouw van de Schuytgraaf vooral is vertraagd door organisatorische problemen bij de betrokken ambtelijke diensten.

RAVON staat voor Reptielen-, Amfibieën- en Vissenonderzoek Nederland en houdt kantoor in het souterrain van een gebouw van de universiteit van Nijmegen. Daar hoeven ze geen huur voor te betalen. Na jaren van verwaarlozing heeft de universiteit de afdeling dierecologie nieuw leven ingeblazen. Connecties met zo'n RAVON verzekeren de studenten van een mooie gelegenheid om veldwerk te doen.

Jeroen van Delft is een van de vijf vaste mensen van RAVON. Wat dat betreft is het hier nog pionieren geblazen en kijken ze met enige afgunst naar grote broers als de Vlinderstichting met dertig mensen en SOVON (vogels) met bijna veertig mensen. Deze en aanverwante organisaties hebben een gezamenlijk platform in de VOFF, de Vereniging Onderzoek Flora en Fauna.

Er zijn 150 donateurs, vertelde Jeroen me, maar dat betekent financieel niet veel – dit zijn voornamelijk vrijwilligers en hun belangrijkste bijdrage bestaat uit veldonderzoek. Subsidies krijgt RAVON van het Wereldnatuurfonds, het VSB-fonds, het Prins Bernhardfonds, Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer (het bekende rijtje, maar het ministerie van LNV ontbreekt). En dan komt er ook nog geld uit betaalde opdrachten. Een provincie wil eens een mooie folder over reptielen en amfibieën, en die maken zij dan. Een projectontwikkelaar wil nadere informatie over een terrein dat hij op het oog heeft, en die verstrekken zij dan. Dat daar een vergoeding tegenover moet staan wordt over het algemeen wel begrepen.

,,Dat wij macht hebben is een wijdverbreid misverstand'', zei Jeroen. Wat zij wél hebben, dat zijn gegevens, een databank met meer dan 200.000 records (vindplaatsen, soortnamen, aantal schattingen), verzameld over een groot aantal jaren en verspreid over vrijwel heel het land.

,,Wij zijn er niet om de wet te handhaven'', zei Jeroen.

Als je ergens in het landschap bulldozers ziet schuiven, zijn er twee mogelijkheden: a. er zijn geen natuurwaarden in het geding of b. er zijn wel natuurwaarden in het geding. In dat laatste geval zijn er weer twee mogelijkheden: a. niemand heeft er erg in of b. iemand heeft er wel erg in. Die iemand hoeft niets met RAVON van doen te hebben. Iedere loslopende burger die vermoedt dat beschermde dieren in gevaar worden gebracht kan daarvan aangifte doen en dan is het de Algemene Inspectiedienst van het ministerie van LNV die beslist of werkzaamheden al dan niet moeten worden gestaakt.

,,De emoties kunnen hoog oplopen'', zei Jeroen, ,,maar wij hameren altijd op het strikt juridische.''

Je hebt de Europese Habitatrichtlijn, je hebt de Conventie van Bern. Daarin zijn regels gegeven voor de bescherming van de meest bedreigde diersoorten. Nederland heeft die regels onderschreven. Dus a. laat de overheid zich zelf aan de wet houden, dat is toch wel het minste wat je van een overheid mag verwachten, en b. er zijn al zoveel ontwikkelingen die in het nadeel van deze dieren werken, laat er nu ook eens iets zijn wat in hun voordeel werkt.

Overigens zijn die regels lang niet zo rigide als het lijkt. Voor ingrepen in het leefgebied van bedreigde dieren moet ontheffing worden aangevraagd bij het bureau LASER, gevestigd in Dordrecht, ressorterend onder het ministerie van LNV. Dan worden de verschillende belangen tegen elkaar afgewogen, dan wordt bekeken of de betrokken dieren compensatie kan worden geboden (waarbij het advies van RAVON zwaar kan wegen, zij hebben er nou eenmaal verstand van), en dan wordt de gevraagde ontheffing doorgaans verleend.

Ja, die compensaties. Er wordt een bosje geplant, er wordt een poeltje gegraven, en dan moeten die dieren dáár maar heen. ,,Zo werken jullie'', zei ik, ,,wel mee aan de illusie van de maakbare natuur. Praten jullie daar wel eens over?''

,,Als ik moet kiezen'', zei Jeroen, ,,tussen een bouwproject zonder compensatie en een bouwproject met compensatie...''

,,Dan kies je voor compensatie'', begreep ik.

Goed.

Gaat het mis met de Schuytgraaf, dan moet je met verwijten dus niet bij de kamsalamanders zijn die overal maar in de weg zitten, maar bij de ambtenaren die verzuimd hebben de benodigde vergunningen aan te vragen.

In december heeft mevrouw Faber, staatssecretaris voor Natuur, wettelijke maatregelen aangekondigd om te zorgen dat overheidsdiensten de natuurbelangen al in een vroeg stadium in hun plannen betrekken. Dat is logisch. En jammer is het ook.

Mij persoonlijk zou het in ieder geval spijten om bij Barend en Witteman nooit meer eens zo'n wit weggetrokken wethouder of gedeputeerde te zien, die gedwongen is de degens te kruisen met zoiets futiels als een rugstreeppad of kamsalamander. Ik mag de snelle jongens en meisjes, die het openbaar bestuur tegenwoordig bevolken, graag op die manier voor schut zien gaan. Je kunt in Nederland toch haast geen politicus meer tegenkomen of je denkt: dan is een kamsalamander eigenlijk veel interessanter.

Hij is twee keer zo groot als de gewone salamander. Heel donker met witte stipjes op de flanken, net of hij met poedersuiker is bestrooid. Gaat hij te water, dan ontvouwen zich de getande kammen op rug en staart, waardoor hij iets van een draakje krijgt. Het is een vraatzuchtig beest. Zo zie je zowel in zijn uiterlijk als in zijn gedrag de weerschijn van verre tijden, toen draken de wereld nog beheersten.

De kamsalamander is karakteristiek voor rivierdelta's. Aan kleine poeltjes hebben ze niet genoeg. Dieper water hebben ze nodig, met een flinke begroeiing en ook weer een paar stukken die juist onbegroeid zijn. Dit laatste voor hun balts. Mannetje en vrouwtje vinden elkaar in een ingenieuze choreografie, die uiteindelijk tot een inwendige bevruchting leidt zonder werkelijk fysiek contact.

Voor dieren als wij, gespecialiseerd in fysiek contact zonder werkelijke bevruchting, zou de kamsalamander als weinig minder dan een wonder moeten gelden.