Manieren en mores van het hofpersoneel

Bescheiden en loyaal. Dé eigenschappen die koningin Beatrix graag ziet bij haar personeel. Wie werken er voor de koningin en wat doen zij?

De namen van de leden van de hofhouding zijn vaak al even zwierig als de namen van hun functie. Van Loon-Labouchere: grootmeesteres. Bischoff van Heemskerck-Telders: dame du palais honoraire. Baron Bentinck: intendant der koninklijke paleizen. Er zijn adjudanten, er zijn hofdames, er is een thesaurier, een stalmeester, een hofmaarschalk. Zij heten Taets van Amerongen tot Woudenberg, De Zwaan-Kaars Sypesteyn, De Blocq van Scheltinga.

De koninklijke hofhouding is grofweg ingedeeld in een civiel huis, voor de dagelijkse werkzaamheden, een militair huis, voor de verzorging van het militair ceremonieel, en een honoraire hofhouding van mensen die zich in het verleden verdienstelijk hebben gemaakt en op wie nog steeds een beroep kan worden gedaan. Hofdames honoraires kunnen aanzitten bij grote diners, om mee te helpen een gesprek op niveau te voeren. Zij kennen de sfeer en de mores.

Een lid van de honoraire hofhouding is niet per se een ouder iemand. De adjudanten van het militaire huis bijvoorbeeld, letterlijk `helpers' van de koningin, worden voor enkele jaren gedetacheerd aan het hof, daarna keren ze terug naar de krijgsmacht. Bij grote evenementen komen ze weer even in actieve dienst. Willem-Alexander en Pieter van Vollenhoven zijn adjudant `in buitengewone dienst'.

Bij haar aantreden heeft de koningin de hofhouding gemoderniseerd, waarbij een van de ingrepen was meer roulatie van functionarissen. Een andere modernisering was het geven van meer macht aan de grootmeester, het hoofd van de hofhouding. Deze telt ruim driehonderd leden, onder wie ook monteurs, tuinmannen en schoonmakers. Onder Beatrix vervult de grootmeester een rol die vergelijkbaar is met die van secretaris-generaal: hij heeft het overzicht en bepaalt het beleid. Hij is ook verantwoordelijk voor de evenementen in het buitenland. Grootmeester L.W. Veenendaal was eerder diplomaat. Hij studeerde in Leiden.

Ook andere leden van de `echte' hofhouding, de enkele tientallen mensen die het nauwst bij de werkzaamheden van de koningin zijn betrokken, hebben een dergelijke achtergrond. Daarnaast komen verschillende leden uit de krijgsmacht. De diplomatie kneedt mensen in de omgang met precaire situaties. En Beatrix studeerde zelf ook in Leiden. Veenendaal staat bekend als bescheiden en loyaal, eigenschappen die de koningin op prijs stelt.

De grootmeester is het belangrijkst, maar veel wordt ook toevertrouwd aan de ceremoniemeester. In het Haagse `werkpaleis' Noordeinde heeft hij een kamer naast die van de grootmeester. Ook de ceremoniemeester, coördinerend organisator, heeft onder de huidige koningin meer te zeggen gekregen. Voor Beatrix is het belangrijk dat alles tot in de puntjes is geregeld.

De ceremoniemeester bestiert de vier zogenoemde uitvoerende diensten. Het gaat om: het bureau van de ceremoniemeester, verantwoordelijk voor binnenlandse evenementen, het departement van de hofmaarschalk, dat de ontvangsten feitelijk verzorgt en waar de huishoudelijke dienst onder valt, de intendance der koninklijke paleizen, die de paleizen gebruiksklaar maakt en de tuinen en landerijen onderhoudt en, als vierde uitvoerende dienst, het koninklijk staldepartement, beheerder van wagenpark, paarden en koetsen. Ceremoniemeester G.H.A. Monod de Froideville komt uit de cavalerie.

De derde opgewaardeerde functie betreft die van algemeen secretaris, in feite een nieuwe functie. Hij is het hoofd van de afdeling secretariaten, waarvan er vijf zijn: één voor koningin en prins, één voor Willem-Alexander en Máxima, één voor Margriet en Pieter van Vollenhoven, één voor prinses Juliana en één voor prins Bernard. De instelling van een algemeen secretaris maakte een eind aan de situatie dat secretariaten langs elkaar heen werkten of zelfs elkaar beconcurreerden. Alleen het bestaan van aparte secretariaten voor Juliana en Bernard herinnert nog aan die tijd.

Algemeen secretaris P.W. Waldeck is Leids jurist. Hij was eerder woordvoerder op Buitenlandse Zaken. De algemeen secretaris onderhoudt het contact met de rijksvoorlichtingsdienst. Particulier secretaris van Willem-Alexander is J.W. Leeuwenburg. Vorig jaar werd aan het secretariaat van de kroonprins een adjunct-particulier secretaris toegevoegd, wegens de toegenomen drukte na de verloving. Adjunct T. van der Werf en Leeuwenburg zijn beide gedetacheerd vanuit Binnenlandse Zaken. Daar hielden zij zich bezig met openbare orde en veiligheid. Voor Máxima is een tijdelijk particulier secretaris benoemd: O.A. Gaarlandt-van Voorst van Beest. Zij is een van de vijf hofdames van de koningin.

Hofdames, grootmeesteres, kamerheren en adviseurs zijn op afroep beschikbaar, dus niet voltijds in dienst. Hofdames en grootmeesteres assisteren de koningin bij ontvangsten en bezoeken. De grootmeesteres onderhoudt het contact met de hoofden van diplomatieke missies en andere vooraanstaande buitenlanders. Hofdames geven (protocollaire) adviezen, maar nemen bijvoorbeeld ook de tas van de koningin over als zij bij een bezoek iets in handen krijgt gedrukt. Adviseren en begeleiden doen ook de kamerheren, in elke provincie één. Zij zijn de voelhorens van het hof in het land. Ze kennen bijvoorbeeld de leden van de rotary.

Tot de hofhouding behoren verder nog de thesaurie, een bureau personeelszaken, het koninklijk huisarchief, een stichting die de historische verzamelingen beheert, de intendances van de verschillende paleizen, een houtvesterij, een jachtdepartement, een kanselarij der huisorden (voor de lintjes) en het beheer van het kroondomein. Los ervan staan de zogenoemde `bevriende diensten': het kabinet der koningin, dat haar ambtelijk ondersteunt, de rijksvoorlichtingsdienst, de koninklijke marechaussee en een aparte beveiligingsdivisie.

Het huwelijk van vandaag is het vijfde grote evenement voor de hofhouding sinds de inhuldiging van Beatrix in 1980. De eerste vier waren: het vijfentwintigjarig huwelijk van koningin en prins (1991), twaalfenhalf jaar koningschap (1992), de zestigste verjaardag van de koningin (1998), het huwelijk van Constantijn en Laurentien (2001). De laatste twee evenementen zijn vergelijkbaar met dit huwelijk: enkele dagen feest en een keur aan internationale gasten. Die generale repetities verliepen naar wens.