Sociale opgave weegt zwaarder in Enschede

Topsport is in Enschede van secundair belang. ,,Goede gymleraren zijn, met alle respect, belangrijker dan olympisch kampioenen.'

Groen van jaloezie als hij ziet en hoort wat sommige collega's jaarlijks aan topsport uitgeven? Gedecideerd schudt Marco Swart het hoofd. Integendeel, zou de Enschedese wethouder van Sport bijna willen zeggen. Bovendien: ,,Als burger van dit land heb ik moeite met politici die zakken vol met geld in de bodem stoppen en vervolgens net zolang op de grond stampen totdat er wat opkomt. Dat is a) geen kunst en b) niet altijd in het belang van de breedtesport, zoals vaak wordt beweerd.'

Niets ten nadele van bijvoorbeeld Rotterdam, waar de gemeente jaarlijks 1,23 miljoen euro aan topsport spendeert. Maar Swart laat zich liever leiden door realiteitszin. ,,We lopen niet weg voor onze verantwoordelijkheden, maar bij topsport moet de liefde van twee kanten komen en is dus niet alleen de gemeente aan zet', zegt de VVD-wethouder.

Net als Den Haag waakt de elfde gemeente van Nederland (150.449 inwoners) voor het bouwen van sportieve luchtkastelen. Na jaren aan het overheidsinfuus te hebben gelegen, krabbelt Enschede een stad met nog altijd een van de laagste inkomens per hoofd van de bevolking van Nederland langzaam maar zeker uit het dal. Matiging is daarom het devies van de voormalige textielstad, die zichzelf vooral ten doel heeft gesteld `om met sport een leefbare omgeving te creëren'.

Het sportbudget van de gemeente bedraagt 8,9 miljoen euro en vrijwel het gehele bedrag komt ten goede aan de breedtesport. Swart schaamt zich geenszins voor die eenzijdige verdeling. ,,Vergelijkingen met andere steden gaan op voorhand mank, omdat Enschede zijn eigen unieke profiel heeft waarbij de sociale opgave voorop staat. Goede gymleraren zijn hier, met alle respect, belangrijker dan olympisch kampioenen.'

Net als vele andere bestuurders onderkent ook Swart de heilzame werking van de top- voor de breedtesport. Maar meer geld vrijmaken voor topsport? Een Stichting Topsport opzetten voor de werving van sponsors en toernooien? Swart piekert er niet over. ,,Als de fusiestad (Enschede-Hengelo, red.) indertijd was doorgegaan, hadden we de krachten kunnen bundelen. Nu dat helaas niet zo is, moet Enschede een keuze maken en die keuze valt, zoals gezegd, op de breedtesport.'

Met alle gevolgen vandien voor onder meer het evenementenbeleid. Twee A-evenementen (Fanny Blankers Koen Games in Hengelo en de military van Boekelo) prijken jaarlijks op de lokale sportkalender. Beide kunnen rekenen op een bijdrage. Swart: ,,We koesteren hetgeen we hebben en zien geen heil in het volproppen van onze kalender, omdat we geen opeenstapeling van gemiddelden nastreven.'

Een ander evenement, de Twente Marathon, is bij gebrek aan voldoende financiële draagkracht tegenwoordig niet meer dan een regionale wedstrijd met cultuur-historische betekenis, omdat het Nederlands oudste (sinds 1947) klassieke loop over 42 kilometer en 195 meter is. Swart: ,,Wij kunnen én wij willen niet concurreren met Amsterdam en Rotterdam, zeker wanneer het gaat om start- en prijzengelden. Dan maar geen toplopers.'

Swart bindt liever de strijd aan met de `bewegingsarmoede' in zijn stad, nadat onderzoek onthutsende cijfers opleverde. Terwijl in de `betere' wijken tachtig procent van de bevolking regelmatig aan sport doet, ligt dat percentage in de achterstandswijken op twintig. Swart: ,,Dan praten we dus over hardnekkige maatschappelijke patronen, waarbij het gevaar dreigt sommige kinderen de rest van hun leven inactief blijven omdat ze nooit kennis hebben gemaakt met sport.'

Om die zorgwekkende trend tegen te gaan, formuleerde de gemeente een nieuw tarieven- en subsidiestelsel, dat op 1 januari van kracht werd. Clubs uit achterstandswijken met relatief veel jeugd en allochtonen op de ledenlijst ontvangen extra financiële steun. Verenigingen uit welvarende stadsdelen daarentegen worden gekort. Contributieverhogingen en sponsorgelden moeten het wegvallen van subsidiegelden ondervangen.

Hoewel de koerswijziging weerstanden opriep, is volgens Swart weinig reden voor een klaagzang. Want ook de tweede pijler van het Enschedese sportbeleid komt ten goede aan de recreanten, met de keuze voor centraal gelegen en kwalitatief hoogwaardige (B-)locaties in de stad. Zo verrezen op de plek waar tot drie jaar terug nog het voetbalstadion van FC Twente stond, tal van sportaccommodaties, waaronder de Diekman-hal. Het was die (dubbele) sporthal die ruim anderhalf jaar geleden landelijke bekendheid kreeg, in de dagen volgend op de verwoestende vuurwerkramp toen het complex dienst deed als tijdelijk onderkomen van de ontheemde bewoners.

Gelaten reageert Stéphanie Gomperts op de analyse van Swart. ,,Ik begrijp dat de prioriteiten bij de breedtesport liggen, maar leuk is anders', zegt de parttime interim-manager van het Olympisch Steunpunt Twente. Slechts 23.000 euro ontvangt de belangenbehartiger van regionale topsporters van de gemeente en dat is, zo weet Gomperts, te weinig. ,,Een beetje wanhopig ben ik wel', erkent de 27-jarige tennisster. ,,We zouden meer kunnen en willen doen dan nu mogelijk is.'

Haar voorganger, ex-marathonloper Marti ten Kate, lanceerde vorig jaar een plan dat als titel Help onze helden op weg naar Athene meekreeg. Honderd regionale talenten zouden door evenzovele bedrijven financieel ondersteund moeten worden in de aanloop naar de Olympische Spelen van 2004. Slechts duizend gulden (454 euro) bedroeg de inleg.

Het idee oogde veelbelovend, maar sinds het vertrek van Ten Kate naar NOC*NSF, in oktober vorig jaar, heeft Gomperts nog maar bitter weinig respons gekregen: 41 toezeggingen. Zuchtend: ,,Het is telkens hetzelfde liedje: wat krijgen we er voor terug? Omdat wij niet één sport of één club vertegenwoordigen, luidt mijn antwoord steeds: goodwill. Maar kennelijk is dat niet voldoende. Terwijl het om een minimale bijdrage gaat, die ook nog eens voor de helft aftrekbaar is.'

Eén partij onttrekt zich grotendeels aan Swarts terughoudende topsportbeleid: FC Twente. Enschede geldt als een voetbalstad bij uitstek. Slechts een paar woorden heeft Swart nodig om het maatschappelijke belang van de club uiteen te zetten: ,,Die is groot, om niet te zeggen enorm.' Om die woorden te staven, hoeft hij maar te verwijzen naar het spontane volksfeest dat vorig jaar losbarstte, toen de club de nationale beker won.

Toch dreigt datzelfde FC Twente binnenkort op de stoep te staan bij de gemeente, nadat eind december aan het licht kwam dat de club een fiscale naheffing van 2,7 tot 3,6 miljoen euro te wachten staat. Maar bang voor dat doemscenario beweert Swart niet te zijn. ,,Twente staat op eigen benen, kent een solide financiële basis en zal nog wel even van gedachten wisselen met de inspecteurs.'

Zevende deel van een serie over het sportklimaat in steden. Eerdere afleveringen verschenen op 17 november, 8 en 22 december, 12, 19 en 30 januari.