Palestijnen 2

NRC Handelsblad meldt terecht (24 januari) dat de rij verdachten van de moord op de ex-militieleider E. Hobeika lang is. Er wordt ook, waar zijn dodelijke rol in de vluchtelingenkampen Sabra en Shatila wordt gemeld, een verband gelegd met de toenmalige minister van Defensie, Ariel Sharon, de huidige premier van Israël.

Een onjuistheid lijkt het mij, echter, om uitsluitend over Palestijnse slachtoffers aldaar te spreken. Ook grote aantallen sjiitische Zuid-Libanezen, vluchtelingen in eigen land, hadden in die kampen hun naar zou blijken hopeloze toevlucht gezocht. Daar was al het nodige aan voorafgegaan, waaronder een al te nadrukkelijke gewapende presentie van Palestijnen in Zuid-Libanon, en een daardoor gemotiveerd welkom aanvankelijk hartelijk, later tijdelijk voor de Israëlische invasie. Het vermoeden is sterk dat bij de beruchte slachtpartijen op Zuidlibanese sjiieten en Palestijnen ook Zuidlibanese christelijke militieleden van de De Facto Forces van majoor Haddad als daders betrokken waren. Onder deze omstandigheden is het niet vreemd dat de sjiitische bevolking van Zuid-Libanon geradicaliseerd is geraakt. Dit gebeurde in de periode dat Nederland in het gebied militair aanwezig was met een groot contingent UNIFIL-troepen.

Wie toen wilde luisteren, kon over deze meer genuanceerde toedracht van het door Zuidlibanezen en Palestijnen gedeelde lijden vernemen. Het boek The battle for South Lebanon; the radicalization of Lebanon's shi'ites 1982-1985 (Amsterdam: Bulaaq 2000) van F. Smit geeft een helder kader voor een goed begrip van deze historische gebeurtenissen.