Oorlog

Een WK veldrijden in het weekend van een koninklijk huwelijk: het contrast is schril en uitdagend. Hebben we de hele zaterdag alleen maar fluwelen mensen voorbij zien komen met tiara's en diadeempjes op het hoofd, hoeden en handschoenen, lopen er de zondag veertig slijkduivels te ploeteren in stront en modder. Ook op televisie. Veldrijden: het is een sport voor turfstekers, kompels en boerenknechten. Je komt ze in het gewone leven nooit tegen.

Weg sprookje.

Toen Hennie Stamsnijder nog reed, toen het nog sneeuwde in de winter ging ik wel eens naar een cross. Alleen om Hennie te zien. Als de laatste getuige van de prehistorie. Mooie kop: het gezicht zo antiek als de spaken van zijn fiets. Hennie lachte nooit. Spreken deed hij nauwelijks. De paar woorden die hem na een wedstrijd ontvielen, harkten tegen de beschaving in. Altijd scheve, geschramde scherf, voor de koers, na de koers, in het bad en in het bed. Alleen op de fiets kon hij mooi dansen. Zoals hij ook liep en sprong op souplesse, over boomstronken, grachten, en mesthopen. Maar alle triomfen ten spijt, Hennie bleef wie hij was: keutel van het cyclisme.

Nu is er Richard Groendendaal. De zoon van Rein. Geboren en getogen in Sint-Michielsgestel, het dorp van Gerrit Braks. Een oud-minister in het dorp, dat scheelt toch in normen en waarden, in fatsoen en blablabla. Doe daar nog een stoomcursus in geliktheid en communicatief maniërisme van de Rabo bovenop en je hebt een veldrijder van deze tijd, van deze wereld. Richard was altijd een stille jongen. Zo werd hij twee jaar geleden ook wereldkampioen, uiteraard in Sint-Michielsgestel. Maar dit jaar ging het mis: Groendendaal kon niet meer winnen.

Kader- en zadelbreuken, lekke banden, valpartijen, lintwormen, niets bleef hem bespaard. Het hele seizoen reed de Rabo-kopman in het achterveld. Vorige week in Heerlen won hij zijn eerste wedstrijd. In alle andere grote duels werd hij op achterstand gereden. Nu eens door Mario de Clercq dan weer door wereldkampioen Erwin Vervecken, Bart Wellens en Sven Nys. De suprematie van de Belgen was onweerstaanbaar.

Het veldrijden valt nog binnen de verbeelding van de gemiddelde boerenkinkel. Dat is aan de gezichten langs het parcours af te lezen: het liefst zouden de supporters, altijd gevuld met worst en bier, de tegenstand met riek en dorsvlegel te lijf gaan. Veldrijders ploeteren tussen hagen van vijandigheid. In agrarische hitsigheid worden de renners bestookt met zand, drek en spuug. Talloos zijn de elleboogstoten die door hysterische supporters van De Clercq aan aartsvijand Vervecken zijn uitgedeeld. Altijd in een bocht van het parcours waar de menigte zichzelf kan vermommen. Ook het lijden van Richard Groenendaal is niet te overzien: hij wordt in Belgische crossen al jaren als `gehate Hollander' van de fiets getreiterd.

In Diegem werd het de Brabander te veel: hij trakteerde een Vlaamse schreeuwlelijk in volle koers op een linkse hoek. Sarajevo tussen de koeien: de oorlog van het lompenproletariaat was begonnen. Groenendaal weet wat hem morgen in Zolder te wachten staat. Hij anticipeerde gevat met een provocatie: ,,Als ik het echt beu ben charter ik toch een busje zware jongens die allemaal honkbalknuppels onder hun jasje verstoppen. De eerste die een beetje veel boe roept, krijgt dan `bam', die knuppel in zijn nek. () Als een Belgische fan mij van de fiets slaat, wordt er niemand wereldkampioen. Dan is het oorlog.''

Mannentaal.

Het vooruitzicht van een `Boerenkrijg' in Zolder lacht me toe als een verfrissend anachronisme. Zeker in een weekend dat al die Europese koningen bij elkaar hokken, in gesteven rimpelloosheid van handkus naar handkus zoemen en eindeloos toasten op de gebroken geschiedenis van het Avondland die hen in de hoge positie heeft gebracht. Synchroon lullen, dineren en liefhebben, als die koninklijke gezelschappen daar dan zo gelukkig mee zijn, vind ik het ook goed, maar een beetje primitieve woede van het volk kan geen kwaad. `Het is altijd dood, we leven maar even,' zei Freek de Jonge eens. In dat perspectief mag een samenleving niet te comateus worden.

Daarom: laat ze daar in Zolder de luchten maar klieven, de rieken en de dorsvlegels. Opwinding met een stallucht: het is weer eens iets anders dan de sensatie Máxima. De schade kan geen probleem zijn: blubber wint het altijd van bloed, in het veldrijden.