Begrippen

Monarchie is afgeleid van het Griekse woord monarchia, dat alleenheerschappij betekent. Het begrip is bruikbaar voor elke staat waarin de macht bij één persoon ligt. Deze kan de status van koning hebben, maar binnen de Europese Unie bestaan nog enkele monarchieën met `mindere goden' aan het hoofd: het groothertogdom Luxemburg en de prinsdommen Monaco en Liechtenstein. Dat deze staatjes geen koninkrijken zijn heeft te maken met hun geschiedenis; het aantal vierkante kilometers speelde daar natuurlijk een rol bij. De stad Luxemburg bijvoorbeeld werd in 1354 door de toenmalige Duitse keizer tot hertogdom verheven en hoorde met het omliggende gebied achtereenvolgens bij het Spaanse, het Franse, het Oostenrijkse en het Pruisische rijk. In 1815 werd het als groothertogdom bij Nederland en België gevoegd en de groothertog bleef dus onder koning Willem I staan. Pas in 1839 werd Luxemburg als een zelfstandig groothertogdom erkend, een koninkrijk werd het echter niet. Met prinsdommen ging het meestal andersom. Er zijn er meerdere geweest in Europa, maar meestal gingen ze op een bepaald moment door huwelijken of veroveringen op in grotere rijken.

In onze tijd staat de status van de monarch niet meer garant voor de grootte van zijn macht. De groothertog van Luxemburg en de prinsen van Monaco en Liechtenstein hebben zowel in theorie als in de praktijk meer macht dan de Europese koningen. Dat de Europese monarchen geen alleenheersers meer zijn, komt omdat hun rijken zijn omgevormd tot constitutionele monarchieën. In de grondwetten is vastgelegd hoe de macht moet worden verdeeld en meestal is er voor de koning nog maar weinig overgebleven.

Een staat zonder monarch heet een republiek. Republieken zijn er in soorten en maten. Soms heeft de president in de grondwet veel macht toebedeeld gekregen en wordt dat democratisch gerechtvaardigd door het feit dat de bevolking hem rechtstreeks kiest. Dit is bijvoorbeeld het geval in Frankrijk. In andere landen, zoals Duitsland, is er een president die min of meer dezelfde symboolfunctie vervult als de koning in een constitutionele monarchie. Maar ook deze president wordt gekozen, in het geval van Duitsland door de bondsvergadering. In republieken bestaat geen erfopvolging.