Strijd tegen terrorisme is meer dan improvisatie

De stand van zaken acht weken na de val van Kandahar: een onvoltooide oorlog, een land grotendeels in anarchie en verbreiding van het Al-Qaedavirus over de islamitische wereld. Nog steeds zoeken Amerikaanse militairen in de grotten en holen van Afghanistan naar Talibaan Omar en naar Osama bin Laden, de aanstichter van de bloedbaden in New York, Washington en Pennsylvania; van tijd tot tijd stuiten zij daarbij op groepen Talibaan en Al-Qaedastrijders die proberen zich te hergroeperen. Enige orde is hersteld in de hoofdstad Kabul, maar elders in het land staan gewapende stammen, clans en krijgsbendes tegenover elkaar. Het onder Iraanse invloed staande Herat en het voormalige Talibaannest Kandahar betwisten elkaar de macht in het midden en zuiden, in het noorden botsen als vanouds Oezbeken en Tadzjieken op elkaar.

De interim-regering van Karzai, daarin gesteund door VN-secretaris-generaal Kofi Annan, hoopt met hulp van een verder uitgebreide vredesmacht de anarchie te kunnen beteugelen nog voor alle goede voornemens in de grond worden geboord. De donorlanden hebben intussen al de grootste moeite het interventieleger in Kabul in zijn huidige bescheiden vorm te bevoorraden.

Toen de VS in oktober ten strijde trokken, was het doel niet de bevrijding van de Afghaanse vrouw, noch het op de been helpen van de zoveelste mislukte staat. Het ging erom, zoals met de uitschakeling van de Barbarijse zeerovers begin negentiende eeuw, een tot dusver ongrijpbaar gebleken dodelijke vijand zijn veilige haven te ontnemen en de wereld te tonen dat met Amerika rekening moet worden gehouden. De VN hadden na de aanslagen van de elfde september Amerika's recht op zelfverdediging erkend, de regering-Bush was maar al te bereid van dat recht gebruik te maken. Het probleem was dat een land, Afghanistan, of althans het regime daar, de Talibaan, de Amerikanen in de weg stond. Weliswaar hadden slechts een paar islamitische landen de Talibaan als wettige regering van Afghanistan erkend, maar niet ontkend kon worden dat dit bestuur in verreweg het grootste deel van het land de dienst uitmaakte in het klassieke volkenrecht een feit van betekenis. Vandaar dat Washington na de elfde september een pauze inlaste. De Talibaan kregen de gelegenheid hun gasten, Osama bin Laden en Al-Qaeda, uit te leveren. Toen Talibaan Omar dit weigerde, stegen de B-52's op.

De vraag is nu of het Bush-team een succes kan bijboeken of dat het in een impasse is geraakt. Er is allereerst het doel van de onderneming. De Talibaan is verslagen en de bases van Al-Qaeda in Afghanistan hebben opgehouden te functioneren als een samenhangend netwerk van waaruit terroristische aanslagen waar ook ter wereld werden uitgevoerd. Dat is een belangrijk feit op zichzelf. Gevonden documenten en videofilms evenals getuigenissen van gevangengenomen Talibaan- en Al-Qaedastrijders hebben niet alleen meer inzicht verstrekt in Bin Ladens plannen en strategieën, zij hebben ook bijgedragen tot het voorkomen van gewelddaden die al in voorbereiding waren. Maar hiermee is het gevaar van de fundamentalistische terreur niet geweken, niet in Afghanistan zelf en zeker niet in andere kwetsbare streken, zoals Bush deze week erkende.

De regering-Bush heeft vanaf de eerste dagen onderstreept dat wat zij de oorlog tegen het internationale terrorisme noemde lang kan gaan duren en dat die oorlog op vele fronten gestreden zal worden. Zij heeft daarin niet overdreven. Niet alleen dreigt Afghanistan als gevolg van de anarchie daar een kweekvijver te blijven voor grensoverschrijdende gewelddadigheid, Al-Qaeda heeft de afgelopen jaren steunpunten verworven in zo verschillende samenlevingen als het kleine, verscheurde Bosnië, Indonesië, het volkrijkste islamitische land ter wereld, en de immigrantengemeenschappen in de westerse landen. Met zijn schenkingen in geld en wapens en zijn opleidingskampen voor jeugdige moslimstrijders verenigde Osama bin Laden lokale bewegingen van gewelddadige moslims tot een continenten omspannend netwerk van dodelijke vernietiging.

Het doel van de Amerikaanse interventie is gedeeltelijk bereikt, maar ook voor een deel verschoven. De aanvankelijke bijverschijnselen lijken langzamerhand het voornaamste doel te zijn geworden. Zo is `nation building' in Afghanistan in de plaats gekomen van het verslaan van de Talibaan. Dat is van Amerikaanse kant niet direct een ideële bijdrage aan de toekomst van de wereld Bush is geen voorstander van het heroprichten van zogenoemde `failed states' waarbij de zwaarste last op zijn schouders wordt geladen. Maar zonder herstel van enige orde in dat land zal het een broedplaats blijven van regionale en eventueel verder reikende onenigheid. De Amerikaanse regering is in een toestand geraakt waarvan zij de uitkomst maar zeer ten dele kan bepalen. Hoe lang bijvoorbeeld dienen Amerikaanse troepen in Afghanistan aanwezig te blijven en wanneer kan het gezag worden overgedragen aan een internationale vredesmacht of, beter nog, aan een representatieve krachtige Afghaanse regering?

Ingewikkelder en riskanter is de achtervolging van Al-Qaeda tot in alle hoeken van de aarde. Amerikaanse militairen zijn terug in Zuidoost-Azië. Als adviseurs van het Filippijnse leger nemen zij deel aan de strijd tegen moslim-separatisten in het zuiden van het land. Indonesië staat op de agenda voor een vergelijkbare samenwerking, evenals Jemen. Hier gaat het nog om landen met regeringen die zich van het gewelddadige fundamentalisme afkeren. Somalië daarentegen is een geval apart. Met alle karaktertrekken van een `failed state' komt het in aanmerking zich tot een nieuw Al-Qaeda-bastion te ontwikkelen. Amerika heeft in dat land geen goede ervaringen.

De achilleshiel van de hele onderneming heet Saoedi-Arabië. In het Congres gaan stemmen op om de Amerikaanse troepen daar terug te trekken gezien de steeds koeler wordende betrekkingen met het huis van Saoed. Het koninklijke regime bevindt zich in een overgangsfase en blijkt horiger aan fundamentalistische extremisten dan de VS voor lief willen nemen. Gedoe over islamitische kledingvoorschriften voor Amerikaanse vrouwelijke militairen tekent de onderlinge betrekkingen. Strategisch zou het verlies van dit bolwerk al het sinds oktober bereikte in de schaduw stellen.

De regering-Bush heeft niet alle consequenties van haar daden voorzien toen zij de B-52's naar Afghanistan stuurde. Ook niet kunnen overzien. Na de elfde september voelde zij zich gedwongen een daad te stellen, zoals haar voorganger dat deed na de bomaanslagen op de ambassades in Kenia en Tanzania. Het moment is aangebroken waarop de onontkoombaarheid van improvisatie niet langer de noodzaak van bezinning kan maskeren. Amerika staat militair vooraan. Dat was voldoende voor de openingszetten. Voor het vervolg is meer nodig.

J.H. Sampiemon is oud-redacteur van NRC Handelsblad.