Vervallen tot lompe apen

In 1788 werd Brussel opgeschrikt door de anonieme Verhandeling op d'Onacht der Moe-derlyke Tael in de Nederlanden. Hierin fulmineert de auteur, Jan Baptist Christostomos Verlooy (1746-1797), tegen het verval van het Nederlands ten gunste van het Frans, en tegen het culturele verval dat daaruit voortvloeide.

Verlooy gaat gewoonlijk door voor de eerste flamingant, maar het interessante boek van de Belgische historicus Paul de Ridder, Nieuw licht op J.B.C. Verlooy, laat zien dat de Brusselse jurist uit de tweede helft van de achttiende eeuw gezien moet worden als een vroege voorvechter van een culturele eenheid tussen de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden, met een sterke eigen taal en identiteit, en daarmee van de Groot-Nederlandse beweging.

De oorzaak van het verval van de Nederlandse taal en cultuur zou volgens het strijdschrift liggen bij de francofone bovenlaag van de bevolking. Nederlanders – en dus niet alleen de Belgen – zijn vervallen tot lompe apen die hun Franse modeheren nauwgezet navolgen en hun eigen taal veronachtzamen.

Verlooy was een Brabander. Het was het hertogdom Brabant waaraan Verlooy zijn politieke opvattingen spiegelde, omdat het volk daar reeds vanaf de dertiende eeuw de macht van de vorst aan banden had gelegd door middel van een `democratische' grondwet.

Die democratie, in de achttiende-eeuwse zin des woords, was zijn streven. Herwaardering van het Nederlands was noodzakelijk aangezien burgers zich alleen in hun moedertaal gedegen kunnen uitdrukken en hun politieke opvattingen kenbaar kunnen maken.

Toen de Verhandeling verscheen, maakte het merendeel van het huidige België – waaronder Vlaanderen en Brabant – deel uit van het Habsburgse keizerrijk. In zijn streven België om te vormen tot een moderne staat voerde keizer Jozef II een aantal vernieuwingen op bestuurlijk, rechterlijk en kerkelijk gebied door. Dit despotisme schoot veel Belgen, Verlooy incluis, in het verkeerde keelgat. Het feit dat zoveel middeleeuwse instituties aan de kant werden geschoven, waarmee de Brabantse constitutie met voeten getreden werd, vormde een vruchtbare voedingsbodem voor nationalistische gevoelens en leidde in 1787 tot de Brabantse Revolutie.

Het is een verdienste van De Ridder dat hij aan de hand van recent ontdekt archiefmateriaal de rol die Verlooy speelde aan de vooravond van die Brabantse Omwenteling, heeft kunnen verhelderen. Meer dan tweehonderd jaar na dato is een einde gekomen aan het gespeculeer over de politieke implicaties van de Verhandeling; een document dat een belangrijke rol speelt in de Belgische Taalkwestie. Eerst nu is bekend dat het niet geschreven is naar aanleiding van de bloederige opstand in 1787, maar in concept al een paar jaar daarvoor, en dat Verlooy dus veel eerder het politieke podium heeft betreden.

Paul de Ridder: Nieuw licht op J.B.C. Verlooy (1746-1797). Vader van de Nederlandse Beweging. Studiecentrum 18de-eeuwse Zuid-Nederlandse Letterkunde, cahier nr. 20, 126 blz. € 10,50