De wet van alles of niets

Voor basketbalcoach Ton Boot (60) telt slechts zijn eigen denkwijze. Het nationale basketbalteam noemt hij ,,een speeltuinvereniging''. Van de mentaliteit van de Nederlandse voetballers begrijpt hij niets. ,,Met klootzakken word je nooit wereldkampioen.''

,,Stop! That's no defence! It is ridiculous that I everytime must think for another human being!'' De stem van Ton Boot schalt door de lege hal 1 van de Amsterdamse Sporthallen Zuid. De basketballers van de Astronauts horen de tirade van hun coach zonder morren aan. Ze weten immers als geen ander dat hij geen moment van slapte duldt. Nooit. Dat de Astronauts nog de uitwedstrijd van de vorige avond tegen het Duitse Bonn in de benen hebben, geldt niet als excuus voor een verdedigende fout op de training. Voor Boot gelden simpelweg geen excuses. Voor hem telt slechts één ding: winst.

Tijdens de training loopt Boot plotseling naar de kant. Met zijn rug naar de spelers begint hij ongevraagd aan een kort betoog: ,,Kijk, dit zijn natuurlijk de beste trainingen. De spelers zijn nog moe van de terugreis uit Duitsland. Ze hebben geen zin, maar ze moeten wel. Nu kun je zien wie zich erover heen kan zetten en wie niet. Dat is nu topsport.''

Na ruim twee uur maakt Boot een einde aan de trainingssessie. De volgende avond wacht alweer een competitiewedstrijd tegen NAC uit Breda. Ook die wedstrijd moet ten koste van alles worden gewonnen.

In de ruim twintig jaren die Boot als coach actief is, heeft hij landstitels met Den Bosch, Den Helder, Oostende (België) en Amsterdam behaald. Dit seizoen stevent Boot met de Astronauts op de vierde opeenvolgde landstitel af voor de Amsterdfamse club. ,,Kampioen worden vind ik speciaal'', zegt Boot. ,,Daar werk je voor. Het geeft me misschien nu juist meer voldoening. Want het steeds weer continueren van een kampioenschap is het moeilijkste in de sport.''

In de kantine van de Sporthallen Zuid probeert de coach van de landskampioen geduldig te analyseren waar zijn onstuitbare dadendrang vandaan komt. ,,Ik weet eigenlijk niet precies waar ik mijn drive vandaan haal. Daar denk ik niet over na'', beweert hij. ,,Als ik dat doe gaat die kracht misschien wel weg. Maar ik weet wel dat het in de topsport maar op één manier kan. Bij mij werkt slechts de wet van alles of niets.''

Op het basketbalveld eist de ex-international Boot van zijn spelers dezelfde instelling. Wie daar anders over denkt kan vertrekken. Dit seizoen nam Boot al vroegtijdig afscheid van de Joegoslaaf Davorin Dalipagic (,,geen hart voor de zaak'') en Koen Rouwhorst (,,ik wilde hem niet meer zien. Want ik wist dat op een gegeven moment de bom zou barsten.'').

Alles draait bij Boot om de vertrouwensrelatie met de spelers. ,,Als die relatie goed is, gaan de spelers geen grenzen meer zoeken. Met je geliefde doe je dat toch ook niet? Je streeft naar een harmoniemodel. Hoe kun je elkaar vertrouwen als je afspraken niet nakomt? Een shirtje uit een broekje verschrikkelijk. Dat mag dus niet. Een lijn aantikken bij een sprintoefening, precies op tijd aanwezig zijn, dat soort dingen spreken we af. Want als je dat al niet goed wilt doen, geef je het winnen direct al op. Ik geloof daar in. Neem die lijn aantikken. Spelers doen het op een gegeven moment niet meer. Dan tikken ze net vóór de lijn de grond aan. Dat kan niet. Kennelijk is het lastig om te overwinnen. En dat is nu precies de essentie van trainen. Lastige dingen overwinnen. Eigenlijk een heel mooi mechanisme.''

Boot wil er echter voor waken dat zijn spelers slechts als robotten in het veld staan. ,,Ik hanteer de cognitieve methode. Ze moeten zelf steeds blijven nadenken over de dingen. Ik help ze daar alleen maar bij. Ik voed op tot verantwoordelijkheid en volwassenheid. Als dat voor honderd procent is gelukt, ben ik overbodig. Ze hoeven geen angst voor me te hebben. En toch zie ik soms aan de manier waarop ze naar me kijken als ze een bal missen dat sommige spelers een bepaalde angst hebben. Dat vind ik heel vervelend. Angst is een van de slechtste emoties die een mens kan hebben.''

Toen hij na een sabbatical year in 1998 als coach van de Astronauts aan de slag ging, moest hij eerst het vertrouwen van zijn spelers winnen. Ondanks de reputatie van `kampioenenmaker' waren de twijfels in de Amsterdamse spelersgroep aanvankelijk groot. ,,Ik riep die ook bewust op'', zegt Boot. ,,Want dan worden de dingen snel duidelijk. Je knapt af of je knapt niet af. De eerste maanden waren heel lastig, maar toen is wel de basis gelegd voor de drie kampioenschappen. Achteraf hebben ze begrepen hoe het werkte.''

Zelf heeft de rechtlijnige Boot nooit last van twijfel. Zijn geloof in eigen kunnen is zelfs zo groot dat hij geen assistent-trainer naast zich duldt. ,,Het is simpel. In een groep bepaal ik wat goed en slecht is. Die norm kan wel eens heel anders zijn dan in de buitenwereld. Dat legt ook een grote ethische druk op mij. Want ik bepaal de normen voor een groep jonge mensen. Dus moet ik me steeds blijven afvragen of die normen wel juist zijn. Een assistent kan ik daar niet bij gebruiken. Want als die niet precies zo denkt als ik, werkt zo iemand alleen maar contraproductief. Kennelijk is mijn werkwijze vreemd. Want ik ben, geloof, ik de enige basketbalcoach in de wereld zonder assistent-trainer.''

Boot komt door zijn rechtlijnige werkwijze regelmatig in conflict met mensen uit de basketbalwereld die er andere visies op na houden. Zo heeft Boot zich de afgelopen tien jaar regelmatig publiekelijk afgekeerd van de nationale ploeg. Afgelopen najaar was de maat vol. Hij verbood zijn spelers nog langer voor het Nederlands team te spelen. Astronauts-speler Angelo Flanders werd vervolgens door de bond vorige week voor twee competitiewedstrijden geschorst. ,,Een laf besluit van de bond. Dat neem ik echt niet serieus'', zegt Boot. ,,Het Nederlands team is een speeltuinvereniging. Mijn spelers kwamen er slechter van terug dan dat ik ze erheen had gestuurd. Dat moest een keer stoppen. Als het belang van het nationale team nul is, hoef ik daar geen rekening meer mee te houden. Dus liet ik mijn spelers afzeggen. De bondscoach, Maarten van Gent, heeft toen natuurlijk een gemeen spelletje gespeeld door Flanders toch op te roepen. Want wat is nu logischer om na de afzegging van de spelers contact met mij op te nemen om het conflict op te lossen. Ik heb geen telefoontje van wie dan ook gehad? Dat is dus idioterie ten top.''

Ondanks de schorsing van Flanders heeft Boot geen seconde spijt gehad van zijn eenmansactie. ,,Natuurlijk niet. Het wordt steeds dramatischer met het nationale team. Voor mij is dus nu een punt van no return bereikt. De afspraken tussen de clubs en de bond over het afstaan van spelers heb ik nooit serieus genomen. Ze zitten dan aan een tafeltje en spreken iets af zonder daar de consequenties van te overzien. Moet ik me daar dan zomaar aan conformeren? Als Flanders toch was gegaan dan had ik hem nooit meer willen zien. En als ik volgend jaar nog clubcoach ben in Nederland, zal ik mijn spelers opnieuw verbieden voor het Nederlands team te spelen.''

Het is nog lang niet zeker of Boot volgend jaar nog als coach actief is. Eigenlijk is het weer tijd voor een sabbatical year, vindt hij. Om de zoveel jaar neemt hij een seizoen afstand van het basketbal om zich weer op te laden, om nieuwe inzichten op te doen. Mede daarom volgt hij al jaren een studie psychologie. Boot: ,, Stel je de mensen voor die nog precies hetzelfde doen als 25 jaar geleden. Daar zijn er heel veel van. Dat is dramatisch natuurlijk. Ik moet altijd groeien. Geestelijk en lichamelijk. Dat is voor mij heel belangrijk. Ik mag niet stilstaan. Ik moet mezelf blijven ontwikkelen. Of dat een obsessie is? Tijdens mijn studie psychologie leerde ik over een obsessief-compulsieve stoornis. Tot mijn schrik zag ik dat ik aan alle symptomen van die stoornis voldeed. Mijn vrouw en kinderen vinden ook wel dat ik obsessief ben. Ik vind dus zelf van niet.'' Boot schiet in de lach en zegt vervolgens: ,,Ik heb nu eenmaal een goede zelfkennis.''

Vier jaar geleden nam Boot voor het laatst een jaar vrij. Bijna dagelijks bezocht hij de trainingen van Willem van Hanegem bij de voetbalclub AZ. Tussen Boot en Van Hanegem groeide een band. ,,Echt een vakman'', zegt Boot. ,,Spelers hebben een enorm respect voor hem. Hij hoort in de top thuis. Het is beledigend voor hem dat hij slechts assistent bij het Nederlands elftal wordt. Daar begrijp ik niets van.''

Met stijgende verbazing heeft Boot de laatste maanden de gang van zaken rondom het Nederlands voetbalelftal gevolgd. Boot is net als voormalig bondscoach Louis van Gaal aanhanger van het kweken van een sterke teamgeest, waarin het individu altijd ondergeschikt is aan het team. Dat het Nederlands elftal juist op het mentale vlak te kort schoot, heeft Boot dan ook verwonderd. ,,Van Gaal zei op een gegeven moment dat de mentale weerbaarheid van sommige internationals niet voldoende was. Dat zou mij dus nóóit zijn overkomen. Ik zou simpelweg geen mentaal zwakke spelers selecteren.

,,Van Gaal stelde zijn normen'', zegt de man die door velen wordt beschouwd als de beste sportcoach van Nederland, ,,maar die werden kennelijk niet geaccepteerd. Dat heb ík nog nooit meegemaakt. Ik zou tegen sommige spelers van het Nederlands elftal hebben gezegd: `ik wil je nóóit meer zien'. Wil iemand niet volgens mijn normen werken? Nou, dan niet. Bij een nationaal elftal is dat bovendien makkelijk, want dan selecteer je gewoon iemand anders. Voetbal is echt geen wetenschap. Het is niet de relativiteitstheorie van Einstein. Om mensen die daar dik over doen moet ik lachen. Als ik alleen al die slechte gewoontes bij de voetballers verander, word ik al kampioen.''

Boot ergert zich aan de houding van de Nederlandse voetballers. De instelling van een deel van de spelersgroep is volgens hem een belediging, ,,naar de coach, naar de medespelers, naar de organisatie en naar het publiek. Ze willen een lossere aanpak, hoor ik dan. Dan is volslagen idioot. Ze willen uitslapen in een trainingskamp. Niet van die strakke regeltjes. Maar het gaat natuurlijk ergens anders om. Ze vinden het niet leuk. Maar leuk of niet leuk mag in de topsport helemaal geen rol spelen. Het gaat slechts om winnen en niet winnen. Leuk komt slechts voort uit winnen in de sport. Sommige spelers gaan naar het Nederlands elftal om lekker te stappen en om uit de gewone sfeer te zijn. Ze zien het Nederlands elftal dan dus niet primair, maar secundair. Dat is dus absoluut te verwerpen. Moet ik zulke mensen dan nog serieus nemen? Maar het gekke fenomeen is dat het publiek de spelers nog steeds aanbidt. Mensen vinden dat kennelijk leuk. Het allerleukste lijkt mij wereldkampioen worden. Maar met klootzakken word je nooit wereldkampioen.''

Boot heeft zich erbij neergelegd dat hij zelf waarschijnlijk nooit in de wereldtop van het basketbal actief zal zijn. ,,In de Verenigde Staten zitten ze niet te wachten op een coach uit Nederland. Bovendien zou ik dan moeten netwerken. Dat doe ik dus niet. Maar ik ben wel geschikt voor de top. Ik zie een heleboel andere coaches die er niets van terecht brengen. Als ik coach, zou ik naar Ton Boot gaan kijken. Simpelweg om uit te vinden hoe hij het elke keer weer flikt om kampioen te worden. Maar dat doet dus geen enkele coach. Prima toch? Dan blijf ik toch gewoon kampioen worden.''