Als Bush oorlog zegt, bedoelt hij oorlog

President Bush heeft ook in eigen land zeer gemengde reacties geoogst met zijn dreigement aan Iran, Irak en Noord-Korea. Was het een waarschuwing, of gaat Amerika de oorlog tegen het terrorisme dramatisch uitbreiden?

Iran, Irak en Noord-Korea reageerden als door een horzel gebeten. Geen reden voor president Bush een woord terug te nemen ten aanzien van deze `As van het Kwaad', zoals hij het drietal etiketteerde in zijn jaarlijkse State of the Union.

President Bush heeft de reacties op zijn hernieuwde oorlogsverklaring niet afgewacht. Hij is op reis gegaan met één boodschap: de gevaren die Amerika (en zijn bondgenoten) bedreigen zijn kolossaal, zoals `911' en vondsten in Afghanistan hebben geleerd. We moeten ingrijpen voor het te laat is.

In toespraken voor Amerikaanse burgers werkte de president het thema uit. ,,De Talibaan hebben ervaren dat Amerikanen doen wat zij zeggen'', hield hij opgetogen partijgenoten in Atlanta voor. Met Al-Qaeda moet nog worden afgerekend. En ten derde, zei Bush, hebben we een ernstige waarschuwing gericht aan landen die massavernietigingswapens ontwikkelen en met terrorisme flirten.

,,De mensen vragen: wat betekent dat? Dat die landen er goed aan doen hun zaken op orde te brengen. Dat is wat het betekent'', verduidelijkte de president met een vastberaden grijns. Er bestaat geen grijze zone tussen voor en tegen. Kortom: wie zijn leven niet betert moet vrezen voor zijn leven.

Amerika's buitenlandse politiek wordt voortaan doordrenkt met waarden die worden verdedigd tegen iedere prijs. ,,Dat zijn geen Amerikaanse waarden. Het gaat om waarden die een universele waarheid tot uitdrukking brengen'', aldus Bush. Hij oogstte veel applaus met zijn voorstellen voor een Freedom Corps van vrijwilligers die de wereld rijp moeten maken voor deze waarden.

De president heeft zijn horizon aanzienlijk verlegd. Daar moet ook Amerika aan wennen. De nieuwe wereldvisie krijgt niet dezelfde unanieme steun als de eerste Bush-reactie op de aanslagen van 11 september. Richard Cohen in The Washington Post noemde het ,,een één-noots symphonie'', één aanvalskreet zonder begin van bewijs. Richard Krauthammer, die de president in de zelfde krant meestal opjut zuiverder conservatief te zijn, prees Bush nu voor het verbreden van de blik: ,,De echte oorlog gaat niet over 11 september jongstleden, maar over het voorkomen van een toekomstig 11 september, met name met chemische, biologische en kernwapens''.

Het lijkt of het evenwicht binnen de regering-Bush is gekanteld. Dat was ook de indruk van leden van de Nederlandse Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken, die deze week met een groot aantal insiders sprak. De president heeft de State of the Union aangegrepen om de nieuwe leer af te kondigen. Minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell zegevierde – ondanks de schijn van het tegendeel in de weken na de aanslagen in New York en Washington met zijn voorzichtige benadering. Stemmen, zoals die van onderminister van Defensie Paul Wolfowitz, die hard en breed wilden terugslaan, kregen toen geen steun van de president. Bush wachtte een maand, en beperkte de acties tot de Talibaan en Al-Qaeda in Afghanistan.

Vier maanden later is het klimaat veranderd. Weliswaar zijn Osama bin Laden en zijn trawant mullah Omar niet `dood of levend' voor het tribunaal van minister van Defensie Rumsfeld gesleept. Maar Afghanistan is bevrijd van de beeldenstormers en wordt geregeerd door een soort coalitie-regering. Amerika is uiterst tevreden over het succes van deze high-tech-operatie met weinig (Amerikaanse) slachtoffers.

De Wolfowitzen bieden kennelijk het helderste perspectief voor de volgende fase. President George W. Bush, van wie werd gevreesd dat hij alleen maar Amerika's betrokkenheid bij buitenlandse problemen wilde beperken, ontvouwt een paraplu van Amerikaanse idealen en is bereid het genot daarvan wereldwijd te bevorderen met militaire middelen. Hij verhoogt het defensiebudget met een bedrag dat groter is dan enige defensiebegroting elders op aarde.

Met goed getimede lekken illustreert de regering dat Al-Qaeda, waarvan nog ,,tienduizenden'' getrainde terroristen op vrije voeten zijn, vergevorderde plannen had om kerncentrales op Amerikaans grondgebied aan te vallen. Ministers waarschuwen het Amerikaanse volk dat sleeper cells in eigen land wachten op hun kans. De fundamenteel pessimistische kijk op de buitenwereld die nu de overhand krijgt, zegt: wanneer landen, die zelf chemische, biologische of kernwapens bezitten of begeren, zich van terroristen bedienen, is de catastrofe niet te overzien.

Jaren gevaar zijn waarschijnlijk. Jaren oorlog zijn onvermijdelijk. Dat is de boodschap waar het Amerikaans publiek schijnbaar onbewogen naar luistert, vol vertrouwen dat deze president de waarheid onder ogen ziet. En er naar handelt. Zoals William Kristol, de hoofdredacteur van het conservatieve kompas The Weekly Standard deze week schreef: ,,[...] de Amerikaanse buitenlandse politiek is nu in oorlog met tirannie in het algemeen''.

Niet iedereen in Amerika koopt het hele pakket. Er zijn Amerikanen die vrezen dat de regering-Bush de angst erin houdt om zijn hobby's uit te leven. Zij spreken zich uit bij de kapper, en in radio talk-in-shows. Een meerderheid is blij dat er leiding is. Het moet blijken of senator Biden maandag in een grote toespraak de eerste politicus van naam is die fundamentele kritiek aandurft. Het verzoek van een trouw bondgenoot als NAVO-secretaris-generaal Robertson om ,,bewijzen'' te tonen tegen de beschuldigde naties, gaat in de Amerikaanse context vrij ver. Ex-senator Sam Nunn leek het beter als Amerika zich voorlopig beperkt tot het afmaken van het Al-Qaeda-karwei. Ook dat was voor een politicus tamelijk gewaagd.

Binnen de denktanks zijn de bedenkingen luider. Brookings-specialist James Lindsay stelt dat de ,,inderdaad uitgebreide zogenaamde Bush-doctrine'' beter is in het beschrijven van gevaren dan het specificeren van oplossingen. Zijn collega Ivo Daalder noemt het ,,een kolossale fout'' Iran en Noord-Korea op één lijn te stellen met Irak. Tony Cordesman van het Center for Strategic and International Studies is het daar mee eens.

President Bush schrikt er niet van. Hij zei 20 september al dat hij zijn missie had gevonden. Nu is die verbreed. Wanneer hij oorlog zegt, bedoelt hij oorlog.