Steekspel om Apeldoornse Ecofactorij

Het moet op milieugebied een paradepaardje in Nederland worden maar tot dusver is het bedrijventerrein Ecofactorij in Apeldoorn vooral bekend door een lang slepende ruzie met het bedrijf Reesink.

De kale asfaltweg die dwars over de Ecofactorij is aangelegd, loopt dood bij het enige bouwbord op het 65 hectare grote terrein. ,,Reesink bouwt hier het langgewenste distributiecentrum'', laat de technische groothandel weten. De toevoeging dat dit ,,onder de rook van Zutphen'' gebeurt, kunnen ze in het stadhuis van Apeldoorn niet echt waarderen.

Het is een plaagstootje in een juridisch steekspel dat al bijna vijf jaar duurt. Reesink wil graag van Zutphen naar Apeldoorn verhuizen, kocht in 1997 twaalf hectare grond op de Ecofactorij maar de eerste paal is nog niet steeds niet geslagen. Beide partijen beschuldigen elkaar afspraken niet na te komen. De gemeente wil inmiddels van de koopovereenkomst af maar de rechter ging niet akkoord met ontbinding. Onder protest leverde Apeldoorn vorige maand de eerste zes hectare, om er vervolgens gelijk beslag op te laten leggen. Dinsdag buigt het gerechtshof in Arnhem zich in hoger beroep over de zaak.

Het conflict met Reesink heeft niets te maken met het duurzame karakter van de Ecofactorij, bezweert wethouder Th. Kuijpers (VVD). Alle bedrijven die zich op de Ecofactorij willen vestigen, moeten voldoen aan een aantal voorwaarden. Openbaar vervoer, hergebruik van water en grondstoffen en duurzame energie zijn speerpunten. Zo is onder de toegangsweg een leidingsysteem aangebracht, waardoor de warmte van het wegdek gebruikt kan worden. Als bedrijven op eigen initiatief meer milieuvriendelijke maatregelen doorvoeren, krijgen ze korting op de grondprijs. Bedrijven die de duurzaamheidseisen aan de laars lappen, moeten een hogere prijs betalen voor de grond, die de eerste drie jaar gepacht wordt. Bedrijven praten zelf mee over het beheer van het terrein.

Reesink heeft met het groene karakter geen moeite, bevestigt directeur B. ten Doeschate van de technische groothandel. ,,Wij kunnen bijvoorbeeld de restwarmte van andere bedrijven goed gebruiken.'' De pijn zit 'm in de bouwtechnische eisen die aan de nieuwbouw gesteld worden. De gemeente spreekt over normale eisen die ook op andere bedrijfsterreinen gelden; Ten Doeschate vindt dat hij in zijn bedrijfsvoering wordt belemmerd.

Als voorbeeld noemt hij de hoogte van de lichtmasten. Van de gemeente mocht de verlichting voor het laad- en losterrein van Reesink niet hoger zijn dan zeven meter. Reesink wilde geen ,,lantaarnpaaltjes'' maar hoge masten om zodoende (onveilige) schaduwvorming te vermijden. En zo zijn er tal van geschilpunten, allemaal in de strijd geworpen om de komst van Reesink te dwarsbomen, zegt Ten Doeschate. Uiteindelijk draait het volgens hem om geld. De grond, denkt Ten Doeschate, wil Apeldoorn voor een hogere prijs verkopen dan de 99 gulden per vierkante meter die Reesink in 1997 heeft afgesproken. De huidige grondprijs ligt op 250-300 gulden per vierkante meter.

In het stadhuis van Apeldoorn zegt wethouder Kuijpers het met niet zoveel woorden maar uit alles blijkt dat de gemeente spijt heeft van de in 1997 gesloten overeenkomst met Reesink. Vergelijkbare bedrijven zijn ook niet meer welkom op de Ecofactorij: Kuijpers: ,,Bedrijven met veel transport en logistiek horen niet op de Ecofactorij.'' Het blijft onduidelijk waarom de gemeente dan überhaupt een contract met Reesink heeft gesloten. Twee jaar geleden, toen een akkoord dicht bij was, werd het Reesink-personeel nog getrakteerd op gebak met de tekst `Welkom in Apeldoorn'.

Reesink, een beursgenoteerde onderneming, is met vierhonderd werknemers een belangrijke werkgever in de regio. Het bedrijf probeert al ruim vijftien jaar te verhuizen uit de vooroorlogse panden achter het Zutphense station, door Ten Doeschate betiteld als `een krottenwijk'. Omdat nieuwbouw (een investering van 15 miljoen euro) in Zutphen niet mogelijk is, verlegt Reesink de blik naar Apeldoorn. Een agrarisch gebied, ingeklemd tussen de spoorlijn Apeldoorn-Zutphen en de snelwegen A1 en A50, is volgens Ten Doeschate een ideale locatie om een bedrijfsterrein te ontwikkelen. Grote landbouwmachines kunnen bijvoorbeeld via het spoor vervoerd worden. Apeldoorn gaat akkoord, alhoewel het nog geen concrete plannen had om het terrein, dat later wordt omgedoopt tot Ecofactorij, te ontwikkelen. De gemeente ziet Reesink liever bouwen op een industrieterrein ten noorden van de stad.

,,Het hemd was nader dan de rok'', zegt ex-directeur A. van der Houwen van de Kamer van Koophandel. Apeldoorn is volgens hem bezweken voor de druk uit de regio. Reesink dreigde naar Duiven te verhuizen, waarmee de stedendriehoek Apeldoorn-Zutphen-Deventer een grote werkgever dreigde te verliezen. Van der Houwen heeft de Ecofactorij altijd gepromoot. ,,Maar het is wel vreemd dat de gemeente op zo'n kruispunt van wegen niets met transport en logistiek wil doen.''

Apeldoorn, omringd door de Veluwe en de IJsselvallei, doet het expres anders dan andere gemeenten, legt wethouder Kuijpers uit. Eerst wordt vastgesteld wat groen moet blijven, dan pas waar gewoond en gewerkt mag worden. De belangstelling voor de Ecofactorij is groeiende, zegt Apeldoorn. Een bedrijf dat kippenmest verbrandt en een koelhuis gaan zich er zeker vestigen; met drie andere bedrijven wordt nog onderhandeld. En daar hoort Reesink niet bij, zegt Kuypers. Ten Doeschate is er rotsvast van overtuigd dat hij ook in hoger beroep gelijk krijgt. In dat geval dient hij een schadeclaim van ,,enkele miljoenen guldens'' in, om de gestegen bouwkosten en de rekening van de advocaat te kunnen betalen.