DE COMPUTERKASTE

Exactheid, precisie en feilloze reproductie zijn de beginselen van de goede brahmaan. Een groot deel van de softwareproductie in de wereld is in handen van India's hoogste kaste. In Bangalore, het Indiase 'Sillicon Valley', werken de nieuwe slaven van de informatie-technologie zich dagelijks in het zweet.

In de wind voelt het als vijftien graden, op de vroege zondagochtend in Bangalore. Maar het zweet druppelt Ram langs de slapen. Hij staat iets voorovergebogen en verplaatst zijn gewicht nerveus van links naar rechts. Hij is de wicketkeeper. Hij is aanvoerder van het cricketteam van Q-Support. En de tegenpartij heeft al tachtig runs.

Aan het begin van de wedstrijd had Ram gezegd dat het team van bpl niets voorstelt. bpl is een Indiaas elektronicabedrijf en hun radio- en tv-toestellen zijn even ondeugdelijk als hun cricketers. Ram kreeg de lachers op zijn hand, maar de batsman trekt zich niets aan van zijn geringschatting. Met brute kracht mept hij de bal voor de zoveelste keer het veld uit.

Als de strijd na tweeëneenhalf uur is beslecht, komt Ram naast me zitten. 'Wat wil je', zegt hij, een slok water uit een fles in zijn keel gietend. 'Mijn beste spelers zijn er vandaag niet. Die volgen een cursus.'

Cursus, op deze vroege zondagochtend? Ram kijkt me aan met de niet-begrijpende blik van 'wat is er mis aan de zondagochtend?'

Het is waar. De jongeren in Bangalore studeren zonder ophouden, wat de politieke leiders van deze hoofdstad van de deelstaat Karnataka tevreden zal stemmen. Veel Indiase deelstaten hebben geprobeerd it-bedrijven uit het buitenland te lokken, met belastingvrijstellingen, hypermoderne kantoorparken en vooral met hun eigen goed geschoolde krachten. Maar alleen Bangalore is uitgegroeid tot het Indiase Sillicon Valley, met dit verschil dat het hier niet om een dal gaat, maar om een heuvelrug van 920 meter.

De jongeren hebben het in ieder geval begrepen: werken, studeren, een beetje spelen, maar vooral werken en studeren. Het is ideaal werkvolk voor de bedrijven die zich in de kantoorparken van Bangalore hebben gevestigd, van Microsoft tot Siemens. Twaalf uur werken, zes uur studeren, zes uur slapen, ze doen het dagelijks en ze kijken vreemd op als je het zwaar noemt.

Rams teleurstelling over het verlies van de wedstrijd is snel over. Als het winnende team vertrokken is, begint het gestoei onder de jongens van Q-Support, die niet meer lijken op mannen van in de twintig, maar op jochies van acht. Ze trekken aan elkaars shirtjes, ze schoppen tegen elkaars billen, ze joelen en omhelzen elkaar veelvuldig. Dat is kennelijk de bedoeling van deze cricketwedstrijden, het versterken van de onderlinge banden, het creëren van teamgeest, het bevorderen van camaraderie.

Het is ook nodig in zo'n bedrijf.

Q-Support lost softwareproblemen op voor grote computerbedrijven, waaronder het Amerikaanse Compaq. De jongens zitten dag en nacht met elkaar opgescheept, ze zijn op elkaar aangewezen, als de manschappen van een onderzeeër. Van achter hun beeldschermen delen ze kennis en ervaring en één enkele individualist kan de sfeer danig verzieken.

Als ik, achterop zijn Suzuki-motorfiets gezeten, aan Ram vraag of hij ook vindt dat deze cricketwedstrijden bedoeld zijn om de teamgeest te versterken, begrijpt hij aanvankelijk mijn vraag niet. 'Iedereen houdt van cricket', roept hij vanachter zijn helm. Ja, maar waarom mogen ze spelen tijdens werktijd? Waarom krijgen ze alle benodigde middelen voor het spel door het bedrijf aangeboden en zelfs reiskosten voor verre uitwedstrijden? Waarom mogen ze nu na afloop gratis gaan lunchen in de bedrijfskantine?

'Die maaltijden', roept Ram, 'zijn altijd gratis.'

De bedrijfskantine is op het dakterras van een statig landhuis aan de rand van Bangalore waarin Q-Support is gevestigd. Het terras is half overdekt en de kille na-moessonwind waait langs palmen en over de kunststof tafels, terwijl twee donkere vrouwen traag en geruisloos de gerechten klaarzetten. Ram en zijn teamleden praten na over de wedstrijd, en over popmuziek en Hindi-films. Na het eten snelt iedereen naar de piepkleine werkcabines, want ook deze zondag moet er gewerkt worden.

Ramkumar Subramanyam is geboren op 7 april 1977. Twee jaar geleden kwam hij na zijn computeropleiding bij Q-Support en zoals het er nu naar uitziet, zegt hij, gaat hij hier nooit meer weg. Hij verdient geld als water, bijna zevenhonderd gulden per maand. Vader Subramanyam heeft als hoofdonderwijzer nooit meer verdiend dan vijfhonderd.

Ze werken in drie ploegendiensten, de drukste is die van de avond, omdat het dan kantoortijd is in de Verenigde Staten. Bijna alle vragen die ze moeten beantwoorden, komen uit Amerika: hoe schrijf je data over van het ene apparaat naar het andere? Wat doe je bij foutmelding nummer 58208? Ze hebben deze problemen al zo vaak opgelost, dat ze er meestal geen seconde bij hoeven na te denken.

Vindt hij dit werk boeiend?, vraag ik. Ram aarzelt, geeft met rappe vingers nog even per chat-programma antwoord op de vraag van een klant uit New Jersey en keert zijn draaistoel in mijn richting. 'Boeiend', herhaalt hij, 'boeiend? Deze baan zit vol mogelijkheden.'

Ook nu draait hij naar links en rechts met zijn stoel, alsof hij achter de wickets staat. Hij vertrouwt ze niet helemaal, mijn vragen. Hij voelt dat ik hem wil vangen in een beeld van uitgebuite werkers, slaven van de informatietechnologie. Ram zal er niet intrappen. 'Boordevol mogelijkheden', benadrukt hij.

Ik hoef maar te zwijgen om hem te laten vertellen over zijn grote reis naar Amerika in april vorig jaar. Zijn hele leven veranderde erdoor, zijn status, zijn toekomstmogelijkheden, zijn kansen op de huwelijks- markt.

Vooral dat laatste interesseert me, wat Ram eigenlijk teleurstellend vindt. Hij had willen vertellen over de vliegreis, over de angst dat hij zou worden teruggestuurd door de Amerikaanse immigratiedienst, over de gympies en spijkerbroeken die hij er voor een zacht prijsje kocht.

Maar hoe veranderde zijn reis naar Amerika zijn kansen op de huwelijksmarkt?

Na enig denken zegt Ram plompverloren: 'Die reis maakte mijn persoonlijkheid af.'

Hij meent het serieus. Ram leerde in Amerika omgaan met mensen. Hij leerde de rug recht te houden en een stevige handdruk te geven. Hij leerde op de cursus van Compaq goed te luisteren naar de onsamenhangende klachten van de klant en toch het juiste probleem te ontcijferen. Hij leerde zelfs hoe hij de klant in de ogen moest kijken en wanneer hij moest glimlachen.

In Bangalore worden ook cursussen 'Amerikanisme' gegeven, maar volgens Ram blijft het hier bij theorie. Je leert de spelregels van het honkbal en iets van het accent van mensen uit Texas.

En hoe dat allemaal zijn huwelijkskansen heeft vergroot? 'Ik ben van brahmaanse afkomst', zegt Ram. 'Bij brahmanen gaat het niet om hoeveel je verdient, maar om hoeveel ontwikkeling je hebt. En ik heb geen academische graad, daar was ik te dom voor. Dat betekent bij brahmanen dat je een goed huwelijk met een meisje van stand kunt vergeten. Maar iemand die in Amerika is geweest voor een opleiding, ook al is het maar een cursus van vier maanden, wordt hier als buitengewoon ontwikkeld beschouwd. Ik heb nu dus alle keus.'

De rol die het brahmanisme speelt in de it-wereld kan geen verrassing zijn. Alles wat langdurige scholing vereist, is in handen van de hoogste kaste. Bij navraag blijkt 80 procent van de 120 werknemers van

Q-Support van brahmaanse afkomst te zijn. Het geldt ook voor andere softwarebedrijven en een klein rekensommetje leidt tot een ontstellende conclusie: volgens de laatste cijfers is een derde van de wereld-softwareproductie in Indiase handen. Als 80 procent daarvan brahmaanse handen zijn, is minstens een kwart van alle software die op aarde in omloop is, door brahmanen aangeraakt.

Ik leg het voor aan Ram. 'Het is onze traditie', verklaart hij gemoedelijk, terwijl we wandelen door Fourth Block, zijn favoriete deel van het centrum van Bangalore. Het is hier een gezellige chaos van computerwinkels, opleidingscentra, goedkope thee- en eethuisjes en verkopers van fruit en geroosterde maïs. 'Brahmanen moeten leren, leren, leren. Vanaf het moment dat ze hun gele inwijdingskoord krijgen omgehangen, op hun zevende jaar, tot het moment waarop ze zullen trouwen, zo'n twintig jaar later, moet er worden gestudeerd.'

Vroeger studeerde men op de heilige teksten van de Vedas en de Bhagvad Geeta. De spreuken en hymnen werden uit het hoofd geleerd en eindeloos gereciteerd. Zo deed zijn grootvader, zo deed zijn vader. Het verschil is alleen dat Rams generatie ook andere regels uit het hoofd heeft geleerd, de regels van de computertalen, die even mysterieus en ondoorgrondelijk zijn als de gezangen in het Sanskriet. Exactheid, precisie, feilloze reproductie, het zijn de beginselen van de goede brahmaan, of hij zich nu bezighoudt met hindoeteksten of met computerhandleidingen.

Maar voor brahmanen gelden strenge regels, vooral met betrekking tot spijs en drank. En hier zitten we, in een theehuisje in Fourth Block, waar Ram en zijn vrienden vaak komen. Hij is strikt vegetarisch, zegt hij. En hij drinkt en rookt niet. 'Maar ik ga niet zover als mijn vader zou willen. Dat ik alleen voedsel nuttig dat door brahmanen is aangeraakt.' De computerschool aan de overkant, waar ook Ram op heeft gezeten, gaat net uit. Druk pratende tieners komen binnen en gooien nonchalant hun tassen op de grond. Ze spreken Engels met elkaar en bestellen thee. Allemaal brahmanen? 'Niet allemaal', zegt Ram, een deskundige blik op ze werpend, 'maar de meesten wel.' Uitverkorenen, al van de tweede, soms zelfs derde generatie, die de it-revolutie van India zullen volbrengen. Een revolutie die min of meer per toeval begon, toen een bedrijf uit Texas twintig jaar geleden in Bangalore een computerfabriekje opzette en de werkers zelf opleidde. Zij bleken zo natuurlijk met soft- en hardware te kunnen omgaan, dat meer bedrijven volgden.

Intussen waren de opleidingen overgenomen door een Indiaas instituut, niit, dat in Delhi eerst een klein schooltje had en nu een keten is met vierduizend computerleraren in heel India.

Als een draak spuwt niit jaarlijks duizenden jongeren als Ram de wereld in. Overwegend brahmaanse jongens, maar ook veel meisjes, die misschien een reis naar Amerika zullen maken en nooit in de gaten zullen krijgen hoezeer ze op elkaar lijken, qua afkomst en culturele achtergrond. Ze zullen nooit stilstaan bij hun voorrecht, omdat ze dat voorrecht al eeuwen en eeuwen hebben. Zoals Ram, terwijl hij afrekent voor onze thee, niet stilstaat bij het kosmische verschil tussen hemzelf en degene die de rupees in ontvangst neemt. De theejongen bedient de it'ers van de vroege ochtend tot de late avond, in de overtuiging dat het zijn taak is ze te bedienen. Opdat zij, de brahmanen, India vooruit zullen helpen, met of zonder hem.

Als we naar Rams ouderlijk huis rijden, waarschuwt hij nogmaals dat hij in de ogen van zijn familie een afvallige is. 'In mijn vaders ogen heb ik altijd alles verkeerd gedaan. Als kind ging ik gewoon naast hem zitten op de bank. Dat is oneerbiedig. Ik heb nooit meegedaan aan het dagelijkse ochtendgebed, dat een vol uur kan duren. Ik vergeet altijd de ashirwaad te nemen (de zegening als je langs een portret van de Goden komt, door je hand naar je voorhoofd te brengen, ar). Tijdens religieuze feestdagen, waarop je met nuchtere maag in de tempel moet verschijnen, drink ik toch eerst een kop koffie, anders lukt bij mij de stoelgang niet. En ik hou meer van sporten dan van leren. Ik hou niet van filosofie.'

Ram woont in een verre buitenwijk, die niet armoedig, maar ook niet bijster welvarend aandoet. Zijn hele wereld is beperkt tot die van de lagere middenklasse. In de luxe nachtclubs, dancings en bordelen aan de bekendste straat van Bangalore, de M.G.Road (waarbij niemand meer weet dat M.G. staat voor Mahatma Gandhi), komt Ram nooit. Hij weet niet eens van hun bestaan. Al heeft hij niets tegen het nachtelijke plezier dat de meeste jongens van zijn leeftijd najagen. Of hij wel eens een pornofilm heeft gezien? 'Man, ik ben voortdurend op internet. Wat had je gedacht?'

Is dat niet in strijd met zijn brahmanisme? Ram vindt van niet. 'Volgens brahmanen mag je alleen seks hebben met je echtgenote.' En dan schalks: 'Maar ze hebben niets gezegd over het kijken naar porno op internet.'

Rams vader is een statige, donkere man die met gevouwen benen op de sofa zit. Hij is zwijgzaam, maar hij straalt gezag en kalmte uit. Rams moeder blijft in de deuropening van de keuken staan, het hoofd respectvol bedekt.

Zijn vier jaar jongere broer Arun trekt alle aandacht. Hij heeft een stip op het voorhoofd, hij studeert natuurkunde aan de universiteit en hij discussieert graag over de stelling dat alle kennis al in de zesduizend jaren oude Vedische geschriften vervat ligt en door ons alleen ontcijferd moet worden. 'Er staat niets over computers', knort Ram. Arun wenst dat te betwijfelen. Maar in plaats van met hem in discussie te gaan, staat Ram op en loopt verveeld weg.

'Ik hou niet van filosofie', herhaalt Ram als we buiten zijn. 'Ik ben een pragmatisch mens.'

Maar het is typisch brahmaans pragmatisme. Ram wil bijvoorbeeld geen seks voor of buiten het huwelijk. Hij wil zelfs niet verliefd worden uit vrije wil. Hij wil karakter tonen, weerstand bieden, driften bedwingen. Hij zal trouwen met een meisje dat door zijn ouders is uitgekozen en dat zal vanzelfsprekend een brahmaans meisje zijn.

Ik moet niet denken dat hij neerkijkt op mensen van een andere kaste, zegt Ram. 'Het is gewoon praktischer om met iemand te trouwen die de kasteregels kent. Die zich niet vergist in de rituelen. Die weet hoe je eerbied moet tonen en wat je beslist moet nalaten. Mijn vrouw zal bijvoorbeeld niet gaan zitten op de sofa, als mijn vader ook in de voorkamer is. Dat past niet. Ze zal bij het aanbieden van een glas water nooit het glas vasthouden, maar een dienblad gebruiken. En ze zal beslist nooit in het bijzijn van anderen haar haar kammen.'

Ram vraagt niet naar de logica van deze regels. Hij zoekt ook niet naar de logica in zijn eigen opvattingen en gedragingen. Dat heeft hij geleerd op de cursus van niit. 'De regels zijn bedacht door mensen die veel slimmer zijn dan jullie', zei de leraar. 'Ga ze niet proberen te begrijpen. Volg ze gewoon.'

En dat is precies wat Ram en zijn vrienden in Bangalore doen. Zij volgen de regels, omdat dat het leven vergemakkelijkt. Omdat dat het leven minder gecompliceerd maakt. Een goede softwarespecialist heeft kennelijk baat bij een brahmaanse achtergrond. Informatietechnologie is brahmanisme met andere middelen, zou je bijna zeggen. De traditie van leren. De gewoonte om regels te accepteren. Het vermogen om af te zien. Beheersing, controle, een aan zelfkastijding grenzende discipline.

Als Ram mij heeft afgezet bij mijn hotel en op zijn motorfiets wegrijdt, met de flair van een moderne jongen, met Amerikaanse jeans en gympies aan, blijven zijn woorden ergens in de koele lucht van Bangalore hangen: volg de regels, omdat het leven er gemakkelijk op wordt. Regels uit de toekomst, regels uit het verleden - je moet van filosofie houden om daar een complicatie in te zien. M

Anil Ramdas is correspondent van NRC Handelsblad in New Delhi.

Wim Klerkx is freelance fotograaf.

[streamliners] Twaalf uur werken, zes uur studeren, zes uur slapen. De jonge IT'ers van Bangalore doen het dagelijks.

'Een brahmaan zonder academische graad kan een goed huwelijk met een meisje van stand wel vergeten'

'In mijn vaders ogen deed ik alles verkeerd. Als kind ging ik gewoon naast hem zitten op de bank. Dat is oneerbiedig.'

'Een brahmaan mag alleen seks hebben met zijn echtgenote.Maar er is niets gezegd over het kijken naar porno op internet.'