De speurtocht naar de nettowinst

Komende week openen Shell en Philips het jaarcijferseizoen. Maar wat publiceren Nederlandse ondernemingen eigenlijk? De resultaten verschillen steeds meer van die in het jaarverslag.

Een epistel van negen pagina's. Dat schoot uitzendbedrijf Vedior vorig jaar de ether in om de buitenwacht op de hoogte te stellen van zijn jaarcijfers. Enige probleem: de winst stond er niet in.

Komende woensdag zal het uitzendbureau naar alle waarschijnlijkheid zijn kunststukje herhalen. De geoefende lezer zal uit de resultatenrekening van Vedior de nettowinst moeten vissen. Die staat niet tussen de `winstcijfers' die in het jaarbericht zullen worden opgediend.

Vedior is geen uitzondering. De commune van ondernemers die nieuwe winstbegrippen hanteert groeit snel. Bedrijven corrigeren steeds vaker het resultaat voor allerhande kosten als de afschrijving op machines, gebouwen en goodwill – de overnamepremie die bij een acquisitie wordt betaald.

VNU – tegenwoordig marktonderzoeksbureau, vroeger uitgever – presenteert `cash earnings' als leidende maatstaf in zijn Nederlandstalige rapportages. In dit resultaat is de winst niet meer de omzet minus kosten, maar zijn buitengewone lasten en een deel van de afschrijvingen in het cijfer gestopt.

En telecombedrijf KPN stuurt bij zijn kwartaalrapportage bijna veertig A-viertjes de wereld in. Het telecombedrijf excelleert in een wirwar van voetnoten en uitzonderingsbedingen, maar meldt het wel keurig. In het laatste kwartaalbericht wordt 47 maal het woord `buitengewoon' en 30 keer `exclusief' gebruikt om cijfers voor bijzondere posten te corrigeren. Het is speuren naar de klassieke nettowinst, het resultaat dat overblijft nadat een bedrijf alle kosten van zijn omzet heeft afgetrokken.

De wildgroei aan alternatieve winstbegrippen is mogelijk bij de gratie van een juridisch niemandsland. ,,Accountantscontrole is niet verplicht voor tussentijdse rapportages'', stelt Fred Versteeg van accountantskantoor KPMG. ,,Je ziet steeds vaker dat bedrijven alternatieve winstbegrippen hanteren, maar dat ligt buiten het bereik van de accountant''. Versteeg noemt het Verenigd Koninkrijk als voorbeeld waar alle interimrapporten eerst door de accountant moeten worden goedgekeurd.

In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Verenigde Staten gelden er evenmin wettelijke regels voor de wijze waarop bedrijven tussentijds hun cijfers en de toelichting daarop communiceren. In Nederland heeft de wetgeving alleen betrekking op het jaarverslag, het verslag dat de meeste bedrijven een paar maanden na de publicatie van hun jaarcijfers, in de lente, publiceren.

Van Nederlandse boekhoud-anarchie wil Versteeg niet spreken. Sinds begin 2001 bestaat er een richtlijn van de Raad voor de Jaarverslaggeving die de vrijheid van ondernemingen bij tussentijdse rapportages inperkt. Deze richtlijn eist onder meer dat bedrijven het moeten melden als de cijfers niet door een accountant zijn gecontroleerd. Dat was voorheen niet nodig.

Daarnaast geeft de richtlijn meer aanwijzingen over de grondslagen en vergelijkbaarheid van de cijfers en wordt er publicatie van een balans, die de bezittingen en schulden weergeeft, voorgeschreven.

Maar een richtlijn heeft niet dezelfde zeggingskracht als een wet. Daarom kunnen ondernemingen zich er nog altijd aan onttrekken. Dat doet bank en verzekeraar ING bijvoorbeeld met de verwerking van overnamepremies. Printer- en kopieermachinefabrikant Océ presteerde het vorige maand om de voorlopige jaarcijfers inclusief persconferentie te presenteren zonder balans te leveren. Dus was er geen inzicht in de financiering en vermogensverhoudingen.

Volgens een woordvoerder van Océ is de onderneming niet anders gewend. ,,Wanneer we met die cijfers komen, is de balans nog niet klaar.'' Océ hoeft volgens de woordvoerder nog niet aan de richtlijn te voldoen, omdat het boekjaar op 30 november eindigt. Dit was de laatste keer dat Océ het zonder een balans doet. De volgende keer is die wel op tijd klaar.

Ook mét richtlijn wijken de vormvrije cijferrapportages van bedrijven steeds meer af van het jaarverslag waarvoor wél wettelijke regels gelden. Dat wordt ook onder accountants algemeen erkend.

Het begrip `ebitda' (winst vóór belasting, rentelasten en alle afschrijven) is inmiddels schering en inslag, geïntroduceerd door ondernemingen uit de nieuwe economie. Hiermee wordt volgens de gebruikers een beter beeld gegeven van de operationele prestaties, los van afschrijvingspolitiek – een arbitraire beslissing – en los van de kosten van kapitaal. Het cijfer houdt eigenlijk het midden tussen omzet en winst. Grote voordeel is dat de veelal verliesgevende bedrijven toch nog een positief winstcijfer kunnen presenteren.

Financieel directeur van Vodafone Nederland, de nieuwe naam van Libertel, heeft als een van de weinigen in de industrie eigenlijk een broertje dood aan `ebitda'. Om vergelijkbaar te blijven met de concurrentie, levert hij het cijfer toch.

Accountants hebben het wat dat betreft het makkelijkst. Versteeg: ,,Het winstbegrip is niet in overeenstemming met de wetgeving. We kennen het formeel niet.'' Veel cijfers, waarmee Nederlandse bestuurders de komende weken mee dwepen, bestaan dus eigenlijk niet.