Conflict M-Oosten 1

In het artikel `EU moet verantwoordelijkheid nemen in conflict M-Oosten' van H. van den Broek (NRC Handelsblad, 28 januari) staan onder meer de volgende zinnen die uitermate belangrijk zijn voor het de goede begrip met betrekking tot eventuele vredeskansen in het Midden-Oosten: ,,De VS hebben zich (...) enorm ingespannen om partijen tot elkaar te brengen.''

Daarna wordt verwezen naar de Vredesconferentie van 1991 in Madrid, Oslo-akkoorden van 1993 en de bemiddeling van president Clinton eind 1999 in Camp David. Van den Broek vervolgt: ,,allemaal vredesinitiatieven waar Sharon overduidelijk niets mee had en ook niet van wilde weten''.

Als ik mij niet vergis was het Sharons voorganger Ehud Barak, voortgaand op de vredesinitiatieven van Rabin en Peres, die in de Camp David besprekingen tot zéér vergaande vredesregelingen bereid was ten aanzien van een Palestijnse staat, Palestijns bestuur van Oost-Jerusalem en terugkeer van Palestijnen. Daarna zou er zelfs over de punten die bleven liggen in de komende tijd onderhandeld kunnen worden.

Het was niet Sharon, die toen geen premier was, zoals Van den Broek suggereert, maar Arafat die ,,met die vredesinitiatieven overduidelijk niets had en ook niet van wilde weten''.

Wat Sharon zoveel tijd later in Israël vóór staat is een ander verhaal. Maar het zijn deze zeer suggestieve interpretatieverschillen die de discussie betreffende het Midden-Oosten vaak zo onzuiver maken.