Net een gewone familie

De nationale feestdag van Noorwegen valt op 17 mei. Die wordt in vrijwel elke plaats plechtig gevierd. Iedereen gaat die dag keurig gekleed: mannen in pak met stropdas, vrouwen vaak in de klederdracht van de streek. De kinderen van Oslo trekken langs het balkon van het koninklijk paleis in de hoofdstad, waar de koninklijke familie het defilé afneemt. Voor elk van de circa honderd Oslose scholen die in de optocht meelopen, neemt koning Harald (1937) zijn hoge hoed af. En elk jaar is er een speciale groet van prinses Märtha Louise (1971) en kroonprins Haakon (1973) voor de leerlingen van het christelijk gymnasium waar ze zelf op gezeten hebben.

Op 17 mei wordt de eerste Noorse grondwet herdacht. Vanaf 1380 vormde Noorwegen een unie met Denemarken, wat er in de praktijk op neerkwam dat het land bestuurd werd vanuit Kopenhagen. Na de napoleontische oorlogen raakten de Denen bij de Vrede van Kiel in 1814 Noorwegen kwijt aan de koning van Zweden. Op 17 mei dat jaar bereikte een Noorse volksassemblee al overeenstemming over een grondwet voor een onafhankelijk Noorwegen. Maar het zou nog tot 1905 duren voordat Noorwegen zich definitief los wist te maken van Zweden en een zelfstandige natie werd.

Volgens de grondwet van 1814 is Noorwegen een constitutionele monarchie en dus ging men in 1905 op zoek naar een koning. De keus viel op prins Karel, de tweede zoon van de Deense koning Frederik VIII en broer van Christiaan X, die van 1912 tot 1947 koning van Denemarken was. Karel wilde wel koning worden, maar alleen op voorwaarde dat de Noren daarmee instemden, want er gingen ook veel stemmen op voor een republiek. In november 1905 spraken de Noren zich per referendum met 160.000 tegen 70.000 stemmen uit voor de monarchie en daarna kon Karel, met zijn zoon Alexander op de arm, voet aan wal zetten in Oslo. Het jaar daarop besteeg hij de troon onder de naam Haakon VI een verwijzing naar de Noorse vorsten uit de pre-Deense periode.

Haakon VI zag zich na de Duitse invasie in april 1940 genoodzaakt met de regering naar Engeland te vluchten. Vijf jaar later zette hij opnieuw voet op Noorse bodem. Na zijn dood in 1957 werd hij opgevolgd door zijn inmiddels 54-jarige zoon Alexander, die zich Olav V noemde. Olav, die veel meer Noor onder de Noren was dan zijn vader, regeerde tot januari 1991. Olavs zoon Harald, een fanatiek zeezeiler die deelnam aan Olympische Spelen en in 1972 de Kieler Woche op zijn naam bracht, zorgde voor het eerste vlekje op de monarchie. Hij had zijn oog laten vallen op een meisje uit de gegoede Noorse burgerij, Sonja Haraldsen. Pas na negen jaar kreeg hij toestemming van zijn vader om haar te trouwen, nadat hij gedreigd had zijn aanspraken op de troon op te geven.

Lange tijd gold het Noorse koningshuis als een van de saaiste ter wereld. De laatste jaren is daarin verandering gekomen. Kroonprins Haakon sloot op 25 augustus 2001 een omstreden huwelijk met Mette-Marit Tsjessem Höiby, een voormalig serveerster en studente sociale antropologie met wie hij, tegen het koninklijke protocol in, al samenwoonde. Mette-Marit was een ongehuwde moeder van een driejarige zoon. Zijn natuurlijke vader werd in februari 2000 veroordeeld tot 240 dagen dienstverlening wegens cocaïnebezit.

Langzamerhand verschilt het leven van de koninklijke familie zo weinig meer met dat van een doorsnee Noorse familie, dat velen zich afvragen hoelang het vorstenhuis nog zal standhouden. Volgens opiniepeilingen in juni 2001 steunt 59 procent van de Noren de monarchie, een cijfer dat jarenlang in de buurt van 80 procent lag. De Noorse pendant van het republikeins genootschap vindt 2014 daarom een goed jaar om de monarchie af te schaffen.