Huiswerk maken, kletsen en slapen

Aflevering 5: Varsha Jajairam (17) lijkt een studiehoofd.

Ze wil accountant worden, maar zit het liefst met moeder en oudere zus op de bank te kletsen.

Op het schoolplein van het Maerlant-Lyceum scharen groepjes leerlingen zich in een onverwacht warme winterzon. Handschoenen gaan uit en sjaals worden losgetrokken. Een enkeling laat de zonnebril, als mode-accessoire in het haar gedragen, op de neus zakken. Nergens laat de dag van de week zich zo gemakkelijk raden als op een schoolplein. Het is vrijdagmiddag, het weekeinde is eigenlijk al begonnen, er wordt gelachen en gestoeid, tassen verdwijnen met een zwaai achter de muurtjes waarop de leerlingen zitten en hier en daar wandelen stelletjes hand-in-hand het schoolplein af twee vrije dagen tegemoet.

Er is nog iets dat de vrijdag verraadt: zuchtende leerlingen met grote bezems die blikjes en plastic frisdrankflesjes bijeenvegen. Vrijdagmiddag is strafmiddag. Voor wie de afgelopen week heeft gespijbeld, begint het weekeinde een paar uur later. Pas als de conciërge de opgelegde schoonmaakwerkzaamheden heeft gecontroleerd en zijn zegen geeft, mag de onfortuinlijke leerling huiswaarts.

Binnen, in een van de hallen, op een van de verdiepingen in het schoolgebouw, buigt Varsha Jajairam (17) zich over een studieboek om nog wat lesstof door te nemen. Ze valt met haar kleine postuur en gebogen schouders nauwelijks op in de wirwar van scholieren die zich luidruchtig naar lokalen spoeden of juist op weg zijn naar buiten.

Rond Varsha's tafeltje schuifelen twee jongens met prikstokken, op zoek naar proppen papier die ze in een van de afvalbakken deponeren. Ze hebben hun jassen al aan, alsof ze geen tijd willen verliezen zodra hun strafcorvee er op zit. De jongens zuchten en klagen wat, roepen gekscherend 'Kun jij ons niet even helpen!' tegen Varsha, maar meer dan een glimlach krijgen ze niet van haar.

Als pubers zijn in te delen in ongeleide projectielen en gedisciplineerde jong-volwassenen, dan hoort zij bij de tweede groep. Op het eerste gezicht althans. Tijdens het praten slaat ze regelmatig haar handen ineen, om vervolgens grinnikend naar een kant van de tafel over te hellen, alsof ze uit schaamte weg wil duiken. Dan volgt steevast een kleine bekentenis. 'Ik wil boekhouder worden, omdat het me interessant lijkt.' Dan krullen haar lippen zich tot een lach. 'Ja, oké... Ik wil goed verdienen, bedoel ik eerlijk gezegd. Maar ik heb me nog niet eens ingeschreven bij een opleiding. Ja, ik weet het, ik ben te lui.'

Misschien is ze niet helemaal de gedisciplineerde jonge vrouw die ze lijkt, maar een grote wildebras is ze ook zeker niet. De twinkeling in haar ogen als ze bekent 'niet zo heel fanatiek te zijn op school' is het ondeugendste waarop ze valt te betrappen. Ze gaat niet stappen, moet van haar (Surinaamse) ouders voor donker thuis zijn en houdt zich daaraan, ze heeft nog nooit vrijdagmiddagcorvee gehad, wil pas 'eventueel' een vriend ná haar eindexamen en blijft het liefst tot aan haar huwelijk bij haar ouders wonen. 'Als ik niet bij mijn moeder en mijn zus ben, mis ik ze. Mijn vader is veel weg 's avonds en dan zitten we met zijn drieën lekker te kletsen of tv te kijken. Nee... pas als ik ga trouwen, ga ik eventueel weg.'

Varsha's vrijetijd draait grotendeels om het familieleven. 'En om huiswerk maken', voegt ze er nadrukkelijk aan toe. Dan plots uitgelaten: 'En om slááápen! Ik hou van slapen. Dat is mijn hobby! In elk geval elke zaterdag blijf ik lang in bed.'

Niet zo gek, want door de week staat ze om half zeven op, om om kwart over acht op school te kunnen zijn. Het uur thuis heeft ze nodig om zich 'klaar te maken voor school'. Geestelijk, want haar profiel Economie en Maatschappij valt haar zwaar. En uiterlijk. Om haar lippen heeft ze een haarscherp bruin randje ge-

tekend en langs haar wimpers prijkt een nauwkeurig getekend gitzwart lijntje. Haar haar draagt ze los of opgestoken, en alle lokken die aan het kapsel ontspringen zijn zo gepland.

Haar toekomst ligt vast, zegt ze vastberaden. Een loopbaan als boekhouder, net als haar vader en zus. Dan twee kinderen 'er tussendoor' en een man. Wonen in Den Haag, het liefst, 'maar als mijn man elders moet zijn, ga ik mee.' En tot die tijd blokken voor haar eindexamen, 'want als ik dat niet haal, lukt de rest ook niet.'

Ze heeft het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt. Hoewel ze beter is in talen, koos ze een profiel met wiskunde en economie. 'Waar een ander een week over doet, zit ik een maand te leren. Voor wiskunde en economie sta ik rond de voldoende. Dat wordt nog heel hard leren. Maar ik móét het doen, anders kan ik de accountantkant niet op.'

Waar ze accountancy wil gaan studeren, weet ze al. 'In Rotterdam. Daar is een hele goede school, en dat is belangrijk.' En na een paar seconden stilte: 'Nou ja, oké, eigenlijk is het omdat mijn zus daar ook zit. En het is dicht bij huis.' Weer stilte en dan schaterend: 'Oké, eigenlijk vind ik het wel heel handig als ik zo vanuit de collegebanken aan tafel kan schuiven thuis. Ik zei al: ik ben een klein beetje lui.'

De jongens met de prikstokken dalen de trap van de hal af. Met het uitpluizen van de bovenste verdieping van de school zit hun strafwerk erop. Ze dragen de stokken nonchalant over hun schouders, hun schooltassen aan het uiteinde bungelend als knapzakken. Varsha stopt haar boeken in haar tas en trekt haar jas aan. 'Nu ben ik toch al weer later dan ik had gedacht, ik had al gezellig thuis kunnen zijn!' M

Volgende maand:

David Brandsma, die dankzij zijn Franse moeder een 'negen komma zovee' staat voor Frans en overweegt in Frankrijk te gaan studeren.