Monarchie en media

Nederlandse monarchen hebben nooit een hoge pet op gehad van de pers. Koningin Beatrix verwoordde het twee jaar geleden in een informeel gesprek met journalisten. ,,De leugen regeert'', zou zij volgens getuigen hebben opgemerkt. NRC Handelsblad meldde – geheel tegen het anticitaatprotocol in – dat de Nederlandse journalistiek volgens Beatrix ontsierd wordt door ,,slordigheden'', ,,spelfouten'', ,,onzorgvuldigheden'' en ,,eenzijdigheid''.

Ook prinses Juliana en prins Bernhard hebben, zo blijkt uit een tv-interview met Maartje van Weegen uit 1987, geen hoge dunk van de vaderlandse journalisten. Juliana erkende dat de `onjuiste berichtgeving' over de inhuldiging van Beatrix haar nog steeds dwarszat. ,,Ik was verkouden en toen snoot ik mijn neus en toen zeiden ze allemaal dat ik huilde'', aldus de prinses. ,,Maar ik huilde helemaal niet.'' Prins Bernhard beklaagde zich over het gebrek aan verdedigingstactieken: ,,In het algemeen loop je niet meteen naar de rechtbank en je kunt iemand niet op zijn smoel slaan.'' Kroonprins Willem-Alexander maakte als kind al duidelijk niet gecharmeerd te zijn van de media. Zijn kreet `Nederlandse pers oprotten' staat menig journalist in het geheugen gegrift.

Onschendbaarheid De instabiele relatie tussen pers en koningshuis is grotendeels terug te voeren op een in 1848 ingevoerde grondwetsherziening die de koning politiek onschendbaar verklaart. Sindsdien mogen leden van het koninklijk huis zich niet meer publiekelijk voor hun gedrag verantwoorden, op straffe van een constitutionele crisis. Zo hield politiek Den Haag vorig jaar de adem even in toen kroonprins Willem-Alexander zich bij een werkbezoek aan New York spontaan uitliet over de ophef rond zijn aanstaande schoonvader, Jorge Zorreguieta. Hij refereerde daarbij aan een ingezonden brief, die bij nadere beschouwing afkomstig bleek van de Argentijnse ex-dictator Videla. Premier Kok moest eraan te pas komen om de zaak te sussen. ,,De prins had er verstandig aan gedaan de verleiding te bedwingen om persoonlijk getinte opmerkingen te doen'', merkte hij op.

Onthullingen Sinds de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) zich begin jaren vijftig akkoord verklaarde met een aantal door de koningin opgestelde regels en voorschriften aangaande Oranje-berichtgeving, doen de meeste Nederlandse kranten en weekbladen er het zwijgen toe. Althans, wat affaires en schandalen betreft. De Greet Hofmans-affaire was nooit bekend geworden, als het Duitse weekblad Der Spiegel in juni 1956 geen hoofdartikel had gewijd aan de groeiende invloed van de gelijknamige gebedsgenezeres op koningin Juliana. En het was The Wall Street Journal die twintig jaar later als eerste meldde dat een `hoge Nederlandse functionaris' (lees: prins Bernhard) steekpenningen zou hebben aanvaard van de Amerikaanse vliegtuigfabrikant Lockheed. Pas toen de commissie-Donner een onderzoek instelde, begon de Nederlandse pers aan een serieuze inhaalslag.

Majesteitsschennis In vorige eeuwen was de Nederlandse journalistiek heel wat minder terughoudend. Omstreeks het midden van de 19de eeuw verdween een hele reeks journalisten in het cachot wegens `majesteitsschennis'. Het bekendste slachtoffer van de gespannen verhoudingen tussen pers en koningshuis is Ferdinand Domela Nieuwenhuis. Deze anarchistenleider werd in 1886 veroordeeld tot één jaar gevangenisstraf omdat hij in het weekblad Recht voor Allen een stuk had `geschreven' met alleen een kop: `Het Leven van Koning Willem III, de Grote, in al deszelfs hoge betekenis voor het volk geschetst.' De blanco kolommen suggereerden dat de vorst zijn onderdanen niets te bieden had. Vandaag de dag geeft het koningshuis – bij monde van de RVD – de voorkeur aan een persoonlijke berisping. Of, als het al te gortig wordt, een rechtszaak.

Toekomst Als de voortekenen niet bedriegen, zal de verhouding pers-koningshuis in de toekomst nauwelijks veranderen. Kroonprins Willem-Alexander zal dezelfde terughoudendheid betrachten als zijn moeder. Toen een Duitse tv-journalist hem begin jaren negentig vroeg wat hij vond van `mensen zoals ik', antwoordde de kroonprins: ,,Tot nu toe ben ik in mijn leven erg gelukkig geweest doordat ik heel weinig met mensen zoals u te maken heb gehad.''