`AUTONOMIE WERKT NIET'

Het lerarentekort is het grootste probleem. En meer autonomie bedreigt de cohesie. Zegt prof.dr. W. Meijnen. Deel drie in een serie gesprekken met onderwijs-

deskundigen.

De oudste zoon van Wim Meijnen ging naar het gymnasium. Maar Meijnen, lid van de onderwijsraad en onderwijssocioloog bij het Kohnstamminstituut van de UvA, had hem veel liever naar een scholengemeenschap gestuurd. Dan zou hij in aanraking komen met veel verschillende kinderen. Als onderwijssocioloog wijst Meijnen vaak op de gevaren van segregatie. ``Maar mijn zoon wilde per se naar het gym. Al zijn vriendjes gingen daarheen. Dan moet je het niet dwingen'', zegt de hoogleraar op zijn kamer op zijn instituut.

Wat is de toestand van het onderwijs in Nederland?

Meijnen: ``Uit een recent rapport van het Centraal Planbureau blijkt dat de kwaliteit van het onderwijs goed is, terwijl we er vergeleken met andere Europese landen weinig geld aan besteden. We doen het relatief goedkoop. Hoe kan dat? Die kwaliteit hebben we bereikt ten koste van de aantrekkelijkheid van het lerarenberoep. Niet dat de salarissen zo laag zijn, maar de werkomstandigheden zijn slecht. In geen enkel Europees land staan leraren 26 uur per week voor een klas met meer dan dertig pubers. Dat is stressvol en weinig afwisselend. Jongeren hebben dat door en bedanken voor de eer om leraar te worden. Het onderwijs heeft met het enorme lerarentekort een heel groot probleem. Nu doen we het nog goed, maar over tien jaar? Dan betalen we de rekening, ben ik bang.''

Wat vindt u van het huidige onderwijsbeleid?

``Hermans denkt dat hij met minder regeltjes en circulaires uit Zoetermeer en veel meer verantwoordelijkheid voor scholen de meeste problemen in het onderwijs kan oplossen. Alleen achteraf wordt dan gekeken of de kwaliteit goed is, door de Inspectie . Die autonomievergroting is een mooi idee, maar in praktijk werkt het niet goed.''

Waarom niet? Meer vrijheid, dat is toch wat scholen willen?

``Scholen doen wat het meest in hun eigen belang is en kijken minder naar het onderwijs als geheel. Kijk, we zijn het er allemaal over eens dat het beter is om gemengde scholen te hebben dan alleen witte en zwarte. Maar als scholen autonomer worden, zullen er meer scholen zijn die het aantal allochtone leerlingen wil beperken. Dat scheelt ze een hoop problemen met taalachterstanden die aangepakt moeten worden.''

Hermans zal zeggen: Prima. De ene school besluit om wit te zijn, de andere school vindt het een uitdaging om een goede zwarte school te zijn.

``Hermans vergeet dat het onderwijs een bredere functie heeft dan alleen kennis bijbrengen. Onderwijs moet ook de sociale cohesie bevorderen. In een gemengde klas leren kinderen om te gaan met Turkse, Marokkaanse, Chinese én Nederlandse kinderen. Dat leren ze niet van een les interculturele communicatie.

``Een Belgische hoogleraar heeft onderzoek gedaan naar homo-discriminatie op middelbare scholen. Hij concludeerde dat het niet zoveel uitmaakte wat de leraren daarover in de lessen vertellen. Het gaat erom hoe ze zichzelf opstellen. Als ze laten zien dat een homofiele leraar een zeer gewaardeerde collega is, dan wordt hij ook door de leerlingen geaccepteerd. Dat werkt dus beter dan een lespakket over de homofiele medemens.''

Maar hoe moet het dan? Niemand wil terug naar een alwetende en voorschrijvende overheid.

``De overheid hoeft niet te kiezen tussen wetgeving en totale autonomie. Er zijn meer mogelijkheden. Zo zou je bijvoorbeeld goed gedrag kunnen belonen. Sommige gemeenten proberen met de scholen afspraken te maken over de vrijwillige spreiding van allochtone leerlingen. Zo'n intiatief moet je als overheid belonen.

``Een ander voorbeeld. In Deventer vonden Turkse ouders de school van hun kinderen te `zwart'. De kinderen spraken de hele dag Turks. Dat verstoorde de taalontwikkeling en integratie, vonden ze. Ze wilden daarom dat hun kinderen naar een verderweg gelegen wittere school zouden gaan. De gemeente moest dan wel voor een taxibusje zorgen. Prachtig! Belonen, zo'n initiatief. Als minister moet je dan de onderwijswethouder bij je roepen en vragen hoe je hem of haar kunt steunen. Zo groot is Nederland niet.''

Waarom gebeurt dat niet?

``Als je de een iets toestaat, kan je dat de ander niet weigeren. Als die kinderen met een busje worden weggebracht, kunnen andere ouders dat ook eisen. Men is als de dood voor precedentwerking. Maar wat zijn de maatschappelijke kosten van toenemende segregatie? Niemand die die boekhouding bijhoudt.''

U vraagt nogal wat van bestuurders

``Inderdaad. Het onderwijsveld is lastig te sturen. Zeer lastig. De mensen die in het onderwijs werken zijn meestal hoog opgeleid en de ouders worden steeds mondiger. Het vergt uiterst capabele, wijze bestuurders. Ze moeten niet voorschrijven en verbieden, maar verleiden. Er wordt momenteel gesproken over een verdere verlaging van de leerplicht zodat de eventuele achterstand van peuters nog eerder kan worden aangepakt. Dat levert niet alleen energievretende discussies op maar ook problemen met de naleving van de wet. Beter is het om die peuterschool zo aantrekkelijk te maken dat ouders ervoor in de rij staan.''

U werkt aan de universiteit. Kijkt u ook uitsluitend naar uw eigen belang, dat van de onderwijs- en onderzoeksinstituten in dit gebouw, of toch ook naar andere doelstellingen?

``In dit gebouw zitten alle opleidingen op het gebied van onderwijs en opvoeding van de Universiteit en de Hogeschool van Amsterdam. Wij worden afgerekend op het aantal studenten dat afstudeert en op het aantal onderzoekspublicaties. Maar we kunnen zoveel meer. We hebben voorgesteld om als Kohnstammhuis scholen en welzijnsinstellingen in de wijken Zeeburg en Watergraafsmeer te vragen wat hun wensen zijn. Willen ze leeshulpen? Willen ze hulp bij het opzetten van een leerlingvolgsysteem? Willen ze didactische hulp bij het ondersteunen van zorgleerlingen? Daarvoor leveren we ze elke week een halve dag enkele studenten. Dat garanderen we. Dat is toch prachtig? Maar de visitatiecommissies voor onderwijs en onderzoek zullen ons daarvoor niet honoreren. En ons verzoek aan het ministerie van Onderwijs om een beetje subsidie voor dit project is afgewezen. Minister van Boxtel heeft niet eens geantwoord. Het gaat me hier niet om ons, het gaat me om het gebrek aan engagement van de bewindslieden.

Zitten leraren op dat engagement te wachten?

``Ik denk het wel. Meer autonomie is niet genoeg voor een leraar. Een school is geen bedrijf. Natuurlijk is het onderwijs heel belangrijk op scholen. Maar een leraar wil ook gesteund worden in zijn pogingen de problemen van kinderen aan te pakken.''

Geldt dat ook voor het hoger onderwijs?

``Nee. Sociale cohesie is daar ook belangrijk, maar op een andere manier. Problemen met sociale integratie en selectie spelen zich het meest af op basis- en middelbare scholen. Universiteiten hoeven zich niet druk te maken over zwakzinnige kinderen.''

U heeft zich beziggehouden met het weer-samen-naar-schoolbeleid, waarbij kinderen met gedrags- of opvoedingsstoornissen of lichte handicaps zoveel mogelijk naar een gewone basissschool gaan. Hoe gaat het hiermee in de praktijk?

``Er gaan minder kinderen naar het speciaal onderwijs, dus als je alleen naar de cijfers kijkt, zijn we op de goede weg. Maar er is nog steeds onvoldoende zorg voor kinderen die dat nodig hebben. Dat komt ook weer door het lerarentekort. Alle remedial teachers en interne begeleiders staan voor de klas.

``Het kan veel beter. In Canada hebben ze nauwelijks speciaal onderwijs. Niet alleen moeilijk lerende en moeilijk opvoedbare kinderen gaan daar naar een gewone school, maar ook dove en blinde kinderen. In de klas krijgt ieder kind op zijn eigen niveau les. Ik heb in zo'n klas gezeten. Als de rekenles begint, komen er drie, vier klassenassistenten binnen. Gaat de klas daarna zingen, dan verdwijnen ze geruisloos. Op middelbare scholen hebben ze datzelfde systeem. Dat vind ik heel mooi. Streven naar sociale integratie met behoud van kwaliteit is mogelijk!''

Het studiehuis wordt weer aangepast. Hoe kijkt u naar deze `studiehuissoap'?

``Het studiehuis was gebaseerd op te weinig onderzoek. We geloofden er met zijn allen in. Het was veel beter geweest om met een experiment te beginnen. Vraag scholen zich op te geven als vrijwilliger en ondersteun die dan intensief. Het vraagt zo'n gigantisch onderwijskundig inzicht om een dergelijke vernieuwing in een keer in te voeren. Dat moet bijna wel misgaan. Ik vind dat we in Nederland veel te weinig experimenteren. Dat geldt ook voor de basisvorming en de klassenverkleining. Alles moet in een keer. Dat is vragen om moeilijkheden.''