DE KONINGIN VAN DE BIJLMER

Vier jaar geleden werd Hannah Belliot de eerste zwarte voorzitter van de deelraad Amsterdam Zuid Oost. Ze bezwoer een oorlog tussen zwart en wit, ontpopte zich als een krachtig en autoritair bestuurder en drukte het omstreden plan voor sloop van de hoge Bijlmerflats door.

Na vier jaar verlaat ze de Bijlmer. Ze staat tweede op de PvdA-kandidatenlijst voor de gemeenteraadsverkiezingen in Amsterdam. Portret van een bestuurder, die regelmatig terug moet vallen op haar etnische achterban.

Rond de tafel zitten de mannen met hun strenge baarden en kalotjes op het hoofd zorgelijk te fronsen. 'De bombardementen', zeggen ze, 'zijn bij ons als een bom ingeslagen.'

Hannah Belliot, de Koningin van de Bijlmer, leeft met hen mee. 'In Afghanistan', zegt ze, 'een van de armste landen in de wereld.'

Ze heeft de moslims uitgenodigd om 'even te kijken hoe het met u gaat'.

Niet best. De vrouwen durven de straat niet meer op en de kinderen gaan er ook onder gebukt. In Enschede is een moskee in brand gestoken en in Zaandam.

'Ik heb de indruk', zegt Hannah Belliot, 'dat we hier in de Bijlmer toch anders met elkaar omgaan.'

Ze stelt voor om een open dag te organiseren, misschien iets na het vrijdaggebed, met theedrinken en een praatje in de moskee.

'Nee', zeggen de moslims. 'Niet in de moskee. Laten we iets doen op neutraler terrein.'

'Een weekend dan?', vraagt Hannah Belliot. 'Iets met workshops en besprekingen, zodat we elkaar beter leren kennen? En met eten erbij, iets eenvoudigs, roti's of zo?'

'U weet toch dat wij een speciaal dieet hebben?'

Iemand van een meer verlichte stroming stelt voor dat alle etnische groepen in de Bijlmer iets van zichzelf laten zien. Hijzelf heeft een culturele dansgroep in de aanbieding met meisjes in klederdracht.

'Nee', zeggen de strenge moslims. 'Geen meisjes.'

'Het is echt heel mooi en ingetogen.'

'En geen dansen. Als er dansen is, komen onze vrouwen niet.'

'Die horen er wel bij.'

'Ja, maar met dansen houden wij ze thuis.'

'Iets met alleen muziek dan?', probeert Hannah Belliot.

'Wat voor muziek?'

'Een gospelkoor.'

'Zolang er in Afghanistan mensen vermoord worden, moeten we hier geen muziek gaan maken.'

'Muziek kan ook troost geven.'

'Nee', zeggen de moslims. 'Puur vanuit de islam is muziek onaanvaardbaar.'

'Kerkmuziek dan?'

'Die kennen wij niet.'

'Het is wel een kwestie van geven en nemen', zegt de verlichte tak.

'Maar als samenwerking nou betekent afbreuk doen aan ons geloof?'

'Bach bijvoorbeeld. Zou dat wel kunnen?'

'Nee.'

'En na vijven? Kan Bach dan?'

'Ja. Maar dan verlaten wij de bijeenkomst.'

Twee kille najaarsweken heb ik Hannah Belliot op de voet mogen volgen. Hoe is het om als eerste zwarte vrouw in Nederland burgemeester te zijn van een stadsdeel? Of eigenlijk, van het meest gecompliceerde stuk stad dat Nederland kent?

Hannah Belliot vond het goed, als ik aanzat bij de vergaderingen van haar Dagelijks Bestuur. Ik mocht met haar mee als ze een afspraak buiten de deur had. Ik luisterde naar de klagers op haar spreekuur. En ik was er getuige van als ze moeilijke onderonsjes had met ontevreden ambtenaren.

In die twee weken liet Hannah Belliot geen vraag onbeantwoord. Toen ze om waren, was ze weer aan het roken.

Wit van binnen

'Schande! Schandelijk! Geen woorden voor!'eDe vaste vrijdagavondbijeenkomst van Surinaamse Bijlmerintellectuelen kookt van woede.

'Dat noemt zich zwarte vrouw!'

'Ik ben diep, echt diep in haar teleurgesteld.'

Even daarvoor had Hannah Belliot, als haar bijdrage aan de discussie, gezegd dat ze bestuurder is, gewoon iemand die een bestuurs- akkoord uitvoert. En dat het niet uitmaakt of je dat, als bestuurder, in de Bijlmer doet of in Gouda of in welke plaats in de Nederlands sprekende wereld ook.

'En nu moet ik', zegt Hannah Belliot, 'gaan barbecuen met de Reiniging, dus het beste en tot ziens.'

De achtergebleven Surinaamse mannen schreeuwen opgewonden door elkaar heen.

'Is dit haar bijdrage aan de emancipatie van zwarten?'

'Nu blijkt hoe wit zij is van binnen.'

Harald Axwijk, de auctor intellectualis van de discussiegroep, balt zijn vuisten ten hemel. 'Schan-da-lig.'

Hoe houdt een bestuurlijk mens zich staande in de poel van tegenstrijdige etnische belangen die de Bijlmer is? Tussen moslims die Bach zien als de kapelmeester van het Kwade en Surinamers die haar voor verrader houden als ze niet speciaal voor hén opkomt, want waar hebben we haar anders voor gekozen? Er gaat geen dag voorbij of er staan Ghanezen bij haar op de stoep voor een Ghanees kerkgebouw of Pakistanen die een Pakistaans centrum eisen. De Somaliërs vinden dat ze ook rechten hebben, de Creoolse Surinamers roepen dat de beste baantjes naar de blanken gaan, Hindo- staanse Surinamers vinden daarentegen dat de Creoolse Surinamers juist worden voorgetrokken en de blanke Nederlanders hebben de pest in, omdat er in sommige hoge ambtelijke functies alleen maar zwarten benoemd worden.

Helemaal aan het eind van mijn verblijf zegt Hannah Belliot dat ze het godsonmogelijk nóg vier jaar vol kan houden. Twee jaar erbij had ze wel gewild, maar dan moet je halverwege weg en daar voelt ze niet voor. Na de komende gemeenteraadsverkiezingen in maart zal ze de hitte van vier jaar Bijlmerstadsdeel verruilen voor de luwte van een wethouderspost in Amsterdam.

Vinex-stamppot

De Koning en de Koningin van Spanje komen op bezoek. Van het hof heeft Hannah tien minuten gekregen om het Vorstelijk Paar toe te spreken. Ze mag niet mee in de bus voor de rondtoer, want dan moet er een ambassadeur uit. In de Bijlmer is een gigantische vernieuwingsoperatie aan de gang die miljarden gaat kosten. Wie nu van Amersfoort of van Utrecht af Amsterdam binnenrijdt ziet nog het beeld van de honingraatflats die in de paar decennia van hun bestaan een landelijke faam opgebouwd hebben van overlast, criminaliteit, onveiligheid en verloedering. Over een paar jaar is van dat beeld weinig meer over. De ene na de andere flat wordt afgebroken om plaats te maken voor eensgezinshuizen en laagbouw uit de Vinex-stamppot.

Nauwelijks heb ik een voet in haar werkkamer gezet of Hannah Belliot grijpt de gelegenheid aan voor een College Geschiedenis van de Bijlmer. Ze wil in haar toespraak tot het Spaanse koningspaar het hoe en waarom uitleggen. Ze trommelt Glen Willemse op, adviseur in algemene dienst. Hij moet de rede voor haar schrijven.

'Luister Glen, neem notities. Je begint bij de directe aanleiding voor het slopen van de flats, het dreigende faillissement van de woningbouwvereniging. Zeg dat er in die tijd heel veel tegenstanders waren en dat er hier een enorme werkloosheid heerste. En zeg dat migranten in het algemeen niet afgestemd zijn op dit soort flatwoningen. De eerste nieuwbouw is inmiddels opgeleverd. Heel wat tegenstanders zijn medestanders geworden en zelfs voorstanders, fanatieke bekeerlingen. En zeg dat de werkloosheid sterk is gedaald. En dat iedereen die nu nog in een sloopflat woont, recht heeft op een nieuw huis in de Bijlmer. Want dat we voor meer dan 30 procent sociale huur terugbouwen. Maar dat we 40 of 50 procent ook niet uit de weg gaan. En dat we de verloedering tegengaan, maar dat we nog veel overlast van drugs hebben. Het moet vrijdag klaar zijn.'

Glen: 'Woensdag en donderdag ben ik niet op kantoor.'

Hannah: 'Ik heb de lijn gegeven. Je hoeft er verder met niemand over te praten, ik ben duidelijk genoeg geweest.'

'Ja, maar.'

'Vrijdagmorgen. Op zijn laatst.'

Als Glen Willemse de deur uit is, wrijft Hannah over haar voorhoofd. 'Ze lopen de deur plat hier', zegt ze. 'De keizer van Japan, Koning Albert, Beatrix is al drie keer geweest, Prins Alex hebben we gehad, ministers noem ik niet eens meer, dat is het gewone volk. O, meneer Kok ja, voor hem maak ik een uitzondering.'

Ze schenkt koffie uit een thermoskan. 'Vies. Heel vies. Die is van vóór het weekend.'

Waarom willen vorstelijke personen zo graag naar een toespraak van Hannah Belliot luisteren en met een bus een rondje door de Bijlmer rijden? In eigen land gaat de buurt niet speciaal voor gezellig door. En toch wil Notabel Nederland er graag, zij het vanachter de busruit, mee voor de dag komen. Hier wordt de multiculturele toekomst van de Westelijke Wereld geboren! Nergens leven zoveel mensen (85.000) samen die uit zoveel verschillende landen (141) afkomstig zijn. En dat terwijl ze elkaar niet opzichtig naar het leven staan of om diepreligieuze dan wel etnisch bepaalde redenen groepsgewijze onder vuur nemen.

In hun ogen is de Bijlmer een succesverhaal. Goed, goed, goed. Er wordt nog wel eens een tasje geroofd of een dealertje omgelegd. Maar de vernieuwing schrijdt voort en waar je tot voor kort over de werklozen struikelde lijkt het er nu op of iedereen het brood met eigen handen verdient. Wie zou dus geen kennis willen maken met Johannah Helouise Belliot, geboren te Suriname, getogen te Houten bij Utrecht en sedert vier jaar de vrouw die de Bijlmer van raciaal ellende-oord tot multiculturele pronketalage aan het omtoveren is?

Bananenrepubliek

Als Hannah Belliot even iets privé doet, ga ik op bezoek bij Mark van der Horst, de VVD-wethouder.

'Deze bananenrepubliek', zegt hij, 'is doortrokken van racisme.'

Pats, daar ligt de pronk te grabbel.

'Het is puur en absoluut racisme hier, vooral van zwarte mannen. Erger dan Janmaat.'

Op straat, zegt hij, merk je er niet veel van. Mensen eten elkaars eten en drinken elkaars drank. Onder jongeren wordt het allengs minder. Geregeld zegt een jongeman boos: 'Ik ben geen allochtone ondernemer. Ik heb een garagebedrijf.'

Maar de ouderen en dan vooral de spraakmakende zwarte mannen uit Suriname? Poeh! 'Zij hebben zich', zegt Mark van der Horst, 'de Bijlmer toegeëigend. "Wat doe jij hier?", op die toon gaat het tegen mij. "Jij hebt hier niks te zoeken, dit is onze Bijlmer." Ze stoken elk vuurtje van racistische verhalen op, ze dreigen en chanteren en als ze succes hebben, komt dat door onze slappe knieën. We willen niet dat er om de haverklap tweehonderd zwarten met spandoeken voor het stadskantoor staan.'

Mark van der Horst heeft, zegt hij, aan den lijve ervaren dat 'zwarte mensen zich eenvoudig niet kunnen voorstellen dat een blanke iets voor ze kan betekenen'. Dát is 'die ellendige racistische ondertoon hier'. Ze hebben het ongetwijfeld uit hun geboorteland meegenomen. In Suriname heb je ook niks aan een Creool als je Hindostaan bent en een lapje grond wilt. 'Als ze iets willen dat op mijn terrein ligt, komen ze niet bij mij, nee, dan gaan ze naar Hannah.'

En wat doet Hannah Belliot dan?

'Die pakt ze op, sleurt ze naar mij toe, en zegt, je moet bij hem zijn, hij gaat erover, die man is een oké-witte.'

In feite grenst het vreemde stukje stad dat officieel Zuid Oost heet, nergens direct aan Amsterdam. Het is een stadseiland op zichzelf, een staatje naast de staat. Surinamers zien er een dependance in van Paramaribo, klein-Suriname in Europa. Het liefst zouden ze ook hier de onafhankelijkheid uitroepen: de Bijlmer voor de Bijlmers.

Hun Koningin is 'onze' Hannah Belliot.

Zelf zegt ze dat niet graag. Ze zegt dat ze gewoon voorzitter van een stadsdeel is.

Hannah Belliot neemt me mee uit eten in 'De Houten Vier', een etablissement dat verbonden is aan de Bijlmer golfclub. Nog voordat de vis op tafel staat, zegt ze dat ze de pijn van de zwarte man kent en herkent. 'Je komt in het nieuwe land en je merkt, niemand heeft mij nodig, niemand hoeft mij serieus te nemen.'

Ze zegt dat er in de Bijlmer nog steeds een sterke neiging is om, zodra het gaat spannen, alles in zwart-wit-tegenstellingen te zien. 'Levensgevaarlijk! Als je op die manier te werk gaat, kun je hier een politieke explosie krijgen.'

Zwart Beraad

Vier jaar terug, toen ze begon, stond er in de Bijlmer een zwart-wit-oorlog op uitbreken. Zwarte ambtenaren en zwarte politici vonden elkaar in een plotseling uitbarstend verzet tegen wat zij zagen als 'de blanke overheersing'. Europa had een hoop geld ter beschikking gesteld voor de sociale vernieuwing in de Bijlmer. Dat geld, riepen de zwarten, was door louter witte mannen aan louter witte plannetjes toebedeeld. Even leek het erop of de dagen van Malcolm X in Amsterdam Zuid Oost zouden herleven. Radio, tv en kranten zonden hun frontverslaggevers richting Bijlmer.

Hannah Belliot: 'Zwarten vóélden zich niet alleen buitengesloten, ze wáren het ook.' Ze zegt dat zij het resultaat is van het Zwart Beraad, het compromis dat toen gesloten werd. Ze werd benaderd door de PvdA, in de ogen van het Zwart Beraad de partij die aan de verkeerde kant stond. 'Je wilt niet weten', zegt Hannah Belliot, 'wat zwarte mannen toen allemaal over mij uitgestort hebben. Ik was een bounty, een verrader, een overloper, ik was niet zwart genoeg, tjonge, tjonge, tjonge, ik was de marionet van de witten. Mannen als Henri Dors die me nu op handen dragen, liepen in die tijd straal langs mij hen. Maar luister, het blijven mijn black brothers. Ze waren in opstand, het was de eerste opstand van zwarte mensen tegen het witte gezag. Het was geen kwaadaardigheid. Ze voelden zich buitengesloten, gemarginaliseerd en terecht.'

Ze zegt dat ze in die dagen steun vond bij de zwarte Bijlmermoeders. Op de markt begonnen die hun zwarte mannen uit te kafferen. Houd eens op met dat schelden op onze Hannah! Jullie mannen, wat is er in jullie gevaren? Onder druk van de vrouwen draaiden de mannen bij. De vijandelijkheden ebden weg.

En toen, op het hoogtepunt van de hetze, heeft Hannah Belliot iets gedaan wat haar in één klap van de vijand der zwarten tot hun hoop voor de toekomst gepromoveerd heeft. Ze ging praten met Harald Axwijk, het intellect achter de opstand. Wouter Gortzak, de man die haar namens de PvdA naar voren had geschoven, stond erop dat ze een ander mee zou nemen naar dat gesprek. Hij was bang dat ze te veel toezeggingen zou doen.

Kort daarvoor was Harald Axwijk uit Suriname naar de Bijlmer overgekomen. Hij ontwikkelde zich al gauw tot de strateeg van de zwarte opstand. In Zuid Oost was hij geen onbekende. Ooit, in de beginjaren van de Bijlmer, had hij leiding gegeven aan de Stichting Interim Beheer die de eerste Surinamers opving. In die dagen gold hij als de onderkoning van de Bijlmer. De Stichting werd uiteindelijk, na gebleken malversaties, ontbonden. Axwijk vertrok naar de overzijde van de oceaan. En nu was hij weer terug. Rond hem verzamelden zich dezelfde Surinamers die eerder bij het Interim Beheer betrokken geweest waren: zwarte mannen die als stoottroepers fungeerden van het oplaaiend protest.

Hannah Belliot overtuigde haar kwelgeest ervan, dat ook zij geen andere doel had dan aan de 'systematische uitsluiting en de marginalisering' van zwarte mannen een einde te maken. Axwijk geloofde haar. En hij besloot zijn stoottroepen niet meer het veld in te sturen om haar te belasteren maar om haar te steunen waar hij kon.

Hannah Belliot: 'Dat weet ik wel zeker, heel zeker. Door mijn toedoen heeft de zwart-wit-oorlog in de Bijlmer zijn scherpte verloren.'

Anderen hangen een wat pragmatischer versie van de wapenstilstand aan. Wethouder Mark van der Horst (VVD), zegt dat de opstand 'gewoon is afgekocht. Hier heb jij wat geld, jij krijgt een baantje, jij ook, en nou moet je verder je kop houden. Heel denigrerend eigenlijk.'

Ronald Jansen, Hannah's voorganger als deelraadvoorzitter, denkt er net zo over. Hij heeft het vuur van de opstand zien ontbranden. 'Van de ene dag op de andere werden de zwarten in mijn eigen PvdA-fractie van vriend tot vijand. Ze kozen voor een Axwijk, een Sinester, een Luqman, mannen bij wie ik vraagtekens zet en die de gloed aanwakkerden. Vanuit de centrale stad kreeg ik de instructie: ga ze vooral niet tegenspreken. Jaap van der Aa, de Amster- damse PvdA-wethouder (sociale zaken, minderheden, werkgelegenheid, onderwijs - red.), was als de dood voor escalatie. Ik moest ze, als het even kon, hun zin geven.'

Uiteindelijk, zegt ook Jansen, is de hele zaak bekwaam afgekocht. 'De een kreeg een 'Bureau voor Medezeggenschap en Participatie', de ander kreeg de zeggenschap over de lokale televisie, een derde mocht een 'Vrouwen Empowerment Centrum' opzetten en Harald Axwijk kreeg een ingericht kantoor voor zijn 'Stichting Interculturele Dienstverlening', en vanuit dat kantoor ging hij onder de naam Stida de zwarte onderklasse aan Melkert- banen helpen.

Etnische eilandjes

Vier jaar later zegt Hannah Belliot dat 'sturen en besturen' haar tweede natuur is: 'Ik onderhandel, de andere partij bekijkt mij niet op mijn huidskleur maar op mijn onderhandelingsvermogen, wat ik doe ligt allang en ver voorbij het feit dat ik toevallig zwart ben.'

We zitten in het hemelsblauwe bankstel op haar werkkamer bij te komen van een taaie ploetervergadering met de Dienst Sociaal Economische Vernieuwing. 'Ik ben er totaal anders over gaan denken', zegt ze. 'We hebben hier vrijwel alleen maar etnisch georiënteerde stichtingen en organisaties. Ghanese kinderopvang, Hindostaanse cursussen, Creoolse Culturele Centra. Ik vind dat totaal achterhaald. Misschien als groepen net in dit land binnen zijn, ja, dan kan het moeilijk anders. Maar de meeste groepen wonen hier al drie generaties lang. Ik ben er nu van overtuigd: de voorzieningen moeten etnisch-loos.'

In plaats van al die 'etnische eilandjes' wil ze dienstverlenende 'community centers' waar mensen van alle rang, stand, huidskleur en herkomst elkaar ontmoeten en waar iedereen terecht kan voor van alles, van kinderopvang tot arbeidsbemiddeling. Het is zo, zegt ze, wie nu de leiding heeft over een etnische voorziening, heeft daarmee de leiding over de etnische groep waarop die voorziening gericht is. Die heeft er alle belang bij om de eigen groep bij elkaar te houden en te controleren. 'We moeten af van het idee dat we eigenlijk Surinamer zijn, of Ghanees, of Somaliër. Dit land is het land waarin onze wortels in de aarde geplant zijn. Hier moeten we het samen doen. Je moet houden van het stukje aarde waarop je loopt.'

Vlak daarop beent Hugo Fernandez Mendes, deelraadsecretaris tevens directeur van het ambtelijk apparaat, met een zorgelijk gezicht bij Hannah Belliot binnen. Hij heeft slecht nieuws. Bij het populaire Creools Surinaamse Cultureel Centrum 'Kwakoe' is het bestuur er met de kas vol subsidiegelden vandoor.

Hannah Belliot wil het centrum onmiddellijk laten dichttimmeren. 'Hadden we acht jaar geleden al moeten doen.' De secretaris ontraadt haar dat. De malversaties zijn duidelijk, maar juridisch ligt de zaak ingewikkeld. 'Het is de oude Creoolse kliek', zegt Hannah Belliot. 'We moeten het publiek laten zien dat we het niet nemen.'

De secretaris zegt dat er al sprake is van pistolenwerk en dat Bijlmerwethouder Paul Schings (PvdA) via de telefoon bedreigd is.

'We moeten een daad stellen', zegt Hannah Belliot. 'We moeten ingrijpen.'

Dat is de bestuurder Hannah Belliot die ik in die weken geregeld ben tegengekomen. Direct, eigenzinnig, autoritair soms, maar krachtig en met het hart op de goede plaats. Geen vrouw van het omzichtige woord. Eerder iemand die zegt, jongens, zo doen we dat en verder geen gezeur.

Eén ochtend in de week vergadert ze met haar staf Algemene Zaken.

'Vandaag', zegt Hannah Belliot, 'wil ik de activiteitenlijst punt voor punt met jullie doornemen. Het punt illegale reclameborden. Wat doen we eraan?'

'Een dreigbrief sturen.'

'Ja, maar op straffe van wat?'

'Eh, eh...'

'Als je dit niet serieus neemt, ga ik over naar het rampenplan. Wanneer komt dat? Ik heb er in juni al om gevraagd.'

'Voor de kerst.'

'Vijf maanden zijn voorbij! Mag ik voortaan bij de planning maand en week vernemen? Gaan we over naar punt 10.'

'Hebben we geen tijd voor kunnen vrijmaken.'

'Jongens, dit is gekkenwerk, Ik houd ermee op. Volgende week wil ik alle data met dag en uur precies op papier hebben.'

Deze Hannah Belliot zou inderdaad in Gouda of in Schin op Geul of in welk stadsbestuur ook de rol van leading lady kunnen spelen. Een paar keer ga ik met haar naar vergaderingen in de centrale stad. Op precies de goede momenten zegt ze precies de goede dingen, zodat de nieuwe sportvelden in de Bijlmer aangelegd worden waar zíj dat wil en de toekomstige bus naar IJburg de route neemt die zíj geschikt vindt.

Een middag neemt ze me mee naar de Arena, waar ze een afspraak heeft met de directeur van het stadion en met algemeen directeur Arie van Eijden die ze 'de nieuwe man van Ajax' noemt. We zitten op de hoofdtribune in de Konink- lijke Loge genoeglijk witte wijn te drinken en over het oprukkend islamitisch fundamentalisme te converseren, als Hannah Belliot terzake komt. Ajax wil een kantoor en een hotel en voetbalvelden naast de Arena. Hannah weet dat Amsterdam dat juist niet wil. Maar als de nieuwe man nu eens, vanuit Ajax, de Bijlmerjeugd zou binden met voetbalworkshops en zo nu en dan een straatvoetbaltoernooitje organiseert en wie weet nog wat sociale activiteiten? Ja, zegt de nieuwe man van Ajax, ik wil gráág veel meer contact met de omgeving. Goed, zegt Hannah, want dan zal zij in de stad een goed woordje doen. 'En zullen we dan nu vast een nieuwe afspraak maken?'

Maar helaas, Hannah bestuurt niet in Gouda of waar ook ter wereld, ze moet het doen in de Bijlmer. En dus moet ze zich, of ze dat nu wil of niet, politiek verzekerd weten van steun, juist van de zwarte mannen die tegen haar te hoop zouden lopen als ze hun steun verliest.

Dat is de andere Hannah Belliot, Hannah de politica. Hoe langer ik met haar optrek, des te duidelijker wordt het me: de ene Hannah heeft het knap moeilijk met de andere Hannah.

Hannah de bestuurder staat ver boven het gedram van de etnisch bepaalde activisten. Maar Hannah de politica heeft, als het erop aankomt, toch geen andere keuze dan op haar eigen mensen terug te vallen.

Het is koud, het regent pijpenstelen en in een vergaderzaaltje op één hoog in een verpleeghuis zit de PvdA-fractie van de Bijlmer in vergadering bijeen. Volgens de regels zou dit het gezelschap moeten zijn waar Hannah politiek op steunt. Zelf wil ze die suggestie ook graag levend houden. 'Er komt niets tussen mij en mijn PvdA', zegt ze, onderweg naar het verpleeghuis.

Ik was gewaarschuwd. Hannah's voorganger Ronald Janssen had me bij hem thuis het jaarverslag van de PvdA-afdeling laten zien waarin de huidige fractievoorzitter Harry Verzijl omstandig uit de doeken doet dat zijn PvdA-fractie 'niets doet, niets kan en uitblinkt door afwezigheid'.

Die faam maakt het gezelschap die avond waar. Zelden een groep mensen zo verveeld rond een tafel zien zitten.

De Afrikaan in de fractie vraagt wat 'breed wijkbeheer' is.

Fractielid Els Verdonk: 'Dat staat tegenover smal wijkbeheer.'

'Het staat in de stukken', zegt de fractievoorzitter. 'Maar die leest hij niet.'

Op die toon sleept de vergadering zich voort.

'Hoeveel drugsgebruikers hebben we eigenlijk in Zuid Oost?'

'Volgens de politie acht of negen.'

'Je bedoelt zeker acht- of negenhonderd.'

'Hannah', zeg ik als de vergadering voorbij is, 'op zo'n uitgeblust gezelschap kan je, als de nood aan de man komt, toch niet terugvallen?'

'Ach', zegt Hannah Belliot, 'als het echt moeilijk wordt, roep ik mijn drie kinderen bij elkaar. Met hen houd ik mijn topberaad.'

Illegale lijkbewassing

Het is donderdagmiddag, Hannah Belliot houdt spreekuur. Er komt een groep mensen van Bethania. Wat Bethania is, geen idee, zegt Hannah, al sla je me dood. Surinamers waarschijnlijk die ruimte willen. Op haar spreekuur wil iedereen altijd ruimte. Daar hebben ze in de Bijlmer erg kinderlijke ideeën over. Dat ze bij Moeder Hannah langsgaan voor ruimte. En dat Moeder Hannah die dan geeft.

Een stokoude man, twee jongere mannen en een bejaarde vrouw komen de kamer van Hannah Belliot binnen.

'Eindelijk', zegt de bejaarde vrouw die het woord doet. 'We proberen al zo lang met je te praten, Belliot.'

'Welkom', zegt Hannah Belliot. 'Wat kan ik voor jullie doen?'

'Wij zijn Bethania, de oudste lijkbewassersvereniging van heel Holland.'

'Zo', zegt Hannah Belliot.

'En ik ben ma Bolli. En hij daar is mijn man. Pa Bolli. Hij is 88. Hij meet de tijd voor ons.'

'Ik was timmerman', zegt pa Bolli.

'Ja', zegt ma Bolli. 'En nu ben je gewoon man.'

Hannah Belliot glimlacht geruststellend.

'We kunnen het alleen niet meer trekken. We werken kosteloos, we verdienen er niks aan.'

'Ja', zegt Hannah Belliot. 'En nu willen jullie....'

'We vragen er al jarenlang om. Om huisvesting. Om ruimte.'

'Hoe lang al?', vraagt Hannah Belliot.

'We zijn al bij je voorganger geweest, bij meneer Janssen. Maar die begreep er niks van. Die moesten we alles uitleggen.'

'Wat zei hij?'

'Dat we het maar op papier moesten zetten. Maar dat kan niet. Dat hoeven we jou niet te vertellen, Belliot. Jij weet wel dat het allemaal geheim is. We mogen er niet over praten, over het lijkbewassen.'

'Nee, de geesten, ik weet het. Waar doen jullie het nu?'

'Bij mij thuis. Daar hebben we de bak klaar staan waar het lijk in moet. Maar als we er twee hebben, moet er één bak in de berging.'

'En hoeveel leden hebben jullie?'

'Veertig.'

'Hoe gaan jullie de huur betalen dan?'

'We gaan de huur betalen. Na de eerste zes maanden.'

'Misschien heb ik iets voor jullie. In het Creagebouw.'

'Zestig vierkante meter. Meer hebben we niet nodig.'

'Ik zal mijn best doen.'

'Dank je, Belliot. En zeg eens, kom jij niet uit Saramacca? Ajoe! Maar dan heb ik je vader nog gekend. Belliot!'

Even later zit het hele gezelschap diep in het oerwoud langs de Surinamerivier te roddelen over die, en die ken je toch ook, Belliot, was dat geen neef van de buurman van je vader, toch?

Hannah Belliot schenkt de glazen vol vruchtensap, voor even de Indiaanse Moeder die voor een kwart haar genen bewoont.

Zwarte zusters

Heeft Hannah Belliot werkelijk geen andere achterban om op terug te vallen dan haar drie kinderen?

Zelf noemt ze de zwarte vrouwen die haar van het begin af, tegen de mannen in, gesteund hebben en die haar ook nu nog, telkens als het moeilijk wordt, als zusters te hulp schieten. Eenvoudige huismoeders die de hoogbouwflats bewonen, oersterke vrouwen op wie het Surinaamse leven in de Bijlmer draait.

En de mannen van de Axwijk-groep?

Hannah Belliot praat daar niet graag over en als ik de naam Harald Axwijk laat vallen, zegt ze dat ze 'die man nauwelijks kende'. Ze wil liever niet met Axwijk geassocieerd worden, lijkt het, en zeker niet sinds de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst met man en macht is binnengevallen bij zijn Stida, de Stichting die de zwarte onderklasse op commerciële basis aan Melkertbanen helpt. Op Axwijk rust de verdenking dat hij de subsidiegelden op oneigenlijke wijze heeft aangewend. Bewijs daarvoor is tot nu toe niet geleverd.

In het voorjaar van 2001 komt Hannah Belliot te staan voor haar krachtproef. De sloop van de Bijlmerflats en de bouw van lage huizen verloopt volgens plan. De ene na de andere dreef - hoge asfaltwegen waarover het autoverkeer zich zonder hinder van fietsers en voetgangers voortbeweegt - wordt afgebroken en op maaiveldniveau als doorgaande straat heringericht. De operatie nadert het woongebied van wat in de wandeling 'de drie G's' is gaan heten: Gouden Leeuw, Groenhoven en Geerdinkhof. In de semivilla's van deze luxebuurten wonen voornamelijk blanke mensen. Die vinden het grosso modo niet zo'n goede gedachte als hun bomen gerooid en hun dreven gesloopt worden om plaats te maken voor parkeerplaatsen en woningwetwoningen. Ze komen in het geweer tegen Hannah's vernieuwingsplannen.

Binnen de kortste keren groeit het verschil van mening uit tot een heftig zwart-wit-conflict. Hannah Belliot noemt haar tegenstanders in een onbewaakt ogenblik 'racisten' die hun lelieblanke kindertjes niet graag op één stoep zien spelen met het zwarte kroost uit de hoogbouw. De blanken van de drie G's op hun beurt roepen vreselijke dingen over kakkerlakken en ander tuig. Het liefst willen ze hun wijken verschansen achter een blinde muur van hoogbouw en een onneembare slotgracht.

Op de eerste inspraakavond verschijnen louter blanken die met Hannah's plannen de vloer aanvegen. Hannah's toekomstidee voor de Bijlmer loopt duidelijk gevaar.

En dan, in het uur van haar nood, valt Hannah Belliot terug op de zwartre vrouwen die zelf in de sloopflats wonen en op de man met wie ze ooit een wapenstilstand heeft gesloten: Harald Axwijk, de man van de Stida, van de vrijdagse discussieclub en van de Zwarte Emancipatie. Hij brengt de zwarte onderklasse in het geweer die hij op commerciële basis aan een Melkert- baan heeft geholpen.

Op de tweede inspraakavond zit de publieke tribune een uur voor aanvang al vol met mensen die door Axwijk voorzien zijn van een warme maaltijd en die daarna met bussen vol spandoeken naar het stadskantoor zijn gereden. De blanken van de drie G's zijn aangewezen op een zijzaaltje met tv-scherm. Als een van hen aan de beurt is om te spreken, moet hij of zij door een haag van andersdenkende zwarten de zaal in, alwaar hem of haar door de Axwijk-clan de huid wordt volgescholden. Axwijks advocaat Prem Radhakishun schreeuwt door alles en iedereen heen. 'Wat doe je hier, idioot? Ga die praatjes van je in Buitenveldert houden!' Herhaaldelijk schorst de voorzitter de vergadering om Prem tot de orde te roepen. Het helpt niks. Prem scheldt en raast en tiert maar door dat de ene inspreker een discriminerende lul is en de ander erger dan Pik Botha.

De avond eindigt in onoverzichtelijk tumult. Maar de verhoudingen zijn duidelijk. Als Hannah politiek in de problemen komt, dan staan de mannen van Axwijk paraat om 'onze Koningin' uit de nesten te helpen.

Misschien kan het niet anders. Misschien kan een leidinggevend mens zich in Klein Suriname niet staande houden zonder op Surinaamse wijze bondjes te sluiten, als het moet met de duvel.

De hele Bijlmer is doortrokken van zulke tijdelijke bondjes.

Op de slotavond van de drie G's-kwestie, op het ogenblik waarop de Raad het oordeel velt, lijken de stemmen te staken. Een VVD'er die vóór Hannah zou stemmen, is plotseling overleden. Zijn huisarts Makdoembaks, tevens vast bezoeker van de Surinaamse vrijdagavondgroep en onafhankelijk raadslid, stelt niet alleen de dood van het raadslid vast maar ook het feit dat in de Raad de stemmen nu lijken te staken. Tot dan toe had dokter Makdoembaks de blanke bewoners van de drie G's voor rotte racistische vis uitgemaakt. Maar nu, nu hij 'op de wip' zit?

Hij gaat te rade bij zijn vriend André Haakmat, de tweede advocaat van Axwijk.

'Er zit best iets in, André, in wat die witten zeggen. Zal ik naar Hannah gaan en geld vragen voor een malaria-onderzoek?

'En als je dat niet krijgt?'

'Dan stem ik tegen.'

Voor het begin van de slotzitting wordt een nieuw VVD-raadslid geïnstalleerd. Weg wip-positie voor de huisarts.

'Wat doe je nu?', vraagt Haakmat.

'Voorstemmen natuurlijk.'

Wit racisme

Als we samen in haar werkkamer tussen de middag een broodje eten, zegt Hannah Belliot terloops dat ik eens met Peter Speijer moet gaan praten. Hij is werkzaam bij de Reiniging, een voorheen berucht slecht werkende instelling die tegenwoordig onder de naam Milieu Technisch Bedrijf door het leven gaat. Speijer is een witte man, zegt Hannah Belliot. Dat neemt niet weg dat de witte leidinggevenden hem het liefst cyaankali te drinken zouden geven, terwijl de zwarte werkers hem op handen dragen.

Waarom?

'Ga nou maar met Speijer praten. Je kan je niet voorstellen wat die man meegemaakt heeft. Bij de Reiniging moesten zwarten achter de auto lopen en mochten ze niet aan het stuur zitten. Uitsluiting, gewoon rechtstreeks discriminatie. Witten kunnen het zich niet voorstellen. Maar het bestaat echt. Vraag maar aan Speijer.'

Een paar dagen later zit ik tegenover een man van wie je het meteen zou geloven als hij zei dat hij een bijbaan had als uitsmijter.

'Peter Speijer', zegt hij, en 'Aangenaam.'

Hij haalt koffie en steekt van wal: een paar uur later begrijp ik dat de zwarte boze man in de Bijlmer niet het alleenrecht heeft op raciaal vertoon. Mijn hemel! Wat hebben de witten hun zwarte collega's jaren zitten pesten!

Waar hij nu zit, bij de reiniging: 'Het botte racisme lag hier aan de oppervlakte. En ook bij de leidinggevenden!' Bij mannen die op verjaardagen vertellen dat je niks aan zwarten over kunt laten, want ze zijn toch niet te vertrouwen. Zwarte medewerkers, Marokkanen of Somaliërs, Surinamers of Ghanezen - dat deed er niet toe - hadden een bijnaam. Ze moesten bij elkaar aan tafel zitten, daar liep dan zo'n leidinggevende langs: 'Jongens! Het ruikt hier naar Joegoslavisch varkensvlees!' Sommige witte chauffeurs beunden in werktijd bij, een zwarte collega die er iets van zei zouden ze thuis komen opzoeken. 'Ik ben zelf thuis bedreigd. Twee keer zijn mijn zoontje en mijn vriendin een week ergens anders gaan wonen. De AbvaKabo kwam erbij en die zei, dat is geen racisme, dat is de cultuur bij de reiniging. Sinds u hier bent, is er opeens racisme!'

Peter Speijer heeft tegen de belangrijkste aanstichters dossiers opgebouwd. 'Er waren goeie witten bij ook, hoor, mensen die protesteerden maar geen gehoor vonden.'

Speijer kreeg de bond waar de witten lid van waren tegen zich, hij kreeg de ondernemingsraad tegen zich, hij heeft het bijltje erbij neer willen gooien, maar uiteindelijk is het hem gelukt. De ergsten hebben door zijn toedoen de dienst verlaten. Bij de reiniging heeft hij drie zwarte medewerkers in opleiding genomen voor leidinggevende.

Peter Speijer: 'In theorie is de omgang tussen zwart en wit geweldig. Maar in de praktijk? Wat ik aantrof was gewoon geïnstitutionaliseerd racisme. Ik denk wel dat er iets onomkeerbaars in gang gezet is. De machtspositie van het witte bolwerk is voorgoed op zijn kant gezet.'

Teleurstelling

Half oktober, aan het einde van haar wekelijkse vergadering met de staf van de Sociaal Economische Vernieuwing, kondigt Hannah Belliot haar afscheid aan. 'Ik ben kandidaat in de stad', zegt ze. 'Voor een wethoudersplaats.'

De aanwezigen kijken elkaar schaapachtig aan.

Daarop sluit Hannah Belliot de vergadering. Ze pakt haar tas op en loopt naar de deur.

'Het valt me tegen', zegt ze. 'Waarom zeggen jullie niks? Waarom zegt niemand, kom op Hannah, dat kan je niet maken, we kunnen je niet missen?'

Niemand zegt iets.

'Ik ben echt teleurgesteld, hoor!'

In het avonddonker zijn we onderweg naar een Thaiboksclub.

'Dag mevrouw!'

'Ha, Hannah!'

'Tjee, mevrouw Belliot!'

Om de haverklap wordt de Koningin aangehouden, toegesproken en aan het hart gedrukt.

Voor de ingang van de boksclub, bij de flat Develstein, grijpt een Surinaamse jongen haar bij de handen. 'Kom kijken! Kom kijken, mevrouw Belliot. U moet het zelf zien hoe wij hier wonen. Als beesten, mevrouw Belliot! Als beesten! Het hele huis vol kakkerlakken, overal muizen, mevrouw Belliot! Alleen u kan ons helpen. U bent onze Moeder! Onze Oma! Kom mee, dan zult u zelf zien, mevrouw Belliot, ik heb al zo vaak geprobeerd om u te spreken. Ik moet u spreken, u bent mijn moeder.'

'Donderdag', zegt Hannah. 'Donderdag op mijn spreekuur? Hoe heet je? Mooi, ik geef je naam door aan mijn secretaresse. Half vijf. Je kan zo doorlopen. Je hoeft niet te wachten.'

In de boksclub onderhoudt Hannah zich uitvoerig met Ilonka die wereldkampioen kickboksen is onder de 53 kilo.

'U komt toch naar Rotterdam, mevrouw Belliot? Volgende week woensdag! Dan moet ik vechten om de titel.'

'Stuur je mij een uitnodiging?'

In de club slaan en trappen mannen en vrouwen elkaar uiterst gedisciplineerd tegen de zwakke delen.

'Mevrouw Belliot! Nu ziet u het zelf hoe bedompt het hier is. We moeten echt een andere ruimte, hoor!'

Het is volbracht

Hannah Belliot keert opgewekt terug van een drukbezochte persconferentie waarop ze het plan gepresenteerd heeft voor de laatste fase van de Bijlmervernieuwing. De flatbewoners zijn uitvoerig geënquêteerd. De meerderheid wil niets liever dan tien hoog verlaten en op de bel-etage geherhuisvest worden. Op een paar na gaan alle flats tegen de vlakte. Daarover verwacht Hannah Belliot geen grote problemen meer. Er zal nog wat gesputterd worden over de vraag of er voldoende betaalbare huurhuizen voor terugkomen. Sommige mensen die erg graag willen dat de bomen blijven, zullen het niet leuk vinden als er een paar omgehakt worden. Maar het moet, zegt Hannah Belliot. Het beheer van zoveel groen in de Bijlmer is volstrekt onbetaalbaar. En verder... Hannah Belliot wist zich bij wijze van spreken het zweet van het voorhoofd. Het is volbracht. De fysieke vernieuwing staat in de steigers.

Ze zegt er meteen bij dat ze zich geweldige zorgen maakt over de bijbehorende sociaal-economische vernieuwing. In de nieuwe Bijlmer moeten de bewoners wel een baan hebben. Ze moeten zich veilig voelen. En ze moeten onderling in harmonie kunnen leven.

Ik zeg dat ik in alle plannen twee woorden mis. Het woord junks. En het woord illegalen.

Hannah Belliot zucht diep. 'Ja', zegt ze, 'als we dat probleem niet oplossen, wordt het niks met de vernieuwing. Ik ga nu iets zeggen waar ik zelf schrik van heb. Er is maar één oplossing en die hebben we eerder allemaal verafschuwd. We zullen moeten toegeven dat het gedoe met gebruikersruimtes voor tien of twintig man niet werkt. Dat zijn druppels, daar red je het niet mee. In zo'n ruimte nemen ze hun shot en gaan ze de straat weer op. We zullen moeten doen wat we tot voor kort politiek niet correct vonden. Die mensen isoleren.

Onderbrengen op een drugseiland. Laten we een van de flats maar voor junks inrichten, grootschalig, met dagopvang, met medische zorg en met gratis drugs voor de bewoners.

Die drempel moeten we over. Het is een enorme stap. Je plaatst die mensen buiten de samenleving. Maar als we het niet doen, dan houd ik mijn hart vast. Dan blijft het hier onleefbaar. En dan kunnen we het hele investeringsklimaat dat we hier aan het creëren zijn vergeten.'

Siamese tweeling

Eindelijk heb ik Harald Axwijk te pakken. Ik heb hem gebeld en gebeld, ten slotte ben ik op het Stidakantoor zijn kamer binnengelopen.

Dat werkt.

Harald Axwijk trekt zijn agenda, noemt dag en uur, zullen we gaan eten bij de golfclub, oké en tot dan, reken op me.

De middag van de afspraak belt hij op.

'Het spijt me, het gaat niet door.'

Waarom niet?'

'Ik mag niet.'

'Van wie niet?'

'Van mijn bestuur. We hebben gestemd. Ik alleen was vóór.'

'Ja. En met u had ik de afspraak.'

'Mijn advocaat vindt het ook niet goed. Ik mag niet met de pers praten zolang het FIOD-onderzoek loopt.'

'Zegt Haakmat dat?'

'Nee, mijn andere advocaat. Prem Radhakishun.'

'Geef me Prem dan maar.'

'Ja, Prem hier. Luister. ER KOMT GEEN GESPREK. Snap je? En als Axwijk het toch doet, trek ik mijn handen van zijn zaak af.. PUNT. UIT. En het beste.'

Kort daarop zit ik bij Axwijks andere advocaat, André Haakmat, tegen vijf verhuisdozen aan te kijken die vol zitten met de Stida-processtukken. 'Zo', zegt hij. 'Ja, Hannah Belliot en Harald Axwijk. Ik zie ze als een Siamese tweeling. Ook als ze los willen, zitten ze toch aan elkaar vast.'

De advocaat raakt op dreef. 'Het is daar toch de Surinaamse mentaliteit in een notendop. Het golft. Dan weer onderhouden Hannah en Axwijk een geregeld contact. En soms negeren ze elkaar een paar weken.'

Het probleem, zegt Haakmat, is dat Hannah Belliot uit het niets in de Bijlmer gedropt is en dat ze, zeker in het begin, niet kon rekenen op haar eigen PvdA-fractie. 'Ze moest wel, of ze wilde of niet. Ze moest voor een eigen zwarte achterban zorgen.'

Zo kwam ze bij Harald Axwijk terecht.

'Veel keuze had ze niet', zegt Haakmat. 'Als ze geen bondje met Axwijk sloot, zouden diens mensen onder aanvoering van Luqman - God hebbe zijn ziel - haar vergaderingen komen verstoren. En bovendien: Axwijk en zij herkenden in elkaar een groot verlangen om de zwarte gemeenschap omhoog te trekken.'

In plaats van Hannah's vergaderingen te verstoren, zegt Haakmat, gingen Axwijks mensen nu de tegenstanders van Hannah intimideren. 'Zonder die steun van Axwijk zou Hannah nooit haar vernieuwingsplannen voor de Bijlmer binnengehaald hebben.'

André Haakmat schudt het hoofd. Nederlanders begrijpen dat niet, zegt hij. Nederlanders denken rechtlijnig. Een bondje is een bondje is een bondje. Surinamers denken, oké, we hebben een bondje, maar levert me dat voldoende op? Kan ik niet beter een ander bondje sluiten? 'Een paar keer wilde Hannah van het bondje met Axwijk af. Zeker na de FIOD-inval. Voor de PvdA in Amsterdam geldt Axwijk toch al als een melaatse. Op zijn beurt heeft Axwijk Hannah een paar keer laten vallen. "Ze gaat weer zelfstandig denken", zei hij dan. "Ze moet maar weer eens voelen dat ze het zonder mij niet kan". En altijd kwamen ze uiteindelijk weer bij elkaar: twee zwarte lotsverbondenen in een boze blanke wereld.

Saramaccaanse bosnegers

De tafel in de bestuurskamer staat vol met koekjes en verse vruchtensappen. Hannah Belliot heeft een kleurige doek om haar hals gewikkeld. Ze verwacht een groep Saramac- caanse bosnegers die het feit komen herdenken dat hun stam precies 240 jaar geleden een vredesverdrag met de Nederlandse Koningin heeft gesloten.

Op het afgesproken uur zitten er twee vrouwen aan de tafel. Waar zijn de jongens met de drums?

'Ze dachten dat het gisteren was', zegt de ene vrouw.

'Ze zijn onderweg', zegt de ander.

Er wordt mobiel gebeld.

'Ze zijn in Rotterdam. Ze komen zo.'

'Wij zijn weer anders dan de Hindostanen en de Afrikanen. U, mevrouw Belliot, u zien we als onze zus.'

Een half uur later komen de eerste mannen binnen.

'Goed', zegt Hannah Belliot, 'zullen we dan beginnen?'

Een van de mannen neemt een kruik Bols Zeer Ouder Genever ter hand en giet wat van het vocht uit over de planten. 'Hoort voorouders naar onze gebeden en dat U, mevrouw Belliot, mag slagen in uw opdracht om ons te leiden naar betere tijden.'

We nemen allemaal een slokje.

'Waarom heeft u niet eerder contact opgenomen?', vraagt Hannah Belliot als het plengoffer volbracht is. 'Iedereen komt naar mij toe, behalve de mensen uit het binnenland van Suriname.'

'Ons opperhoofd heeft zelf vrede gesloten met de Nederlanders. Als wij schrijven, schrijven wij naar Koningin Beatrix. Het gaat van opperhoofd naar opperhoofd.'

Hannah Belliot knikt begrijpend. 'Wilt u geen koekjes? Ze zijn lekker, hoor!'

'Daarom hebben veel van onze mensen geen status.'

'U bent geen Nederlander?, vraagt Hannah Belliot.

'Ik zeg het eerlijk', zegt een van de mannen. 'Veel van onze mensen komen met een vals paspoort.'

'Hoe houden ze zich in leven?', wil Hannah Belliot weten.

'Mevrouw! Kijk uit uw raam! De hele dag staan ze op uw stoep met bolletjes!'

'Waar wonen uw mensen?'

'Hier een pluk, daar een pluk, in elke flat wel een pluk.'

'Ik ben juist bezig die hoogbouw te slopen, zodat we zicht krijgen op wie daar allemaal wonen!'

'Onze jongens hebben allemaal een straatnaam. Hoe ze écht heten, kom je niet achter.'

'Hadden ze papieren, dan zouden ze wel werken.'

'En teruggaan naar Suriname?', vraagt Hannah Belliot. 'Er is een terugkeerregeling.'

'Ja mevrouw. Je geeft ze hun centje en na zes maanden zie je ze hier terug.'

'Wat kunnen we doen?'

'Wij zijn machteloos.'

'Hebben de jongens opleiding?'

'Nul tot nul.'

De telefoon gaat over.

De jongens met de drums zijn verdwaald. Ze hebben het zoeken opgegeven.

'Ach', zegt Hannah Belliot. 'Dansen kan altijd nog.'

'Kunt u iets doen aan dat zij illegaal zijn?'

'Nee', zegt Hannah Belliot. 'Daar kan ik helemaal niets aan doen.'

'En de snorders? Veel jongens zijn snorder. Kunt u snorren niet uit de illegaliteit halen?'

'Nee', zegt Hannah Belliot. 'Daar heb ik de bevoegdheid niet voor.'

'Dan moeten we een brief aan Beatrix schrijven.'

Het donkert buiten al, wanneer de Koningin van de Bijlmer de bijeenkomst besluit.

'U kunt altijd bij mij terecht', zegt ze.

'Ja mevrouw. Uw venster staat open.'

Bestuurder of politica

Er is geen twijfel over. De Bijlmer van vóór Hannah Belliot is een andere Bijlmer dan de Bijlmer van ná haar. Het stadsdeel heeft de financiën op orde gebracht. De werkloosheid is drastisch verminderd, van 18.000 naar 6.800. De scholen scoren op de CITO-toets boven het landelijk gemiddelde. Steeds meer winkels worden door migranten gedreven. En het bestuur is niet langer exclusief in handen van blanke mannen. Sommige hoge functies zijn zelfs gereserveerd voor zwarten, een tamelijk hard middel, maar wel effectief. Als de top van het stadsdeelbestuur vergadert, zitten er evenveel zwarten als blanken rond de tafel.

Hannah de bestuurder heeft haar stempel wel degelijk gedrukt.

Hannah de politica wacht het slotakkoord. In de Bijlmer moet een opvolger voor haar gezocht worden. Zelf wil ze wethouder worden in Amsterdam, ze is op nummer twee van de kandidatenlijst gezet na Rob Oudkerk. Ze heeft ook over de Tweede Kamer nagedacht. De partijleiding heeft gevraagd of ze, in plaats daarvan, Amsterdam 'af wil dekken'.

'Weet jij wat dat is', vraagt ze, 'Amsterdam afdekken?'

Over haar opvolging gaat een commissie onder leiding van Judith Belinfante. Hannah Belliot heeft een kandidaat wiens naam ze niet noemt. Een zwarte man uit het bedrijfsleven.

Het wordt Elvira Sweet, een zwarte vrouw uit de Amsterdamse Gemeenteraad. Op veel enthousiasme kan ik Hannah Belliot niet betrappen. Ooit waren zij en Elvira Sweet hartsvriendinnen. Die vriendschap is in de zomer bekoeld, toen Elvira Sweet nog geen Bijlmervoorzitter maar Tweede-Kamerlid wilde worden. Ze raadpleegde Hannah Belliot daarover. Die liet zich raadplegen. Maar ze vertelde er niet bij dat ze op dat moment zelf ook kandidaat voor de Tweede Kamer was en dus een concurrente.

Op de avond waarop de PvdA-lijst voor Amsterdam Zuid Oost vastgesteld wordt, is de landelijke pers royaal vertegenwoordigd. Het is 14 november van het vorig jaar. De belangstelling gaat niet uit naar Hannah Belliot en ook niet naar Elvira Sweet. Het gaat om Wesley Amzand, een deelraadambtenaar die alom Ghanezen en andere Afrikanen geronseld zou hebben om hém tot voorzitter te kiezen. Het landelijk PvdA-bestuur heeft ingegrepen en een groot aantal dubieuze verse leden van de kiezerslijst geschrapt. PvdA-coryfee Eberhard van der Laan manipuleert als gelegenheidsvoorzitter de vergadering bekwaam in de richting van het gewenste doel. Met klein verschil van stemmen wordt Elvira Sweet gekozen.

Dan komt nummer twee aan de beurt. Kandidaat is Paul Schings, de man die Hannah Belliot als PvdA-wethouder welzijn terzijde staat. Uit de zaal rent Hillie Axwijk naar voren, de zuster van Harald Axwijk. Ze houdt een vurig pleidooi vóór een tegenkandidaat, Els Verdonk, zittend raadslid. Die moet op twee komen en niet Paul Schings de wethouder.

Hannah Belliot zit naast Paul Schings en houdt haar mond.

Paul Schings kijkt haar aan. Nee, Hannah is niet van plan een poot voor hem uit te steken. Schings verliest de stemming. Hij trekt wit weg. 'Afgeserveerd', zegt hij eenvoudig.

Een paar dagen later zoek ik hem op. 'Waarom deed Hannah Belliot geen mond voor je open?'

'Ze was al dagen niet voor mij bereikbaar', zegt hij.

Waarom niet?

'Ze heeft blijkbaar gekozen voor de groepen die haar altijd al steunden, waaronder de groep rond Axwijk, de Stida-groep. Ik begreep dat die van mij af wilde. Ik weet niet of Hannah die groep georganiseerd heeft tegen mij of dat die groep Hannah er bijgehaald heeft. Ik weet alleen dat ze geen poot voor mij heeft uitgestoken.'

Ik zeg: 'Ze wilde je op drie zetten.'

'Ja', zegt Paul Schings. 'Maar daar heb ik een stokje voor gestoken. Dat zou de totale vernedering geweest zijn. Voordat Hannah haar mond open kon doen, ben ik naar voren gelopen om te zeggen, tot hier en niet verder, bedankt allemaal, maar ik trek me terug van de lijst.'

De pers is al naar huis en de zaal half leeg-

gestroomd, als de vergadering aan nummer tien van de kieslijst toekomt. Op die plaats staat Henri Dors, de Surinaamse éminence grise die Hannah Belliot in haar beginperiode zwaar heeft tegengewerkt. Tot ieders verrassing springt Hannah Belliot van haar stoel op en houdt ze een krachtig pleidooi voor een tegenkandidaat van Afrikaanse herkomst. De Axwijk-clan in de zaal valt haar luidruchtig bij. De Afrikaan wordt gekozen.

Pietje precies

'Wat is er met Hannah Belliot aan de hand?', vraag ik een paar dagen later aan enkele Bijlmer-insiders die hun stadsdeelvoorzitter een goed hart toedragen. 'Ze komt niet op voor haar wethouder en ze laat Henri Dors als een baksteen vallen'

Ze zeggen dat ze er met verbazing naar hebben zitten kijken. En dat ze zichzelf die vraag ook gesteld hebben.

Het is, zeggen ze, een kwestie van Hogere Politiek en het komt hierop neer: Paul Schings geldt als een uitstekend wethouder, heel strikt, heel koel, heel zakelijk, precies het soort man dat de Bijlmer nodig heeft. Alleen, zo'n Axwijk-groep moet niet veel van hem hebben. Ze beweren dat hij niet met de anders gekleurde medemens om kan gaan. En ze vinden hem een pietje precies, die almaar rekening en verantwoording vraagt. Ze bedoelen natuurlijk dat hij het oor niet naar hen laat hangen.

Ze hadden er, om kort te gaan, alle belang bij om van Schings af te komen. En dus steunen zij de tegenkandidaat, Els Verdonk.

Het bondje lag voor de hand: als Hannah Belliot Paul Schings nu eens liet vallen? Dan zou de Axwijk-groep haar de ruggensteun verlenen, die zij nodig meende te hebben voor haar wethouders- kandidatuur in Amsterdam. Het bondje wordt gesloten. Paul Schings moet hangen.

En Henri Dors dan?

Alweer een kwestie van gedeeld belang. Hannah Belliot wilde een Afrikaan op de lijst. En de Axwijk-groep zocht toch al naar een stronghold in de Ghanese gemeenschap.

Dors werd, op voorspraak van Hannah Belliot, van plaats tien gestemd. De Afrikaan nam zijn plaats in.

Gemeenteraad

Een week later worden in het Artis Partycen- trum de kandidaten voor de Amsterdamse PvdA-lijst gekozen. Het wemelt in de zaal van de zwarte mensen die bijna allemaal ter ondersteuning van hun Hannah Belliot zijn gekomen. Onder hen Pakistani, Ghanezen, Somaliërs. Harald Axwijk heeft voor vervoer gezorgd, zodat zijn aanhang pro Hannah Belliot op tijd ter plekke is.

Ook die vergadering verloopt tumultueus. Hannah Belliot wordt zonder problemen gekozen.

Wethouder Schings zegt dat zijn verhouding met Hannah Belliot 'wel wat verstoord' is. 'Het is wat moeilijker geworden om vertrouwelijke zaken uit te wisselen.' Maar hij laat Hannah niet vallen. 'In haar bestuurlijk handelen', zegt hij, 'heeft ze haar binding aan de Axwijk-groep of aan welke groep ook nooit laten prevaleren.' Hij denkt dat het uit onzekerheid voorkomt. Echt begrepen heeft hij het nooit. Dat diezelfde vrouw die een einde heeft willen maken aan de etnische verdeeldheid, op momenten dat het politiek gaat spannen, 'die groep toch altijd weer opzoekt'.

Helemaal aan het eind belt Hannah Belliot mij op. Ze wil iets vertellen. Wanneer kan je?

Diezelfde avond nog zitten we in een Bijlmer- broodjeszaak warme bal en koude kaas te happen.

'Ha, mevrouw Belliot! Blikje Spa? Meneer een pilsje?'

Hannah Belliot vindt dat ik moet weten dat ze écht niet tegen Paul Schings was. Want dat ze zelfs vóór hem gestemd heeft. Maar dat ze zich grote zorgen maakt over de voortgang van de vernieuwing in de Bijlmer. En dat ze daarom heel graag wil dat iemand die op dát gebied ervaren is, náást Paul Schings, begrijp je, náást Paul Schings, de verantwoordelijkheid daarvoor van haar overneemt. Els Verdonk was die iemand. Ze kent de hele problematiek, in haar zag ze de waarborg voor continuïteit.

Hannah Belliot maakt een terneergeslagen indruk. Ze zegt dat ze zelfs overwogen heeft om er helemaal mee op te houden. Juist die dagen verschijnen er in Het Parool artikelen die haar van leugenarij betichten. Ze zou haar Hoofd Sociaal Economische Vernieuwing in feite al benoemd hebben, voordat de sollicitatieprocedure in werking was getreden. En ze zou de Raad daarover bij herhaling onjuist hebben ingelicht.

'Hoe moet ik mij verdedigen? Ze willen me niet geloven.'

Een belendende eetgelegenheid komt nog een spa'tje brengen. 'Alstublieft, mevrouw Belliot. En sterkte.'

'Alles in de Bijlmer is zwart tegen wit', zegt ze. 'Ik had het zo graag anders gezien.'

'Deze kwestie ook?', vraag ik, met Het Parool in de handen.

'Ja', zegt Hannah Belliot. 'Ze hebben er een jaar op zitten broeden. Nu komen ze ermee naar buiten. Het is de ultieme wraak van de blanken die de drie G's bewonen.'

Weer is de pers royaal toegestroomd. En weer is het raadhuis tot de nok gevuld met voor- en tegenstanders. De partij Leefbaar Zuid Oost wil op grond van de Paroolstukken een interpellatie houden en aan het eind een motie van wantrouwen tegen Hannah Belliot indienen. Men ruikt bloed.

Hannah Belliot leidt de vergadering als betrof het een ongehoorzame schoolklas. Ze hanteert de voorzittershamer zo duchtig dat het een wonder mag heten dat haar tafel het einde van de avond haalt. 'Orde mevrouw! Afronden meneer!' Het ene raadslid na het andere jaagt ze in de gordijnen.

Maar de beschuldigingen blijken tamelijk dun. Hannah Belliot verdedigt zich met verve en haalt met achttien stemmen tegen acht ongeschonden de eindstreep.

Op de publieke tribune en in het zijzaaltje zijn de reacties verdeeld.

De ene helft juicht Hannah Belliot toe als had ze een Olympische titel gewonnen.

De andere helft laat geluiden horen van afkeuring en teleurstelling.

De ene helft is Axwijk-zwart.

De andere is G3-wit.

Arme Hannah Belliot.

Tijdens een vergadering riep ze eens in een onbewaakt ogenblik uit: 'Ik wil helemaal geen Surinaamse vrouw zijn.'

Maar dat kan niet in de Bijlmer, daar ben je wat je bent. Of zwart. Of wit. M

Gerard van Westerloo is journalist, hij werkt geregeld voor M.

Ad van Denderen is freelance fotograaf. Voor zijn fotoproject 'De grenzen van Schengen' kreeg hij op het Fotofestival in Perpignan de 'Care Award' en de 'Visa d'Or'.

[streamliners] De vaste vrijdagavondbijeenkomst van Surinaamse Bijlmerintellectuelen kookt van woede

Goed, goed, goed. Er wordt nog weleens een tasje geroofd of een dealertje omgelegd

'Dat weet ik wel heel zeker. Door mijn toedoen heeft de zwart-wit-oorlog zijn scherpte verloren.'

'Dat hoeven we jou niet te vertellen, Belliot, jij weet wel dat het allemaal geheim is.'

'Wat doe je hier, idioot? Ga die praatjes van je in Buitenveldert houden!'

Belliot moest voor een eigen zwarte achterban zorgen.

'Als wij schrijven, schrijven wij naar koningin Beatrix. Het gaat van opperhoofd naar opperhoofd.'