Actrice, zangeres en schrijfster

Hildegard Knef, die gisteren op 76-jarige leeftijd in een kliniek in Berlijn overleed, heeft drie carrières gehad. Ze was actrice, zangeres en schrijfster, en maakte elk van die drie tot een succes. Ze had, zoals een van haar Duitse collega's het omschreef, het gewissen Etwas – alsof ze in haar rollen en liedjes maar een tipje van de sluier oplichtte en de rest aan de verbeelding overliet. Terwijl ze in haar autobiografische boeken zichzelf, en haar medische martelgang, tot in alle details aan de openbaarheid prijsgaf.

Het begin van haar carrière is verweven met het einde van de oorlog. Als jong meisje had Hildegard Knef een baantje op de tekenfilmstudio van de UFA, waarmee ze haar acteerlessen bekostigde. Haar debuut als actrice maakte ze in 1945 in een theater aan de Kurfürstendamm in het platgeschoten Berlijn. En een jaar later volgde haar filmdebuut in het schuldbeladen drama Die Mörder sind unter uns, als een vrouw die pas uit het concentratiekamp is teruggekeerd en de hoofdpersoon ervan weerhoudt wraak te nemen op een ex-nazi die fabrikant is geworden. Tot in Amerika maakte de zuiverheid van haar spel diepe indruk.

Prompt zag Hollywood haar als de nieuwe Marlene Dietrich. Onder de versimpelde naam Hildegard Neff speelde ze in een tiental Amerikaanse films als Decision before dawn en Snows of Kilimanjaro. Later merkte ze spijtig op, dat ze wel met grote regisseurs als Chabrol, Wilder en Reed had gewerkt, maar vaak in hun slechtste films. Thuis in Duitsland baarde ze in 1951 opzien in de titelrol van Die Sünderin, waarin ze heel even naakt in een hangmat in beeld was. Het halve land stond op zijn kop – zes jaar na Auschwitz, zoals ze honend schreef.

Halverwege de jaren vijftig vierde Hildegard Knef op Broadway twee jaar lang triomfen als de exotische Ninotschka in de musical Silk Stockings van Cole Porter. Toen die in 1957 werd verfilmd, met Fred Astaire (en Wim Sonneveld) ging haar rol echter naar Cyd Charisse, die beter danste. Een paar jaar later begon haar tweede carrière als chansonnière. Van haar grootste hit, Für mich soll's rote Rosen regnen, maakte ze nog in 1992 een nieuwe versie. Dat er aan rozen ook doornen zitten, zei ze destijds, wist ze nog niet toen ze de tekst schreef en voor het eerst zong. Bekend was voorts haar versie van het ook door Dietrich gezongen Ich hab' noch einen Koffer in Berlin. Ella Fitzgerald prees Hildegard Knef als ,,de beste zangeres zonder stem.'' Ze zong als een actrice, die met woorden een verhaal van weemoed en verlangen vertelde.

Haar levensverhaal vertelde Knef in koortsachtig, gespannen proza in haar boek Der geschenkte Gaul, waarvan alleen al in Nederland (onder de titel Een gegeven paard) zo'n 100.000 exemplaren werden verkocht. Haar tweede, Het vonnis, deed gedetailleerd verslag van haar strijd tegen borstkanker en het stupide gedrag van de medici, die ze beschreef als kletsmeiers, roddelaars en carrièremakers. In totaal is ze zo'n zestig keer geopereerd.

Ondanks alles is Hildegard Knef met vallen en opstaan actief gebleven, tot ze gisteren aan een longontsteking overleed. Berlijn is dus toch haar laatste rustplaats geworden.