CDA: handlanger van gifmengers

Met een motie tegen het testen van xtc-pillen liet het CDA zich kennen als de handlanger van gifmengers en oplichters, schrijft

In de deelrepubliek Lachland heeft de overheid het stoken en nuttigen van whisky verboden. Het gevolg is een wildgroei van illegale stokerijen. Op houthakkersfeesten gaat de clandestiene whisky van hand tot hand. Tussen de duizenden stokerijen zijn vier of vijf boevenclubs die hun whisky aanlengen met troebele vochten en chemische smaakstoffen. Drinkt iemand hun bastaardproduct, dan kan de consument in het ziekenhuis belanden en er in het ergste geval aan doodgaan. Om het kaf van het koren te scheiden hebben de houthakkers testmateriaal ontworpen; op hun feesten worden vrijwel alle glazen eerst gekeurd en pas daarna genuttigd. De boevenclubs kunnen hun waar niet langer kwijt, want dankzij de test op de feesten wordt hun dubieuze whisky direct opgespoord en aan de handel onttrokken.

Dan vaardigt de Christenliga een verbod uit op deze whisky-tests. Vier weken na het nieuwe verbod valt de eerste dode. De houthakkers blijven doordrinken, want net als iedereen wensen zij op gezette tijden verdoving, roes en zelfvergetelheid. De boevenclubs danken in stilte de politici van Lachland, en de Christenliga feliciteert zichzelf met het uitventen van haar principes, dat wel een paar mensenlevens mag kosten.

Als over twee maanden uw zestienjarig kind op een houseparty een keer het bier laat staan en een tablet xtc wil proberen, dan is het dankzij de deze week aangenomen motie van het CDA (met steun van de VVD en christelijk rechts) dat uw zoon of dochter een ongeteste pil tot zich neemt. Het aantal xtc-tabletten dat in dit land in omloop is, komt overeen met het aantal fietsen op straat: miljoenen. Het aantal fietsen breng je niet terug door het Keurmerk van de Wielrijdersbond ongeldig en illegaal te verklaren.

Met zo'n motie tegen deugdelijke tests katapulteert het CDA zichzelf weer helemaal terug naar de tijd van polarisatie en parlementaire hypocrisie; naar de hoogtijdagen van justitieminister Van Agt, van wie je naar porno mocht kijken, maar alleen in zalen met minder dan vijftig stoelen. Balkenende's afwijzing van de multiculturele samenleving; de bereidheid de gezondheid van een xtc-consument op te offeren aan salonmoralisme: het lijkt allemaal op een herrijzing van het ethisch reveil: het gezin wordt wederom hoeksteen van de samenleving, en net als toen onder strikte christen-democratische voorwaarden.

Over tien, vijftien jaar is de dochter van Jan Pieter Balkenende zeventien jaar. Statistisch gezien is de kans zo'n twintig à dertig procent dat zij een of twee keer in haar leven met xtc zal experimenteren. Stel nu dat juist Balkenende's dochter die ene inferieure pil treft temidden van de duizenden kosjere tabletten. Wat zal vader zeggen aan haar ziekbed of haar graf?

Wikkend zal hij zich verschuilen achter zijn God die heeft beschikt. Intussen is het niet God, maar de CDA-leider zelf die dankzij de Van-Agtiaanse motie heeft beschikt over zijn dochters gezondheid en de onnodige en makkelijk te vermijden risico's die zij uit naam van de christenpolitiek heeft gelopen.

In deze krant schreef de psychofarmaloog Moleman in december over de gevaren van xtc-gebruik. Mensen die in hun leven meer dan 50 tabletten MDMA (ecstacy) hebben gebruikt, lopen het gevaar later last te krijgen van depressie, slaapstoornissen en geheugenproblemen. Je moet een stevige gebruiker zijn of zijn geweest wil je aan dat aantal komen. Misschien verkeer ik in extreem matige kringen, maar mensen die ik ken die wel eens een tablet hebben genomen, hebben dat zelden meer dan vijf keer gedaan. Dat hoeft ook niet. In tegenstelling tot alcohol of cocaïne is xtc niet een middel waarvan de – overigens geweldige – werking een excessieve consumptie oproept.

In tegenstelling tot alcohol en cocaïne brengt xtc doorgaans het allerbeste in je naar boven, inclusief een zelfregulerende matiging. Wie dat niet gelooft moet Confessions of a Middle-Aged Ecstacy User lezen, in het zomernummer van 2001 van het Engelse literaire tijdschrift Granta. In dat stuk, waarvan de titel natuurlijk zonder omweg verwijst naar Thomas de Quinceys fameuze Confessions of an English Opium Eater uit 1821, vertelt een vader hoe zijn puberzoon na een aantal jaar van inbraak, joyriding, overmatig alcoholgebruik, geweldpleging en zelfmoordpogingen, de greep op zijn leven hervond na een aantal weken in het weekend xtc te hebben gebruikt. Dankzij de MDMA hervond de jongen een heldere, klare blik, zoals zijn vader schrijft. Vóór de xtc was zijn zoon een onhandelbaar randgeval; nu studeert hij psychologie aan een toonaangevende universiteit. Drank maakt meer kapot dan je lief is; xtc heelt meer dan je ooit voor mogelijk zou hebben gehouden.

Het is een misverstand dat xtc uitsluitend circuleert in het uitgaanscircuit. Onlangs nog hoorde ik over een echtpaar van zestig bij wie het huwelijk lichtjes in het slop was geraakt en dat daarom een avond voor de liefdespil had uitgetrokken. Een verstandig besluit. Eén keer in de vijf jaar een xtc-tablet nemen en het echtpaar bespaart zich een grimmige relatietherapie van jaren. Wie onbekend is met het middel, denkt dat ik gek ben. Wie het ooit een keer heeft genomen, weet dat ik gelijk heb.

Van xtc ga je je niet mal en potsierlijk gedragen, je wordt niet onverantwoordelijk of wazig, maar wél gelukzalig, goudeerlijk en doortastend tegelijk – kortom: alles wat een modale CDA'er wel zou willen, maar niet kan zijn. De gebruiker zal zelden in extremen vervallen, hallucineert niet, maar beschikt dankzij de MDMA over een onweerstaanbare combinatie van euforie en scherpzinnigheid. Zoals de Anonymous het in Granta schrijft: Its a clarifier.

Het is misschien niet toevallig dat xtc begin jaren negentig populair werd onder een brede groep van incidentele gebruikers. Het waren de jaren dat Paars in aanbouw was en waarin het poldermodel in het nabije verschiet lag. Het is te veel eer voor de partij en ik doe er het middel mee tekort, maar met enige fantasie kun je xtc het D66 onder de drugs noemen. Om de vergelijking door te trekken: cocaïne maakt blafferig, kil, calculerend en ikgericht; allemaal kwaliteiten die hoog in het vaandel staan bij de VVD. Bij dronken mensen worden zowel gevoelens van rancune als valse eendracht versterkt. Alcohol is daarom een merkwaardig en populistisch mengsel van PvdA en Leefbaar Nederland. GroenLinks is licht wereldvreemd en versuffend: een partij als een doordeweekse hasjsigaret. Blijft over: het CDA. Een eenzame loot. Het CDA is aan geen enkel genotmiddel te liëren, zeker niet na die gewetenloze motie van deze week, waarin de christendemocraten zich lieten kennen als de handlangers van gifmengers en oplichters. Dan nog liever de regenboogcoalitie van snuivers, rokers en drinkers.