`De ideale moslimstaat zal er nooit komen'

De generatie van publicist Raja Anwar (52) vocht voor een progressief Pakistan. Maar het socialistische experiment van Ali Bhutto belandde in 1977 op de vuilnisbelt. Doet president Musharraf oude tijden herleven? `Hij volgt onze agenda.'

Denk niet dat Pakistan, het land van de bejaarde mullahs en de streng religieuze madrassa's, nooit jong is geweest. De ogen van Raja Anwar glinsteren als hij terugdenkt aan zijn rebelse jaren. Toen hij in 1967 eindexamen deed aan het Gordon College in Rawalpindi, moest hij uit de gevangenis komen waar hij zat opgesloten na een demonstratie tegen de militaire dictatuur.

Een jaar later belandde hij opnieuw in de cel, om dezelfde reden. Raja Anwar studeerde toen aan de Punjabi-universiteit in Lahore. Daar werd hij niet alleen bekend als studentenactivist, maar ook als de gepassioneerde schrijver van een taboedoorbrekende liefdesroman. Die handelde over de liefde, maar meer nog over de hunkering van zijn generatie naar vrijheid en het doorbreken van traditionele rolpatronen. Jongeren lezen dat boek (in het Urdu) nog steeds.

Ach, de woelige jaren zestig en zeventig. Komen ze weer een beetje in zicht, nu president Pervez Musharraf heeft aangekondigd dat hij het arme en ongeletterde Pakistan wil omvormen tot een moderne, progressieve en democratische moslimstaat?

Raja Anwar, inmiddels 52 jaar en columnist van Khabrain (Het Nieuws), een van de grootste Urdu-talige dagbladen in het land, knikt instemmend. Musharraf heeft zich inderdaad afgewend van de Talibaan. Hij wil de geheime dienst beteugelen en de export van extremisme stoppen. Hij roept de mullahs tot de orde en heeft aangekondigd de duizenden madrassa's in het land onder staatstoezicht te stellen. Maar een revolutionair? Nee. ,,Dan had hij al die dingen onmiddellijk moeten doen nadat hij in oktober 1999 de macht greep en niet nu, na grote buitenlandse druk'', zegt Raja Anwar. ,,Musharraf is de weg ingeslagen waarvoor mijn generatie heel lang heeft gevochten. Het gaat niet om Musharraf. Het is Musharraf die de weg van de geschiedenis volgt. Hij volgt onze agenda.''

Verwacht van Raja Anwar geen jubelzang op de persoon van Musharraf. Per slot van rekening is en blijft de huidige president een generaal, en aan generaals heeft Anwar verdraaid slechte herinneringen. Het waren immers generaals die hem in zijn jeugd opsloten. En het was een generaal, Muhammad Zia-ul-Haq, die in 1977 het grote politieke idool van zijn generatie, Zulfikar Ali Bhutto, de leider van de in 1967 opgerichte Pakistaanse Volkspartij PPP, van zijn troon stootte en twee jaar later liet ophangen in de gevangenis van Rawalpindi. Die gebeurtenis vormt nog steeds een traumatische breuklijn in de recente Pakistaanse geschiedenis.

Het socialistische experiment van Bhutto, die kerk en staat van elkaar wilde scheiden, arbeiders aanmoedigde zich te organiseren in vakbonden en vrouwen het parlement inloodste, eindigde op de vuilnishoop. Onder Zia-ul-Haq keerde Pakistan terug op de weg van de islam, en kregen de mullahs meer ruimte dan ze ooit hadden sinds de onafhankelijkheid.

Ali Bhutto woont bijna 23 jaar na zijn dood nog steeds een beetje in het huis van Raja Anwar, in een fraaie buitenwijk van Islamabad. Trots laat hij een foto zien waarop hij samen met de voormalige premier staat afgebeeld. Die is genomen toen hij net was benoemd tot Bhutto's persoonlijke adviseur op het gebied van studenten- en arbeidszaken. Bhutto, telg uit een steenrijke familie van grootgrondbezitters in de zuidelijke provincie Sindh, verloochende zijn afkomst nooit. Hij was een populist, die tegelijk charismatisch, pragmatisch en arrogant was. Van zijn aangekondigde landhervormingen kwam maar weinig terecht. En hij was uiteindelijk niet te beroerd om (in 1977) de verkiezingen te manipuleren. Raja Anwar ontkent het niet. ,,Bhutto had zijn tekortkomingen'', zegt hij. ,,Maar voor ons belichaamde hij het droombeeld van vrijheid, gelijkheid en broederschap dat wij najaagden. Hij gaf onze generatie hoop. In Egypte regeerde Nasser, in Indonesië was Soekarno aan de macht en wij hadden Bhutto.''

Na de machtsgreep van Zia-ul-Haq ontvluchtte Raja Anwar Pakistan om er pas twaalf jaar later, in 1992, terug te keren. Eerder had gekund, toen na de dood van Zia-ul-Haq in 1988 Bhutto's dochter Benazir namens de PPP ging regeren. Maar Raja Anwar wees haar uitnodiging beleefd van de hand. Hij wil niets meer met de partij te maken hebben omdat die volgens hem ,,familiebezit'' is geworden en haar karakter van brede volksbeweging heeft verloren.

De eerste jaren van zijn ballingschap verbleef Raja Anwar in Kabul, op uitnodiging van Bhutto's zoon Murtaza. Die voerde campagne voor vrijlating van zijn vader en wilde na diens dood wraak nemen op Zia-ul-Haq. Met steun van het toenmalige Afghaanse communistische regime en gevoed met wapens van de PLO richtte Murtaza in de Afghaanse hoofdstad een terroristische organisatie op, Al-Zulfikar (`Het Zwaard'). De terreurgroep werd wereldnieuws door onder andere de kaping van een Pakistaans verkeersvliegtuig in 1981. Maar Raja Anwar en Murtaza Bhutto waren toen al geen `kameraden' meer. Volgens het principe `wie niet voor mij is, is tegen mij' werd Raja Anwar in oktober 1980 op aandringen van Murtaza gevangengezet door de toenmalige chef van de Afghaanse geheime dienst en latere president Najibullah. Hij verbleef tot maart 1983 in de Pul-i-Charki gevangenis in Kabul en kreeg een jaar later de status van politiek vluchteling in Duitsland.

Raja Anwar, in Kabul getrouwd met een Afghaanse, heeft in Duitsland twee boeken geschreven op basis van zijn persoonlijke ervaringen en gesprekken met direct betrokkenen. In The Terrorist Prince beschrijft hij de strijd binnen de familie Bhutto om de erfenis van Zulfikar Ali Bhutto en het terreurnetwerk van Murtaza. Murtaza werd in september 1996 in Karachi doodgeschoten door de politie, aan het einde van de tweede regeerperiode van zijn zuster Benazir.

Het tweede boek, The Tragedy of Afghanistan, dat vlak voor de terugtrekking van de troepen van de Sovjet-Unie uit Afghanistan in 1989 verscheen, geldt nog steeds als een standaardwerk. Het legt uit waarom, gezien de tribale verhoudingen in het land, de communistische revolutie van 1978 wel moest uitlopen op een fiasco en beschrijft hoe Afghanistan uiteindelijk een slagveld werd in de Koude Oorlog. Na de publicatie werd Raja Anwar gevraagd om de Verenigde Naties te adviseren inzake Afghanistan.

Dit jaar zal zijn tweede boek over Afghanistan verschijnen, dat handelt over de periode vanaf de onderlinge strijd tussen de mujahedeen tot de opkomst en recente verdrijving van de Talibaan.

In uw eerste boek over Afghanistan voorspelde u dat met het vertrek van de sovjettroepen uit Afghanistan in 1989 geen einde zou komen aan de gevechten.

,,Omdat de vrede die de buitenwereld verwachtte er nooit zal komen. Afghanistan is geen moderne staat, maar een stammenmaatschappij, een confederatie van stammen. Als je een Tadzjiek vraagt wie hij is, zal hij zeggen: `Een Tadzjiek'. Een Pathaan zegt: `Ik ben een Afghaan'. Pathanen, de meerderheid, hebben het land de afgelopen 250 jaar bestuurd. Maar ook zij zijn verdeeld in verschillende takken die de hele geschiedenis door met elkaar hebben gevochten. Communisme noch islam heeft de Afghanen kunnen verenigen.

,,Het centrale gezag in Kabul heeft nooit zeggenschap gehad in stammengebieden. De lokale vertegenwoordigers van de regering waren slechts een soort ambassadeurs. Al die stammen kenden zelfbestuur. Maar dat ingewikkelde patroon is volledig doorbroken. Eerst door de communisten die met hun revolutie in de jaren zeventig dachten dat ze Afghanistan in een dag konden moderniseren en de fout maakten de stammen hun vrijheid af te nemen. Vervolgens kwamen de Russen, en gingen de Verenigde Staten en de buurlanden polo spelen in Afghanistan en moedigden zij de onderlinge gevechten aan. Sommigen zeggen dat er 1,5 miljoen mensen zijn gedood in Afghanistan. Als dat getal klopt, zijn zij niet alleen gedood tijdens de sovjetbezetting, maar voor het merendeel in de onderlinge gevechten na het vertrek van de sovjettroepen.''

Hoe loopt uw nieuwe boek af, na de verdrijving van de Talibaan door de Amerikanen?

,,Voor het eerst ben ik niet totaal moedeloos. De omstandigheden zijn nu totaal anders. De buurlanden hebben geen belangstelling meer om de verschillende partijen aan te moedigen of kunnen zich dat niet meer veroorloven, zoals Pakistan. Als er opnieuw evenwicht wordt gevonden tussen een democratisch gekozen regering onder een voor iedereen acceptabele koning of president en de vrijheid die de stammen altijd hebben gehad, kan er vrede komen. Belangrijk is hoe de Amerikanen zich gaan gedragen. Als ze militair aanwezig blijven, voorspel ik dat dat gevaarlijk voor hen wordt. Dan lopen ze het risico in een tweede Vietnam verzeild te raken. Maar als ze zich binnen een jaar terugtrekken en het land economisch gaan helpen bij de wederopbouw, ben ik een beetje optimistisch. Je kunt de Afghanen niet moderniseren door ze alleen maar te bombarderen en van Afghanistan een Tora Bora te maken. Maar het proces van modernisering zal langzaam gaan, heel langzaam.''

Na 11 september heeft president Pervez Musharraf zich razendsnel afgewend van de Talibaan.

,,Ja, de nachtmerrie die ons ook na de dood van Zia-ul-Haq (in 1988) is blijven achtervolgen lijkt voorbij te zijn. Onder Zia-ul-Haq begon Pakistan de rebellen in Afghanistan te steunen. Niemand sprak toen over mujahedeen, islamitische strijdgroepen. Dat islamitische etiket is er door de Amerikanen opgeplakt. De Amerikanen zijn daar zeer goed in. Zij hebben van de anticommunistische rebellen mujahedeen gemaakt, hoewel de islam hen er nooit van heeft weerhouden elkaar te bestrijden. De CIA verzamelde de verschillende strijdgroepen in Peshawar en voorzag hen van wapens via de geheime diensten van Pakistan. Dat was een voorwaarde van Zia-ul-Haq: alle buitenlandse steun wordt via ons gegeven. Toen de Amerikanen zich na 1989 terugtrokken, lieten ze Afghanistan achter met de erfenis van de ISI (de Pakistaanse geheime dienst). Nu ging Pakistan zijn spelletjes spelen. Pakistan steunde eerst de regering van Rabbani en later de Talibaan. Tot 11 september zat Pakistan er tot over zijn oren in.''

Die bemoeienis was toch terecht? Pakistan heeft baat bij goede betrekkingen met het buurland.

,,Dat ontken ik ook niet. Er zijn vele redenen te bedenken waarom Pakistan invloed wil hebben in Afghanistan. Pakistan was een springplank in de strijd in de Koude Oorlog tegen de Sovjet-Unie. Wij hebben daarvoor elf jaar van onze democratie opgeofferd. De kwestie is: moeten het leger en de geheime dienst het buitenlandse beleid dicteren of voeren zij het beleid slechts uit? Ook de zogenaamde democratische regeringen die na Zia-ul-Haq zijn gekomen zijn nooit in staat geweest het beleid van Pakistan ten aanzien van Afghanistan en Kashmir te controleren. De geheime diensten van Pakistan hebben een zeer beperkte kijk op de geschiedenis. Zij dachten in termen van man tot man, van partij tot partij, en hadden niet de brede visie dat een stabiel en vreedzaam Afghanistan ook onze economie ten goede zou komen. Het veranderende concept van jihad is gekomen onder Zia-ul-Haq en door toedoen van de Verenigde Staten. In mijn columns heb ik voortdurend gewaarschuwd voor de gevaren van extremisme.''

President Musharraf heeft aangekondigd het extremisme uit te bannen. En hij heeft gezegd de invloed van mullahs te willen terugdringen en madrassa's onder staatstoezicht te zullen stellen om van Pakistan een moderne, progressieve moslimstaat te maken.

,,Het buitenland juicht zijn optreden toe, maar ook door de Pakistaanse bevolking wordt hij gesteund.''

Hoe weet u dat?

,,Na zijn toespraak hebben we geen opstand van mullahs gezien. Er werden geen stenen gegooid en bussen in brand gestoken, zoals drie maanden geleden bij het begin van de Amerikaanse bombardementen in Afghanistan. Iedereen zegt: nu moeten we er mee afrekenen, want het mullahisme heeft zich ontwikkeld tot een parasiet die het bloed van het volk opzuigt. Een parasiet die het volk laat betalen voor de jihad en jongeren aanmoedigt om mensen te doden. Als Musharraf faalt, zal Pakistan falen.''

Musharraf heeft aangekondigd dat hij in oktober verkiezingen wil houden. Hoe belangrijk is terugkeer naar de democratie?

,,Het moet. Zonder democratie is er geen toekomst voor Pakistan. Het gaat niet om Musharraf, maar om het beleid.''

Corruptie en incompetentie van de politieke partijen was een van de redenen voor Musharraf om bijna tweeënhalf jaar geleden de macht te grijpen.

,,Dit aspect moet u heel duidelijk belichten. Het is zeer ongelukkig dat we in Pakistan hebben geleden onder verschillende militaire regimes. Maar het falen ligt ook aan de politieke partijen zelf. De eerste verkiezingen voor het leiderschap van de Moslimliga werden in 1906 gehouden bij de oprichting. Sindsdien zijn er nooit meer verkiezingen geweest, maar is de Moslimliga wel opgesplitst in allerlei facties. Ik was er bij toen de PPP in 1967 werd opgericht. Op die bijeenkomst waren 400 mensen die beslisten dat Ali Bhutto de partij zou organiseren. Tot op de dag van vandaag heeft de PPP geen verkiezingen om haar leiderschap gehouden. De partij is familiebezit geworden. Als we echte democratie willen hebben, moeten er partijen zijn wier leiders zijn verkozen.''

In de kranten lees je instemming met Musharrafs voornemen om extremisme uit te bannen. Tegelijkertijd verschijnen diepgravende beschouwingen over het ideaal van een echte islamitische staat. Kennelijk bestaat er verwarring over de moderne moslimstaat.

,,Het heeft allemaal niets met islam te maken. Toen Pakistan zich in 1947 afsplitste van India, had het een rechtvaardiging nodig voor zijn bestaan. Die werd gevonden in de islam, in het moslim-zijn. De zogenaamde geleerden zeggen: we zijn anders, we zijn moslims, we hebben niet dezelfde cultuur. Ze zijn bang dat Pakistan zonder die identificatie in de Indische Oceaan verdwijnt. Want in werkelijkheid delen we de geschiedenis met India, de cultuur is hetzelfde, de taal. Alle Pakistani luisteren naar Indiase muziek. Maar onze intelligentsia zoekt naar redenen om ons anderszijn te benadrukken.''

De zoektocht van gelovigen naar de ideale islamitische staat kan toch ook oprecht zijn?

,,Ach, die zal er nooit komen. Ik verwijs naar het verhaal van Francis Bacon over twee partijen die ruzie maken over de vraag hoeveel tanden een paard volgens de bijbel heeft. Een voorbijganger zegt: het is toch heel eenvoudig, kijk in de mond van een paard en je weet het. En allemaal kwamen ze achter hem aan, want deze man geloofde niet in het Heilige Boek.

,,Wij gaan nu door een soortgelijke fase heen. Sommige gelovigen denken nog steeds dat alleen in de koran waarheid is te vinden. Dat zal wel overgaan.

,,Als je kijkt naar de geschiedenis, is het zeer verbazingwekkend. De eerste leider van Pakistan, Ali Jinnah, was een zeer liberale moslim. En Bhutto was een gematigde moslim. Tijdens de campagne van de verkiezingen in maart 1977 was ik met hem in Sukkur. Jamaat-e-Islami had gezegd: Bhutto drinkt. Hij nam een glas en schonk het vol en zei tegen de menigte: `Wat is dit? Ik drink een beetje, maar niet het bloed van het volk.' En de menigte riep terug: `Onze Bhutto moet premier worden. Laat hem drinken wat hij wil, hij is onze leider.'

,,Het is de slinger van de geschiedenis. We waren allemaal revolutionairen. Toen kwam de zwaai naar de islam. We moeten nu terug naar de normaliteit en ik bid dat we daarnaar terugkeren. Er is geen andere weg voor Pakistan. En als er geen fricties komen in het leger, denk ik dat we zullen slagen.''