Schutters twisten over fataal schot in seksclub

Wie heeft de fatale schoten gelost tijdens de moordpartij in seksclub Esther? Daarover gaat het hoger beroep in de zaak, dat gisteren diende.

Het gebeurde bijna twee jaar geleden en de feiten waren nagenoeg bekend, maar nabestaanden grepen in de rechtszaal elkaars hand en zuchtten van afgrijzen bij het opnieuw aanhoren van details over de moordpartij in de Haarlemse seksclub Esther.

Vorig jaar veroordeelde de rechtbank in Haarlem Martin van de P. (38) tot levenslange gevangenisstraf en Joey L. (38) tot tien jaar cel en tbs, beide wegens het medeplegen van vier moorden. De officier van justitie tekende hierop beroep aan, evenals de advocaat van Van de P.. Het Amsterdamse gerechtshof ging daarom over tot een uitvoerige reconstructie van de gebeurtenissen, waartoe de inmiddels afgebroken seksclub Esther werd nagebouwd.

Zeker veertien schoten doodden in korte tijd vier dertigers die samen een avondje op stap waren. Een aantal van de 7.65 mm-kogels werd op enkele centimeters van de slachtoffers afgevuurd. Wie van de twee verdachten loste welke schoten? Daar ging het om bij de tweede zitting van deze zaak voor het gerechtshof in de intensief beveiligde `bunker' in Amsterdam-Osdorp.

Ruwweg moet zich in de nacht van 19 op 20 februari 2000 in club Esther het volgende hebben afgespeeld. Een van de vier bezoekers dreigde zich te vergrijpen aan een barmeisje, waarna een andere in het tumult dat ontstond met een bierglas gooide. Portier L. vuurde op de bedreiger van het meisje, waarna Van de P. het wapen van het slachtoffer greep en de tweede bezoeker werd neergeschoten. Vervolgens werden de andere twee uit de peeskamers toegesnelde bezoekers onder vuur genomen. De verdachten sleepten de vier bloedende lichamen naar een garage, waar nog enkele schoten werden gelost. P. en L. betwistten elkaar voor het Hof het afvuren van de finale schoten, vanachter kogelwerend glas gadegeslagen door Hell's Angels, uit wier gelederen twee van de slachtoffers afkomstig waren.

Opmerkelijk intermezzo vormde de ondervraging van Joey L.. Hij moest zich in de getuigenbank verantwoorden voor uitspraken die hij afgelopen dinsdag in het Huis van Bewaring te Almere zou hebben gedaan. Tot de daar sinds kort eveneens verblijvende Martin van de P. zou hij tijdens het luchten hebben gezegd te willen bekennen wat hij tot nu toe had verzwegen: dat hij de dodelijke schoten in de garage had gelost.

Op de herhaalde vraag van Van de P.'s advocaat B. Ficq (`Let wel, u staat onder ede') of hij die uitspraak had gedaan bleef het antwoord ontkennend. ,,Ik zei: ik zit voor jouw schoten vast'', probeerde Van de P. de vaagheid van zijn mede-verdachte te doorbreken; ,,hij zei: dat kan niet, ik ga 't vertellen. En nou klapt 'ie weer in!''

Het Hof bepaalde dat bij de volgende zitting, op 7 februari, een medegedetineerde die bij het gesprek tussen L. en Van de P. aanwezig was zal worden gehoord. De uitkomst van dat getuigenverhoor zal mede bepalen of Van de P. opnieuw moord, dan wel doodslag ten laste wordt gelegd.