Modesteun voor films

Modeontwerpster Agnès B. investeert graag geld in `lastige films' vertelde ze Hans Beerekamp op het filmfestival Rotterdam.

Ze kleedt David Bowie, de leden van de popgroep Air en Rik Zaal, om er maar een paar te noemen, maar ook de zwarte kostuums van de mannen in Reservoir Dogs zijn door haar ontworpen. Het imperium van de Franse kledingontwerpster Agnès B. bestaat ook uit honderd prêt-à-porter-winkels over de hele wereld, waarvan een groot deel in Japan. ,,Als je daar voor de spiegel staat, dan zit elk rokje perfect'', zegt filmmaakster Gabbi Werner, die verslaafd is aan Agnès B. Toen ze studeerde aan de Filmacademie gaf ze, zodra haar studiebeurs binnen was, dat geld weer uit in de Amsterdamse vestiging aan het Rokin. Modekenners beschrijven de stijl van Agnès B. als `geile tuttigheid' of `zwart-zwart'. Zelf geeft de confectiekoningin als verklaring voor haar succes: ,,Ik maak kleren voor mensen die beweren niet in mode te zijn geïnteresseerd, maar er stiekem wel heel goed uit willen zien.''

Agnès B., die er totaal onmodieus uitziet, als een doodvriendelijke, zeer zachtaardige oudere hippie, is twee dagen in Rotterdam. Op uitnodiging van het International Film Festival Rotterdam, want zoals een van haar campagnes (`J'aime le cinéma') expliciet onthulde, ze houdt van film. Het begon, vertelt ze, toen ze als advocatendochter uit Versailles op haar zeventiende ging samenwonen met een man die speelfilms monteerde. Ze raakte onder de indruk van de Nouvelle vague (een symposium rond Godard is een van haar komende projecten), maar vooral van de onafhankelijke Amerikaanse regisseur John Cassavetes. Een deel van de inkomsten van het modeconcern wordt direct uitgegeven aan cinefiele ondernemingen, zoals de naar een Cassavetes-film vernoemde productiemaatschappij Love Streams.

Het vermoeden dat Agnès B. overstroomd wordt met verzoeken van kunstenaars die gesteund zouden willen worden is juist: ,,Ik doe alles zelf, op mijn intuïtie, dus bekijk ik ook alle aanvragen zelf. Ik geloof in elektronen die elkaar vinden, zoiets als wat Goethe Wahlverwandtschaften noemde. Hoe zich dat verhoudt tot de tijd, die ik aan de rest van het bedrijf besteed? Dat weet ik niet, ik houd de tel niet bij. Maar ach, die mode...'', lacht ze. ,,Het is vooral een kwestie van de juiste mensen aannemen, om de zaak door te laten draaien. Zo ben ik heel enthousiast over Martin in Amsterdam.''

Niet alleen zet Agnès B. advertenties in noodlijdende filmbladen, helpt ze Martin Scorsese met de kosten van de ondertiteling van een Amerikaanse uitbreng van Godards Le mépris en is ze vanaf het begin beschermvrouwe van het filmfestival van Sarajevo, ze geeft ook geld aan regisseurs van moeilijke projecten. Haar favoriet is op dit moment Gaspar Noë, die schandaal veroorzaakte met het Céline-achtige Seul contre tous over een fascistoïde paardenslager en van wie Agnès in mei in Cannes een nieuwe film belooft. Ook heeft ze met het Amerikaanse enfant terrible Harmony Korine (Gummo, julien donkey-boy) een productiemaatschappij in Londen opgezet. Waar andere kledingconcerns, zoals Benetton, specialisten inhuren om zich een plaats in de filmwereld te verwerven, doet Agnès B. het alleen. Tijdens het vorige festival van Cannes werd ze tien dagen lang in gezelschap van Noë gesignaleerd. Zit er een strategie achter, om het imago van de kleding te verbeteren of om minder belasting te hoeven betalen? ,,Ah, non, in het geheel niet, dat ligt in Frankrijk heel ingewikkeld, met humanitaire en artistieke stichtingen. Nee, ik houd gewoon van lastige films. Misschien is het wel net als met mijn kleding, dat ik mensen graag zie genieten: `le désir de faire plaisir'.''