Jezus, de wijn is op

De bruidsjurk van Valentino zal wel meer aandacht trekken dan de preek van dominee Carel ter Linden. De enige in Nederland massaal beleden religie is immers de Beeldreligie. (Dat was de titel van een satire in het VARA-programma Zo is het toevallig ook nog 's een keer dat in januari 1964 tot een nationaal pandemonium leidde wegens de blasfemische tekst: `Geef ons heden ons dagelijks programma, wees met ons o Beeld, want wij weten niet wat wij zonder u zouden moeten doen.')

Alom aanwezig, alziend, almachtig, zijn vandaag de camera's. De beeldreligie heeft het allang gewonnen. Zo zitten we dan allemaal virtueel in de Nieuwe Kerk. Is het de ironie van de geschiedenis dat de huwelijksdienst zich afspeelt in een museum?

Niettemin. Mij interesseert, behalve de jurk, toch ook de preek van Ter Linden. Onkerkelijk en ongodsdienstig als ik ben, biedt de toespraak van de dominee mij misschien wel een uitgelezen mogelijkheid om eens goed de pols te voelen van de monoculturele samenleving van Jan Peter Balkenende.

De afgelopen weken heb ik in Trouw al tien preken gelezen van predikanten en priesters die mochten opschrijven hoe zij in de plaats van Ter Linden het koninklijke bruidspaar zouden hebben toegesproken. De literaire kwaliteit hield niet over en kan misschien nog het beste worden getypeerd als het diapositief van de antipreek die Leon de Winter in de Berliner Morgenpost heeft afgestoken: goedbedoelde banaliteiten van hetzelfde kaliber als De Winters kwaadwillige kroegpraat.

Hoor het eens schallen door de kerk: `Jezus, de wijn is op.' De wijn op? Helaas. `De alcohol is op. Of er is slechts zure wijn, of azijn. Ook dan kun je roepen: Jezus!'

Sorry, dat is niet De Winter, lallend in een café, dat is het thema dat de Limburgse hulpbisschop dr. Everard de Jong zou hebben gekozen voor zijn preek in de Nieuwe Kerk. Zucht, de wijn is natuurlijk de afgezaagde beeldspraak voor de liefde: `Jezus laat uit zijn kruiken tappen. En men proeft: wijn! Echte,hele goede. Ja u raadt het al: de wijn van de gerijpte liefde ...' enzovoort. `Tip! Nodig vandaag ook Jezus en Maria op je bruiloft uit!' Tip! Mijn hemel.

Laten we eens kijken naar de gebruikte bijbelpassages in de diverse preken. Vanzelfsprekend Johannes 2 (de bruiloft te Kana) en natuurlijk het Hooglied: `de liefde is een vuurgloed van Godswege, de liefde is even sterk als de dood.' Mooi.

Dan hebben we Jesaja 49 over `de baarmoederlijke macht van de liefde', wat ik een nogal dubbelzinnige verwijzing naar de functie van de vorstelijke gemalin vind, overgaand in openlijk fysieke toespelingen op de `puntige pijl' van Willem-Alexander, door Maxima verleid met het `zwaard van haar mond'. Dat is geen beeldreligie, dat is SBS6, Yorin en MTV bij elkaar.

Voorts Genesis 2, geschikt voor elke christelijke trouwerij: `Het is niet goed dat de Adaam alleen is, ik zal hem een hulpe maken, hem tegenover.' Was de vrouw uit de voeten van de man geschapen, dan zou zij zich wellicht ondergeschikt voelen; kwam zij uit zijn hoofd, dan zou ze zich boven hem stellen. Daarom, zo houdt een vrouwelijke pastor uit Schijndel het bruidspaar voor, maakt God de vrouw uit een rib van de man, `opdat zij zich gelijkwaardig zou weten!' Goed gesproken.

Wat me minder bevalt in sommige preken zijn de lolligheden. Iemand preekt uit Annie M.G. Schmidt in plaats van uit de bijbel `Máxima, ken je Annie al? Straks als er prinsjes komen, wel.' Jakkes.

Aan de andere kant: de dominees en pastores die in Trouw aan het woord komen gaan niet aan de pijnlijke complicaties van deze feestdag voorbij. Soms met verwijzing naar Willem van Oranjes strijd tegen de inquisitie, soms in de vorm van bijbelse parabels over moord en verdwijningen: `Kaïn, waar is uw broeder Abel?'

Uit Spreuken komt het beroemde citaat: `Gerechtigheid verhoogt een volk', dat dr. R.L. de Haan, tussen 1975 en 1981 lekenpredikant in Argentinë, in zijn preek verwerkt. Hij wijst het bruidspaar op het woord van Jezus: `Wie vader of moeder of akker liefheeft boven mij, is mij niet waardig. Het bijbels geloof is grensoverschrijdend: het is kritiek op de ideologie van familie, traditie en eigendom.' Dat kan niet alleen de familie Zorregeuita in haar zak steken, het geeft ook de Oranjes stof tot nadenken, maar of het op een koninklijk huwelijk zo gepast is?

`Wie wil er op deze dag aan herinnerd worden dat de koning volgens het verhaal van Joram in het bijbelboek Richteren de doornstruik is (...) die alleen goed genoeg is om zwepen van te maken?', vraagt M.M. Pieters, emeritus lekenpreker, zich af. `En wie bekruipt dan niet een onbehagen als de koningszoon zijn prinses uitgerekend kiest uit kringen waar het hanteren van de zweep tot de edele overheidstaken is gerekend?' Deze predikant maakt brandhout van de hele monarchie: `Er is het gevoel dat geen kind, ook geen koningskind, vanaf zijn wieg zo naar één optie mag worden toegedreven, gepaaid ook door beschamende luxe en belachelijke voorrechten. Dat moet wel een gestoorde blik op de werkelijkheid geven.' Het zal je maar gezegd worden op de mooiste dag van je leven.

Wij zouden niet in domineesland leven, als het vraagstuk van het gemengde protestants-katholieke huwelijk in deze preken onbesproken zou blijven. De steile ds. Velema (`De Oranjes zijn door God aan ons land gegeven') betreurt dat de bruid `een roomse Argentijnse' is. `Uiteraard hadden we liever gewild dat U protestants was (...) Van de presentie en kerkelijke presentatie van een roomse geestelijke is geen sprake. Dat moge zo blijven.' Gefopt! Hij wist nog niet dat pater Braun ook van de partij zou zijn.

Al met al geeft de serie preken in Trouw een pluriform en genuanceerd beeld van de stemming in het christelijke deel der natie, dat al even multicultureel blijkt te zijn als de rest. Eén bijbelspreuk maar miste ik, als republikein aan de zijlijn: `Stel op prinsen geen betrouwen.'